Zien op Jezus

bijbeljournaal numeriVolgens mij heeft elk gezin wel een rommellade. En herken je dit: je moet wat hebben, kijkt in de la maar ziet het niet liggen. Of sterker nog, je weet ineens niet meer wat je hebben moest.  Tussen kijken en zien ligt een hele wereld.

Wanneer Gods volk door de woestijn trekt vergeten ze al snel hoe wonderlijk hun God is en hoe spectaculair hij hen redde uit Egypte. Ze gaan allemaal hun eigen gang en misdragen zich stuk voor stuk. Lijkt mij stug dat ze dit gedrag van zichzelf niet door hebben gehad…  Maar hoe vaak ‘weet’ je wel dat je iets anders zou moeten doen maar doe je het niet? (Hoeveel snoepjes eet ik wél terwijl mijn lijn het eigenlijk niet kan hebben? En natuurlijk liggen de kilo’s niet aan mij maar aan de medicatie en kan ik niet bewegen door m’n rug …)

In ieder geval loopt het de spuigaten uit en God straft ze met een slangenplaag. Bij bosjes vallen ze om. Maar God geeft ze ook een uitweg. Mozes moet een koperen slang op een stok bevestigen en wanneer ze hun blik daarop richten zullen ze niet sterven van de giftige beten. Het was meer dan een oppervlakkig kijken. Want met het oprichten van hun hoofd en het focussen van hun ogen moesten ze wel erkennen dat ze fout waren geweest, gestraft werden maar hun heil bij God konden halen. Ze moesten het verschil zien tussen hun levenshouding zonder God en wat het is om te leven mét Hem.

Zo gaf de slang des doods bij erkenning hun het echte leven.

Wanneer Johannes spreekt over het verhogen van de mensenzoon speelt dit verhaal in zijn achterhoofd. Iedereen maakt fouten, allen hebben gezondigd, maar om ons leven te kunnen behouden moeten we opzien naar Jezus. We kunnen wel kijken naar Hem en weten dat het anders moet of kan, maar opzien … ? Durven we al onze fouten, zonder slappe excuses,  te erkennen en voor Zijn troon te leggen? Durven we onze zondige levensstijl achter ons te laten en te kiezen voor een écht leven met Hem?

Kiezen voor het eeuwige leven is dagelijks opzien naar Hem.

 

 

(Biblejournaling: pennetjes van de Action op doorzichtig tekenpapier en ingekleurd met Bruynzeel Design potloden met doezelaar.)

Bezuiniging werkt pestgedrag in de hand

Ik moet nu al trucjes uithalen … met 32 leerlingen in een klas krijg ik het in 50 minuten echt niet voor elkaar om ze allemaal evenveel aandacht te geven. Alle 32 verdienen het dat ik ze zie. Niet gewoon ‘zien’, nee, ik bedoel echt ‘zien’: het moet me niet alleen opvallen dat er een afwezige is omdat het aantal niet klopt, het moet me opvallen dat Nienke, Sam, Badr of … er niet is. Maar het lukt niet. De klassen worden te groot. En dan werk ik nog maar een part van een parttime job… Als ik full time zou werken zou ik dagelijks tussen de 200 en 250 gezichten zien. Hoe kan ik in amper 7 uur tijd 250 leerlingen écht zien staan? Zien in de zin van weten wat hem of haar bezig houdt, weten wat haar achtergrond is, weten welke ‘handicap’ hij heeft, weten wie nou weer dyslectie had, wie Asperger en wie adhd …

Vanmorgen gaf ik 4×50 minuten les. In amper 3,5 uur had ik ‘slechts’ 110 leerlingen. Ben ik een slechte docent omdat ik nu – na 4 maanden schooljaar – ze nog steeds niet allemaal vloeiend bij naam ken? Ja, de raddraaiers ken ik feilloos. De adhd-ers kan ik ook niet missen. Ik weet welke leerlingen (ongeveer) een rugzakje hebben en wie ‘iets’ heeft… De dyslectici vraag ik om aub op elke overhoring een D bovenaan te schrijven…  Maar de stille meiden achterin, de hardwerkende knullen met prima cijfers; ook zij verdienen het dat ik oog voor ze heb. Dat ik luister naar hun verhalen, weet wat hen bezighoudt wanneer ze dagdromerig naar buiten staren … Als docenten doen we moeite om de leerlingen met een onvoldoende te motiveren en te begeleiden zodat ze die begeerde 5,5 of 6 kunnen halen – quota’s dienen gehaald, met teveel onvoldoendes worden je kwaliteiten in vraag gesteld of je vakgroep vermandend op de vingers getikt. Maar een leerling die een 7 haalt, en met een beetje extra oog een 8 zou redden … daar hebben we geen tijd voor. Doe maar havo – is ook goed – dat je vwo zou kunnen met extra aandacht: jammer dan – niemand zal het ooit weten.

 

Deze week had ik het erover met een wat oudere collega. Ik vertelde dat ik ervoor kies om elke 4 weken mijn leerlingen een andere plek in de klas te geven. Hij stond verbaasd maar vond het een vernieuwend idee, een goede tip… Tja, het is nogal kinderachtig om ze een vaste plek te geven … maar door ze elke 4 weken te herverdelen ‘zie’ ik ze meer. Ik verplicht mezelf de wat onbekende leerlingen meer vooraan te zetten, dan weer ongewone combinaties maken, en dan weer de speciale gevallen meer ruimte te geven… de wisselende indeling maakt me dat ik iedere keer weer andere dingen zie bij wie dan ook … Ik heb bij iedere klas fotolijsten voor mijn snufferd … lees met regelmaat alle dossiers door … spendeer mijn pauzes aan gezellige gesprekjes met leerlingen in plaats van aan de koffie te gaan … alles om ze te ‘zien’.  Om te weten wie ze zijn. Zijn – in ruimere zin dan dat ik hun naam weet. En toch …

 

In de media wordt geschreeuwd dat het onderwijs meer moet doen aan pestgedrag. Scholen moeten pesters en gepesten meer in het visier hebben en er adequater mee omgaan. Docenten moet meer ‘oog’ hebben voor de zwakke leerlingen … Maar als de klassen alleen maar groter worden, hoe moet ik dat dan doen? Misschien pas ik gewoon niet meer in het nieuwe systeem … en ik werk nog maar part time … moet er niet aan denken dat ik voltijds zou werken…