Yes you can

(English: scroll down)

Mevrouw, ik ga dit nooit kunnen.’ ‘Dit red ik niet in een half uur!’

Mijn leerlingen zijn in een lichte shock.  In Magister schreef ik dat we een toets zouden maken maar dat ze er niet voor moesten leren; ze zouden de toets zelf moeten ‘maken’ – als in ‘ontwerpen’.  Desondanks was er een enkeling die zo onzeker werd dat hij ’s avonds toch nog een uur spendeerde om het hoofdstuk een keer extra door te spitten. Een ander kwam zenuwachtig de klas binnen ‘Mevrouw, ik snap het niet, hoe kunnen we een toets maken zonder te leren?’

Elke week zet ik keurig in Magister wat we elke les gaan doen, wat ze daarvoor nodig hebben, wat het huiswerk is enz.  Maar blijkbaar was het deze keer niet helemaal duidelijk.  Welke docent laat zijn leerlingen nu ook zelf de toets ontwerpen? Compleet onlogisch toch?

Nou, helemaal onlogisch vind ik het niet.  Bij aanvang van de les stel ik ze gerust. “Vertrouw op mij, ik leg uit wat je moet doen, en ik help je het te kunnen.” De rust keert enigszins weer; dat zie ik aan de lijven die even wat meer ontspannen op hun stoel onderuit zakken. Ik leg uit wat het verschil is tussen kennisvragen en inzichtsvragen en wat een toepassingsvraag is …  uiteraard met een grapje tussendoor. De klas moet gelukkig lachen (en nee, dat doen ze niet bij al mijn grapjes). Beetje bij beetje gaat de spanning eruit.

Met “Het is niet makkelijk, maar ik geloof echt dat je het kan.” eindig ik mijn pleidooi.  

Vooraan zit er een dame die gelijk de schouders laat hangen. Ik zie vertwijfeling. Langzaam gaat de vinger omhoog.

“Mevrouw, ik ga dit nooit kunnen.”

“Ik denk van wel. Als je niet in jezelf gelooft, geloof dan in mij, en dat ik geloof dat jij het kan.” De vertwijfeling maakt een seconde lang ruimte voor een glimlach maar keert dan weer terug.

“Dit is een oefening.” Ga ik verder, “Het proces van dit te oefenen en te leren is belangrijker dan het resultaat. Durf het proces aan te gaan. Fouten maken mag. Ik geloof echt dat je het wel kan. Begin maar gewoon. Je mag me halverwege om hulp vragen en dan help ik je verder.”  Vertwijfeling sluimert. Zachtjes vervolg ik “Nog voordat je het hebt geprobeerd zeggen dat je het niet kan is een soort van jezelf in de weg zitten. Zelf-sabotage. Gewoon durven en doen. Je kan het wel!” Een dapper knikje volgt.

Achterin verschijnt een nieuwe vinger “Mevrouw, dit red ik niet in een half uur”

“Ik denk van wel, maar neem je tijd en kijk maar hoe ver je komt.”

En dan komt de allerbelangrijkste vraag. Vanuit hun perspectief tenminste: “Mevrouw, is het voor een cijfer?”

“Moet dat? Ik denk dat jullie ook goed je best doen en er veel van leren wanneer het niet voor een cijfer is.”

“Dat denk ik ook, mevrouw”  En in stilte begint de klas te werken.

(En ja ze konden het wel, ook binnen de gestelde tijd!)

Ma’am, I’m never going to be able to do this.” “I can’t make this in half an hour!”

My students are in mild shock. In the electronic learning environment I wrote that we would make a test but that they should not learn for it; they should “make” the test themselves – as in “design”. Nevertheless, there was a few who became so insecure and one still spent an hour in the evening to go through the chapter once more. Another one nervously entered the class “Madam, I don’t get it, how can we make a test without learning?”

