Traveling journal 

(Scroll down for English translation) 

Vakantie is voor mij een tijd van rust, reflectie en vooral ook opladen. Erbij kunnen rondreizen is een voorrecht wat me daarbij helemaal doet loskomen van (bijna) alles wat ik thuis achterlaat. 
Al staan op de Ipad enkele honderden boeken, ik sleur alsnog een bigshopper vol aan leesmateriaal mee. Gemiddeld gaat er elke 2 á 3 dagen een boek doorheen. (We zijn nu 7 dagen weg en ik begin aan boek 5). Lezen doet me de wereld om me heen vergeten, brengt me naar andere tijden en mystieke oorden en laat me kennismaken met intrigerende karakters. Wanneer ik lees vergeet ik alles en iedereen om me heen. Een boek halverwege voor een aantal uren wegleggen is not done. Het moet uit… al moet ik tot de ochtend doorlezen. Daarom lees ik alleen wanneer ik vakantie heb.  
Het gekke is dat ik tijdens het reizen haast altijd vroeg wakker word. Normaal hijs ik me ’s ochtends met moeite uit bed maar niet op vakantie. Het frisse ochtendzonnetje en de serene stilte die alleen door tsjirpende krekels en fluitende vogels onderbroken wordt vormen de perfecte achtergrond om te journalen. Journalen is voor mij een vorm van uitrusten, reflecteren en opladen tegelijkertijd. Onmogelijk om dit op vakantie niet te doen. 
Waar we ook heen gaan, ik neem dus altijd wat spullen mee. In de caravan heb ik een klein kratje -past precies in een bovenkastje- met daarin mn potloden, pennetjes, schetsblok, 2 bijbels en nog wat andere prullaria. 
Manlief slaapt nog…. en ik zit aan m’n tafeltje, mijmerend over dat wat ik lees, denk, voel. Ik ontwerp, schets zoek op m’n telefoon de verschillende vertalingen op, schrijf en teken. Af en toe kijk ik op en geniet van mijn omgeving: gister keek ik nog naar de Finse bergen op dit moment heb ik uitzicht op de Noorse Fjorden. Mooier kan ik ’t niet hebben.  



(Ik kan dit nu veilig schrijven en posten omdat broerlief vakantie viert in ons huis.)
 

To me vacation is a time of rest, reflection and recharge. Traveling is a privilege that helps me forget about my (home)work, my ‘usual’ worries and leaving everything behind so I can focus on me for a while … 
Though my Ipad holds a few hundred books, I always carry as much paper as I can. The past seven days I read 4 books – no, not small ones! Reading is a way of leaving everything behind, meeting new interesting people, seeing mystical places (yup, I love fantasy) and enjoying true adventures! When I read a book I completely lose track of time, forgetting everything and everyone around me. Relaxation – Rest!   
Strange enough when traveling I always wake up early. (I usually have to drag myself out of bed!) No really, when I say early it like 07:00 in the morning – hubby doesn’t get out until it’s almost noon! And those few hours of silence are my favourite of the day. Birds start singing, early morning sun, a chilli wind, a cup of cheap coffee and a beautiful view on Gods nature. These moments are mine to reflect and recharge. So I journal! 
Wherever I go, I always bring some stuff to journal with me. Now, traveling through Scandinavia with our caravan, I have a small crate that fits perfect in one of the upper cabinets. It contains my favourite stuff. What I brought with me? 2 bibles: one Dutch and the other is my beautiful leather bound ESV interleaved one.😍 A sketchbook, my handlettering notebook, pencils (pastel), fixative, my pens, a few washi rolls, some stickers and stencils. That’s it. But it means the world to me. 
Hubby is stil asleep. I read, contemplate, pray, sketch, design, write and draw. And once in a while I look up to this awesome scenery: yesterday I enjoyed the mountains of Finland. This morning I’m in awe when I look at the Norwegian Fjords. No better way to recharge! 

Veilig  als een leeuw in Sousse…  

 

 Kunnen we ons nog ooit ergens veilig wanen? Wanneer je je leven niet zeker bent in een museum, op het strand of zelfs niet in een winkelcentrum?   

Mijn bible art journaling challenge van Rebekah Jones bracht me vanmiddag bij spreuken 28:1 

Een rechtvaardige voelt zich zo veilig als een leeuw.  

Nu weet ik ook wel dat niemand compleet rechtvaardig is van zichzelf, maar dat is nou het mooie aan Jezus’ offer: door ons geloof in Hem zijn we dat wel!  

Hoe rijmt dit dan met Spreuken 28:1 en de vreselijke toestanden in deze wereld? 

Veilig zijn betekent hier niet dat je nooit verdriet zult hebben, nooit het slachtoffer zult zijn van een aanslag of dat lijden en sterven aan je deur voorbij zullen gaan.  

Een leeuw is de koning van de savanne. Hij staat aan de top van de voedselketen, heeft geen werkelijke vijanden, is de koning te rijk. Waar een hinde continue allert moet zijn voor roofdieren, sluimert en doezelt de leeuw uren achter elkaar zonder angst of onrust. Hij voelt zich compleet veilig. Toch kan ook hij aangevallen worden en ontkomt hij niet aan een gewisse dood.  

Veilig als een leeuw zijn betekent dat we deel uitmaken van Zijn plan en daarmee aan de top van de ‘geestelijke’ voedselketen staan. Zelfs al zou er ons fysiek het vreselijkste overkomen; onze ziel is veilig en geborgen in Hem. Niets kan ons scheiden van de Liefde van de Heer, geen kogelregen, geen bomaanslag; NIETS.  

Waar we dit jaar ook op vakantie gaan, op welk strand we ook liggen, we zijn veilig als een leeuw. 

(Stiekem toch blij dat wij in het noorden vakantie vieren 😅) 

Sexy opera en oververhitte puberbreinen

Oslo was prachtig. Het Operagebouw, met haar wit gemarmerde lijf, nodigde ons haast dwingend uit haar zijlings te beklimmen zodat ze ons, vanaf het dak, deelgenoot kon maken van haar uitzicht. Ze had nauwelijks last van de zandbak aan haar voeten, waar zongebruinde en van zweet parelende torso’s aan het spelen waren met vele schepjes en graafmachines. Niet dat ik daarop lette overigens.
Het hagelwitte van haar bouw kwam extra goed uit in combi met het strakblauwe pak van de lucht. De hitte die in gouden zonnestralen de omgeving teisterden maakten dat de stenen jurk waar ze zich in had gehuld extra koel aanvoelde en uitnodigend lonkte naar iedere toevallige voorbijganger.

Maar al leken de stralen nog zo goud, de warmte voelde als een dampende sauna waaruit geen ontsnappen mogelijk was. Het vrolijke gestuiter waarmee beide zoons eerder die dag de berg waren afgehuppeld was vervangen door een zeurend voortgesleep. Elke stap herinnerde ze aan hun vochtgebrek en hun stembanden kreunden en kraakten onophoudelijk om ze in dat gevoel te bevestigen.

Niettemin had de Opera een soort van aantrekkingskracht; ze flirtte met zowel de zon, het water als de vele mensen die haar kwamen bewonderen, wetende dat zij de mooiste was. Het was alsof ze haar nek parmantig uitstak, ze haar sierlijk krommende armen in het zand plantte om uit de bouwput te rijzen terwijl ze op koninklijke wijze haar inferieure omgeving negeerde.

In de schaduw van haar halslijn, halverwege haar schouder, vleiden we ons neder zodat de verkoelende straling van het marmer schaamteloos toegang had tot onze edele achterwerken. Energydrankjes werden genuttigd om ons intussen stroperig ingedikte bloed te stimuleren wat vrijelijker door onze aderen te bewegen.
Het bevrijdende effect van het motiverende drankje liet echter op zich wachten waardoor onze ogen zonder enige gêne afdwaalden naar elk stukje rondlopend vlees. Het ene wat aantrekkelijker dan het andere.