Every week I neatly write what we are going to do each lesson, what they need for that, what the homework is, etc in the electronic learning environment. But apparently it wasn’t completely clear this time. What kinda teacher let students design a test themselves? Completely illogical right?

Well, I don’t think it’s completely illogical. I reassured them at the start of the lesson. “Trust me, I’ll explain what to do, and I’ll help you do it.” Peace returns somewhat; I can see that in the bodies that slump a bit more relaxed in their chairs. I explain the difference between knowledge questions and insight questions and what an application question is… of course with a joke in between. The class has to laugh happily (and no, they don’t do that with all my jokes). Little by little the tension disappears.

With “It’s not easy, but I really believe you can.” I end my plea.

In the front there is a lady who immediately lets her shoulders hang. I see despair. Slowly her hand goes up.

“Ma’am, I’m never going to be able to do this.”

“I think you are. If you don’t believe in yourself, then believe in me and that I believe you can do it. ” The despair makes room for a smile for a second, but then returns.

“This is an exercise.” I continue, “The process of practicing and learning this is more important than the outcome. Dare to take the trial. You can make mistakes. I really believe you can. Just start. You can ask me for help halfway through and I will help you. ” Despair lurks. Softly I continue, “Saying you can’t even before you’ve tried it is kind of getting in the way of yourself. Self-sabotage. Just dare and do. You can do it!” A brave nod follows.

In the back a new finger appears “Madam, I can’t make this in half an hour”

“I think so, but take your time and see how far you can get.”

And then comes the most important question. At least from their perspective: “Ma’am, are you giving it a grade? I don’t want to get a C or less.”

“Is it necessary that everything counts? I think you can also do the best you can and learn a lot from it when it is not for a grade.”

“I think so too, ma’am.” And the class begins to work in silence.

(And yes they could, even within the allotted time!)

Hoe dan?

(Scroll down for English translation)

Verdwaasd kijken ze elkaar aan. “Hoe dan?!” Ongeloof en twijfel flitsen heen en weer. De hele klas is gaan staan terwijl zij twee, als enigen, bleven zitten.

Quasi teleurgesteld kijk ik ze aan. “Goh, dat had ik niet van jullie verwacht. Wel typisch dat jullie wéér de enigen zijn die blijven zitten. Heb je echt wel goed nagedacht over de stellingen?”

Ik zie ze vertwijfeld achterom kijken, controlerend of echt iedereen is gaan staan. Voor de zekerheid lezen ze nogmaals de stelling op hun blaadje ‘Schelden met kanker moet kunnen.’ Een leerling achterin doet er een schepje bovenop “We hebben tegenwoordig een goede gezondheidszorg, dus lang niet iedereen sterft nog aan kanker en we schelden ook met tering enzo. Ik vind het wel kunnen.”

Ongeloof in slechts 2 paar ogen.

De volgende stelling op het blad is aan de orde en ik laat mijn stem extra ernstig klinken. “De leerplicht moet verhoogd worden naar 21 jaar. Wie eens is gaat staan, wie oneens is blijft zitten.”

Weer gaat de hele klas staan behalve de hetzelfde stel voorin. En weer kijken ze ontsteld in het rond. Eentje twijfelt nog, gaat half staan, weer zitten, mompelt iets van meer kans op een baan maar … kijkt weer achterom.

“Nou, je bent de hele tijd al blijven zitten, misschien heeft de groep wel voldoende redenen bedacht waarom ze het eens zijn met deze stelling.”

Ik heb hem over de streep gehaald. Met zichtbare tegenzin en hangende schouders schuift hij zijn stoel definitief achteruit en gaat staan.

“Hoe dan?! Echt, jullie zijn niet wijs.. hoe dan?” De laatst overgebleven leerling kan wat er nu gebeurt duidelijk niet bevatten. Zijn nonverbale communicatie schreeuwt verbijstering en ongeloof.

De klas barst in lachen uit.

“Jullie hadden een ander blaadje dan wij. Bij ons stond na elke stelling hoe we moesten reageren, dit was een test.”

Als een ongelovige Thomas grist hij het blaadje van zijn achterbuurman van tafel… een grijns verschijnt en de handen zwiepen in overgave in de lucht “Ik ben genaaid! Sjemig, ik ging echt twijfelen aan mezelf!”

“Kijk,” zeg ik “en dat is precies wat groepsdruk met je kan doen – hoezeer je je er ook tegen verzet.”

(Ik geef levensbeschouwing – nu gaat het over groepsdruk en verzet- wat is jouw superpower? 😉)

Follow me on instagram.

They look at each other in a daze. “How?!” Unbelief and doubt flash back and forth. The whole class stood up while the two of them, alone, remained seated.

I look at them, almost disappointed. “Gosh, I didn’t expect that from you. Isn’t it typical that you again are the only ones who stay put. Have you really thought carefully about the statements I handed to you? ”

I see them looking around, desperately, checking if really everyone stood up. To be on the safe side, they read the statement on their paper again: “Swearing with cancer should be considered normal.” A student in the back adds a little extra to it: “We have good health care nowadays, so not everyone dies from cancer anymore and we also scold with other diseases. So, I think it is normal. ”

Incredulity in just 2 pairs of eyes.

The next statement on the sheet comes up and I let my voice sound extra serious. “Compulsery education must be increased to 21 years. Those who agree will stand up, those who disagree will stay put. ”

Again the whole class stands up except for the same couple in the front. And again they look around alarmed. One is still in doubt, stands up halfway, sits down again, mumbles something about more chance of a job, but … looks back again.

“Well, you’ve been sitting there the whole time, maybe the group has come up with enough reasons why they agree with this statement.”

I convinced him. With visible reluctance and drooping shoulders, he pushes his chair back and stands up.

“How?! Really, you aren’t .. how? ” The last remaining student clearly cannot comprehend what is happening now. His non-verbal communication screams bewilderment and disbelief.

The class burst out laughing.

“You had a different assignment. After each statement, our paper stated how we should respond, this was an experiment. ”

Like a disbelieving Thomas, he snatches his back neighbor’s paper from the table … a grin appears and his hands whip in surrender in the air “I’m screwed! Shame, I really started to doubt myself! ”

“Look,” I say, “and that’s exactly what peer pressure can do to you – no matter how much you try to resist.”

I teach life religion. What’s your superpower?

Modern?

“Zo, met drie schermen tegelijk lesgeven? Dan bent u een van de modernere docenten die ik ken – zeker van uw leeftijd.”

Het was een jonge knul. Een gedreven en enthousiast docent in opleiding. Ik vergeef hem zijn belediging en hou me maar vast aan zijn compliment: hij vond me in ieder geval hip en modern.

Echter toen ik vertelde dat ik me door leerlingen had laten overhalen om op TikTok te gaan keek hij weer bedenkelijk.

“Ik vraag me af of we ons als docent moeten verlagen tot dat niveau. We willen toch dat de leerling groeit? Waarom zouden wij dan afdalen?”

“Ik daal niet af om daar te blijven. Ik daal af zodat wanneer ik weer een paar treden hoger sta les te geven, zij het interessant vinden om te groeien naar mijn niveau.

En behalve dat; humor is de meest geweldige starter van de les. Het verbindt en maakt enthousiast.

Maar wees gerust. Ik ga niet dansen.”

Ik vraag me af of hij gerustgesteld was…

“You teach online, using 3 screens? Wow, you are a true modern teacher – especially for your age”

He was a young teacher-to-be… I forgive him his insult. I choose to look at the compliment: I was modern.

But When I told him I allowed my students to talk me into TikTok he hesitated… “Why on earth would you do that? Lower yourself to their level?”

“I don’t lower myself to their level to stay their. I go their to meet them so that when they see me teaching it invites them a little more to grow to my level. And besides, humor is the best way to start your lessons! It connects and makes enthousiastic. But rest assured I’m not dancing.”