Helaas hebben mijn puberale zoons hun kijkers geleerd zich alleen aan zeer verfijnde kost te vergapen – zo liet hun praatorgaan mij puntsgewijs weten.

In een verwoede poging dit duidelijk verwaarloosde deel van mijn opvoeding te herstellen wees ik ze op de diverse rondlopende kwaliteiten der vrouwelijk schoon. Tevergeefs. Elke kwaliteit kende een valkuil met een achterliggende irritatie die zowel zoon 1 als zoon 2 feilloos wist bloot te leggen. Figuurlijk dan. Hoewel, wanneer ik het ze had toegestaan hadden ze met miraculeus herwonnen energie mij hun punten ook letterlijk bloot gelegd.

“Bekijk het als een huis” hervatte ik dapper mijn argumentatie… “Sommige huizen vind je misschien wel heel mooi, al ligt de stijl je niet en wil je mogelijk elders wonen.”

Twee paar holle ogen staarden me met onverhulde verbazing aan. “Wonen?”
“Nou ja, ik bedoel dat er dames kunnen zijn die je wel aantrekkelijk vindt, maar dan zonder dat je iets met ze wilt. Je wil dan, als het ware, niet in ze wonen.”

Als ik al vond dat mijn spitsvondige uitleg ietwat dubbelzinnig over had kunnen komen, de woorden waarmee ze me van repliek dienden versplinterden desastreus alle ruiten van mijn keurig opgebouwde glazen opvoedingsmodel alsof er een complete mannschaft met honderden ballen op had staan schieten om er de wereldcup der scherven te winnen.
Vermoedelijk was het gewoon de Energy die net dit moment uitkoos om hun puberbreinen met een flinke alarmbel wakker te schudden… Niet dat het een geruststelling moet zijn dat die mannschaft ook nog aan de doping was…

“Wonen. Whaha. (Rofl) In een meid wonen. Hebben daarom sommige van die dames tepelpiercings? Dan kan je der scheerlijnen aan rijgen, tentstokken onder zetten en ‘hoppa’ dan zit je in de schaduw. Hebben die dames gelijk ook iets nuttig te doen.”

Ik denk dat we Oslo moeten verlaten. Dat sexy gebouw wat hier schaamteloos ligt te pronken doet mijn pubers overduidelijk geen goed.

(Noot: vakantieblogs zijn altijd op een later moment gepost dan dat ze beleefd of geschreven zijn. Ook al hebben we uiterst oplettende buren, een zorgzame huis-oppas en een logeergrage broer met wolfshond: ik waak ervoor potentiële dieven het idee te geven dat er ergens een gemakkelijke buit ligt…

Noot 2: vanwege -ooit- heersende fatsoensnormen heb ik ervoor gekozen bepaalde terminologie te vervangen door ‘meiden’ en ‘dames’. De onzedige woordkeuze van hedendaagse pubers valt volstrekt niet te tollereren en ik snap dan ook niet dat de minister van onderwijs geen budget vrijmaakt om deze problematiek te vangen in één of ander demotiverend lesprogramma of nog een extra wetgevinkje. )

IMG_4187.JPG

IMG_4186.JPG

IMG_4199.JPG

Vakantie = mijn pubers overdragen …

20140710-173232-63152675.jpg Het schooljaar loopt ten einde… De laatste lesdagen zijn geweest en enkel activiteiten als creatieve workshops, museumbezoek en sportdag stonden deze week nog op t programma voor de leerlingen. Voor ons als docenten is het hyperdruk met alle vergaderingen en het afronden / voorbereiden van eea. Ik draai deze week ruim 12 overuren, zoniet meer…

Het was iig een druk jaar, een jaar waarin ik ingezet werd op een locatie waar ik eigenlijk helemaal niet wilde werken. Mijn voorkeur ging niet uit naar derde klassers maar toch kreeg ik ze allemaal. Ik moest mijn lokaal delen met een leraar die -zacht uitgedrukt- er soms een gore bende van maakt en de plicht van opruimen verzaakt. Maar wat moet, dat moet en dan kan je er maar beter het beste van maken… 😅

Dus dan maar lopend naar het werk, nieuwe lesplannen bedenken en wekelijks het lokaal een sopbeurt geven…

In december kreeg ik de zorg voor 30 mentorleerlingen erbij. De wiskunde leraar die deze taak eerst toebedeeld kreeg moest ’t wat rustiger doen. Dus inwerken geblazen, alle notities en gespreksverslagen nalezen, rapporten schrijven, oudergesprekken inhalen… En dan ben ik toch echt weer ik: als het gaat om de zorg voor een puber, dan kan ik niks half doen. Gesprekje hier en daar, bemiddelen sus en zo, advies of sturing waar nodig en alles nog een keer – uiteraard – in een continue bemoedigende sfeer.

“Wat doe je nou het beste met een leerling die een ‘oude’ ziel heeft?” Een vraag van een collega die me bevroeg naar waarom en vooral hoe ik mijn pubers zoveel spreek en hoe het kan dat het zo klikt. “Net als bij de rest …” antwoordde ik “… zoveel liefdevolle aandacht geven als nodig en ze altijd in al hun vragen heel serieus nemen. Bereid zijn je pauzes op te geven om écht met ze mee-te-leven.”

Kleine kinderen hebben praktische zorg nodig, die moet je bij de hand nemen en alles voorleven. Bij pubers is dat niet meer nodig… Nee, fout, ze kunnen zichzelf dan wel wassen en kleden maar geen enkele puber kan zonder voorbeelden. Pubers blijven het nodig hebben dat er iemand is die ze de hand reikt. Figuurlijk dan. Iemand die ze uitlegt waarom de dingen lopen zoals het loopt. Waarom ze zich voelen zoals ze voelen, hoe iets zit, waarom iets niet gaat. … Veel te veel pubers worden aan hun lot overgelaten. Nee – vrij laten- noemen ze dat tegenwoordig. En ja, ze moeten ruimte krijgen, maar ze verdwalen zonder grenzen, zonder iemand die ze aan de hand neemt en ze dat laatste stukje naar volwassenheid brengt.
Je daarvoor inzetten kost tijd. Heel veel tijd. Soms moet je over ‘grenzen’ – want smsen met je leerlingen… Oei oei – let op met wat je schrijft! … Of ze een knuffel geven: kijk uit want voor je het weet…! Maar ze hebben het nodig dat je echt contact maakt! En bij de ene leerling is een schouderklopje genoeg, een ander is echter ‘lijfelijker’ ingesteld en heeft nood aan een knuffel… Zo liep ik een keer in de supermarkt en voor ik t wist had ik een stel armen om me heen… (Tuurlijk ben ik altijd heel voorzichtig, wik en weeg ik talloze malen alles wat ik sms … En een knuffel: ip alleen als er collega’s in de buurt zijn – eea openlijk gebeurt en liever niet bij de andere sekse… )

Soms werd ik er moe van, van dat uitkijken en afwegen wat gepast is en wat niet. Dat ik me altijd moet indekken want vertrouwen is er in de maatschappij niet… Maar wat je ervoor terug krijgt is meer dan bijzonder. Ik heb nog nooit zulke waardevolle complimenten gehad als van deze pubers. Ik voelde me zelden meer gewaardeerd dan door mijn derde klassers. Ondanks hun soms zo verveelde houding 😝 werden ze een beetje mijn kindjes… Mijn pubers.
Ze maken fouten bij het leven, maken grapjes op het randje en daar ver voorbij 😅, maar ze zijn zo onwijs innemend!

Het jaar is nog niet voorbij, nog een weekje buffelen voor mij. Dinsdag afscheid van ze nemen – op t strand – en dan draag ik ze met heel veel moeite, over naar een volgende hand.