I don’t know if he was ok with my answer… who is old now?

Blessed teacher I am

(Scroll down for English)

Buitenles- slecht weer bestaat niet

Het online lesgeven went. Ik ben een gezegend docent met al die leuke leerlingen. Maar na de zoveelste dag en het zoveelste uur lesgeven met 3 schermen tegelijk krijg ik toch nog vierkante ogen en een houten achterwerk.
En dan werk ik nog maar parttime. Hoe moet dit voor mijn stuudjes zijn?

Het is de wereld op zijn kop. Dus zet ik ook mijn werkvormen voor tijdens de les maar even op de kop. Aankomende week krijgen mijn brugpiepers een opdracht die alleen buiten kan uitgevoerd worden. Wees gerust; volledig gekoppeld aan de lesstof en absoluut Corona-proof.

Even twijfel ik ‘Wat als het slecht weer is?’ Maar in m’n achterhoofd hoor ik mijn marine-zoons in koor: ‘Er is geen slecht weer, alleen slechte kleding.’
Dus zet ik door… zet deze spreuk er nog even bij op het blad.

Wanneer ik klaar ben en even naar buiten kijk zie ik de sneeuwvlokken dwarrelen. Het is bitterkoud. Maar op het pleintje tegenover ons huis is het een drukte van jewelste. Sneeuwballengevecht. En tussen al die kleintjes zie ik een groep tweedeklassers staan. Heerlijk.

En dan zien ze me kijken… even laten ze de ballen voor wat het is en lachen ze me zwaaiend toe. Eventjes bestaat Corona niet.

Ik glimlach en zwaai terug. Wat ben ik toch een gezegend docent.

(Niets missen? Volg me op Insta, FB of LinkedIn : @ saralindenhols)

What a week it was. I must say – I’m getting used to teach online. And I know myself a blessed teacher with so many awesome students! How lucky I am!

But after a few days and even after a few hours … working with 3 screens … my eyes turn square and my behind feels numb.

And I’m not even working fulltime… my poor students… this must be awful to them. Locked inside behind a screen.

The world today feels upside down. So I must turn my way of teaching upside down too. So for the upcoming week my junior high students have to go outside during my lesson. Rest assured: the assignment is corona proof + totally related to the course.

A brief moment I doubt. ‘What if the weather is bad?’ But then – in the back of my mind I hear my navy boys say ‘No such thing as bad weather, only bad clothing.” So I add this quote as a friendly reminder to the assignment before I upload it.

When I’m done I take a peek outside… it’s snowing. And in front of our house a bunch of kids are playing and throwing snowballs. Among them I see several of my students.

This is awesome. I love to see them this happy… playing around. For a moment there is no Corona.

Then they see me watching. For a brief moment they stop playing … with big smiles they wave at me.

I smile and wave back. Yes… what a blessed teacher I am.

Follow me on Instagram, Facebook or linkedIn! (@saralindenhols)

To teach is to see

(For English translation: scroll down)

Het begon ooit met een leerling die zijn huiswerk op een wit shirt maakte… het verhaal hoe dat zo kwam bespaar ik je even. Maar geheel ondoordacht en impulsief bombardeerde ik de knul tot ‘levensbeschouwelijke’ leerling van de maand.

Zijn huiswerkshirt hing ik op in mijn lokaal en een foto van hem plakte ik er op dat de kastdeur.  Glunderen dat hij deed.

Bij het verstrijken van die bewuste maand werd ik er door menig leerling op geattendeerd dat ik wéér iemand moest kiezen. Sommige leerlingen droegen namen aan, anderen vooral zichzelf.  Een traditie werd geboren.

Soms koos ik er 2 tegelijk, een enkele keer een groepje vrienden… mijn keuze was altijd compleet willekeurig, natte-vinger-werk en totaal niet gebaseerd op cijfers of bepaalde prestaties. (Behalve dan die ene keer dat ik me liet omkopen met zelfgebakken kniepertjes, maar dat gaf ik gelijk open en eerlijk toe en ik beloofde met hand op het hart dat het nooit meer zou gebeuren.)

Dat deze titel zo felbegeerd zou worden had ik nooit verwacht. En ook de gedachte dat alleen brugklassers het tof vonden bleek verwerpelijk. Enkele leerlingen uit VWO 5 voerden zelfs heftig campagne, wilden dat ik ook een leerling van het jaar zou uitkiezen.

Ze krijgen er niets voor. Behalve een eervolle vermelding op social media (wat zegt dat nu) en hun foto op de kastdeur.  Maar ze vinden het prachtig.

Los van hun cijfers, los van school, gewoon om wie ze zijn: leerlingen verlangen ernaar echt gezien te worden. De één misschien meer dan de ander maar allemaal hebben ze het nodig.

Alleen al de opmerking ‘Ik zet je alvast op mijn lijstje voor kanshebbers’ doet ze groeien.  En het mooie: mijn ‘zien’ doet hen elkaar ‘zien’.

Levensbeschouwelijke Vorming; ik ‘zie’ ze één keer in de week. 

Volg me voor meer onderwijs anekdotes op LinkedIn, of op Instagram. Let’s get connected!

It once started with a student who made his homework on a white shirt … I’ll spare you the details of but completely recklessly and impulsively, I made the kid ‘student of the month’. I hung his homework shirt in my classroom – for everyone to see-  and stuck a picture of him on the closet door. Beam that he did!

At the end of that month many students reminded me that I had to choose someone again. Some students suggested names, others mainly themselves. A tradition was born.

Sometimes I chose 2 at the same time, sometimes a little group of friends … my choice always was completely random and -not at all- based on numbers or certain achievements. (Except the one time when I got bribed with home-baked cookies, but I immediately admitted that openly and honestly and promised with all my heart that it would never happen again.)

I never expected this title to be so coveted. And the thought that only seventh graders liked it turned out to be reprehensible. Some senior high schoolers even campaigned fiercely, wanted me to choose a student of the year too.

They get nothing when they ‘win’. Except an honorable mention on social media and their photo on the cupboard door. But they love it.

Regardless of their grades, regardless of school, just because of who they are: students really long to be seen. Some may be more than others, but they all need it. The mere comment “I’ll put you on my contenders list” makes them grow. And the great thing: my “seeing” makes them “see” each other. They applaud when someone gets the title …

Some call it ethical education, others call my course life philosophy or religion… but I’ve been teaching it for 18 years now. Teaching = I ‘see’ my students once a week.

(Follow me on LinkedIn – let’s get connected- and on Instagram. I’ld love a comment, share or follow)

Onzeker in de klas / rocky class

(Scroll down for English translation – please note that English isn’t my native language so translation won’t be perfect.) 

Kernkwadrant_NLDe innerlijke worsteling werd angstvallig verstopt. Maar ik zie het in de gespannen trekjes om zijn ogen en kan het niet laten. “Ik zie dat het je wat doet.”  De tranen wellen wanneer hij haast fluisterend spreekt: “Maar ik zie alleen de tekortkomingen mevrouw, en dat zijn er veel.” Mijn hart staat even stil. Met moeite bedwing ik mijn eigen tranen. Hoe is het mogelijk dat jonge mensen soms zo verblind worden door zogenaamde onmogelijkheden? Het is zijn gevoel, zijn waarheid dat er zoveel is waarin hij faalt. Hij staat nooit op de voorgrond en geeft anderen altijd de ruimte die hij stiekem zelf ook wel eens wil innemen. Zijn inzet en motivatie zijn torenhoog maar slagen er niet in van hem een hoogvlieger te maken.  Het hoogst haalbare is hem niet hoog genoeg. En dus zwemt hij in het eeuwige gevoel van net-niet-goed-genoeg-zijn.