20140710-173022-63022413.jpg

20140710-173232-63152921.jpg

Een hartelijke zon en puberale wind

“Het begint bijna te vriezen!” Jurgen loopt koukleumend de voortent in. Het is warm zat, de hele dag al zend de zon ons haar hartelijke stralen. Helaas gaat de puberale wind er in hormonale golven met de warmte vandoor.

We staan op een nogal idyllische camping in Gerardmer – ergens in de Vogezen. Ooit besloot de Hertog van Lotharingen, Gerard van Elzas (11de E), hier in de buurt een vakantieoptrekje in te richten om in alle rust de vette zwijntjes en Überschattige hertjes aan gort te kunnen knallen. Het dorpje wat hij voor dit bloederige scenario uitkoos werd al snel ‘Giromeix’ (tuin van Gerard) genoemd, wat zich later verbasterde in ‘Gerardmeix’  (Boerderij van Gerard) en wat zich nu dus laat vertalen in Gerardmé(r).  Niet dat het ons hier iets uitmaakt wie of hoe dit nu vrij toeristische skigebied heeft veroverd: wij genieten vooral van de natuur. Prachtige bossen met de meest feeërieke wandelpaadjes die her en der vergezeld gaan van ruisende watervalletjes en bruisende stroompjes.

 

Het is zo een bruisend stroompje – pal naast onze caravan –  wat op dit moment harmonieus meezingt met de gitaarstreken van broerlief. De ruisende wind laat spontaan de boomtoppen met rust en zet haar gekietel voort in dit veel rustiger tafereel. Dwars door de voortent heen aait ze mijn wangen. Mijn oren tintelen.   Een perfecter geluid bestaat er niet.

 

Vakantie.

Zeurend nageslacht? Heerlijke vakantie :)

Springend van hoog naar laag en op en neer,

verend door de knieën en nog een keer.

De één vermaakt zich met een jeu de bal,

de ander pingpongt overal.

 

Als ouders heb je pas écht vakantie wanneer de lieflijke kinders zich het meest vermaken (lees: vergeten de ouders de oren van het lijf te zeuren.) Nou, het lijkt erop dat ons nageslacht zich kostelijk amuseert. Echter, ik koester geen illusies, wij hebben onze soort volharding aangeleerd. Voor wie dit een deugd lijkt; wacht tot deze aangeleerde gave ingezet wordt voor eigen gewin! Het is dat we met grote oren geboren waren, anders zaten er nu nog slechts stompjes…

Nee, het is gezellig. Het grote voordeel van thuis niet alles hebben, mogen of doen is dat op vakantie de meest basale dingen een enorme aantrekkingskracht hebben. Matthias en Nina vermaken zich urenlang op de trampoline, Seth geeft zichzelf bezigheidstherapie door eindeloos met een batje een balletje te pongen en wanneer ze gedrieën, na het voetballen – wat nooit verveelt-, even afvragen wat ze zullen doen, dan trekt de jeu de boules baan. Heerlijk om als ouders grondig decadent midden op de dag een uiltje te knappen. Of om weg te dromen in de wereld van een goed boek (voor Jurgen: een GTA-game op de Ipad).

Waar ik deze paar dagen echter het meest van geniet is om samen met broerlief het naastgelegen bos te verkennen. Met hond Nelson hebben we de meest prachtige paadjes bewandeld en konden we in sfeervolle stilte genieten van het kabaal van de meest prachtige watervallen. Gewoon met z’n twee.

Het was een onverwacht, impulsief idee om samen een paar dagen te kamperen. Maar het bevalt reuze. Het weer glimlacht vertederd en de wolken doen speciaal voor ons een blokje om. De wind, halsstarrig eigenzinnig als ze is, doet ons samen de warmte opzoeken waardoor ze – misschien onbedoeld – ons nog meer van elkaar doet genieten.

 

 

En die stompjes van oren? Vandaag was ons afleidingsmanoeuvre de Roddelbaan: laat die kids één keer met een stoeltjeslift naar boven bungelen om vervolgens met een noodgang naar beneden de suizen en je hebt weer dagenlang geen gezeur. Hopen we dan maar 😉