Hoe open ik zijn ogen zodat hij de schoonheid in zijn eigen waarde ziet? Hem ongelijk geven zou zijn gevoel slechts bevestigen. Het gezellige geroezemoes van de klas sluit ik buiten, ik hurk neer naast het tafeltje en focus. Ergens hoor ik de bel en de klas komt in beweging. “Maar zie je, achter elke tekortkoming schuilt een kwaliteit, altijd. Zonder valkuilen geen kwaliteiten. Kom, laten we er samen even naar kijken.” Ik hoor de wanhoop in zijn stem wanneer hij vertelt over de valkuilen die hem op dit moment het meest frustreren.

road ahead unclearTerwijl de volgende klas alweer aan de deur staat te wachten kijken we aan de hand van de kernkwadranten naar zijn overgevoeligheid en onzichtbaarheid. In een mum van tijd komen we uit bij ‘gevoelig / inlevend’ en ‘bescheiden’. “Maar mevrouw, wat heb ik daar nou aan?” Ik hoor en zie wanhoop. “Mensen als jij houden deze wereld leefbaar. Mensen als jij zijn nodig om de grote denkers en durfallen in toom te houden zodat ze niet over anderen heenlopen. Jouw kwaliteiten zijn nodig omdat je door je inlevingsvermogen anderen tot luisterend oor kan zijn. Jij kan anderen helpen om sterk te zijn en te blijven. Zonder jou zou deze wereld er een stukje harder en onpersoonlijker uitzien. Jij bent nodig om mensen menselijk te houden.”

Er breekt iets. In hem maar ook in mij. Maar ik moet professioneel blijven en dus zijn het alleen zijn tranen die vloeien. Langzaam dringt het rumoer van de onrustige groep leerlingen aan de deur tot ons door.  Het moment vervliegt. We maken de afspraak dat hij me deze week nog een keer opzoekt om er op terug te komen. En terwijl een klas vol onstuimige brugpiepers binnenstormt ren ik snel even naar zijn volgende docent en fluister dat hij even tijd voor zichzelf nodig heeft en dus later komt.

Mijn volgende les begint in opperste chaos. Maar voor nu is dat ok.

 

The inner struggle was painfully hidden. But I could see it in the tense traits around his eyes and couldn’t resist the burning question. “I see it moves you?” Tears well when he whispers “But I can only see my shortcomings, and there are many.” My heart stops for a moment. I’m trying not to cry. How is it possible that young people sometimes are so blinded by so-called impossibilities? It is his feeling, his own truth that there’s so much in which he fails. He never asks for attention. always gives others the space and attention he secretly needs. His dedication and motivation are sky-high, but they fail to make him a egghead. The highest achievable isn’t high enough to him. And so he wallows in the eternal feeling of being just-not-good-enough.

Schermafbeelding 2014-10-14 om 23.26.44How can I open his eyes so he sees the beauty of his own value? Telling him he is wrong would only confirm his feeling. I ignore the buzz of the class, squat down next to his table and focus. In a distance I hear the bell and the class starts to move. “Behind every shortcoming there is a quality, always. No qualities without pitfalls. Let’s take a look at it together.”  I hear the desperation in his voice when he talks about the pitfalls that are most frustrating to him.

While the next group of students is already waiting at the door, we look at his hypersensitivity and invisibility. In no time we agree that ‘sensitive / empathic’ and ‘modest’ are the qualities behind hypersensitivity and invisibility. “But ma’am, what’s good about those qualities?” I hear and see desperation. “People like you keep this world liveable. People like you are needed to keep the big thinkers and daredevils in control so they do not hurt themselves or others. Your qualities are necessary because your empathy can be the encouragement others need. You can help others to be and stay strong. Without you, this world would be harder and more impersonal. You are needed to keep people human.”

Something breaks. In him but also in me. But I have to stay professional. The sound of a troubled group of students at the door returns to me. The moment we have evaporates. We agree he will visit me again this week to talk it over again. And as the next class rushes in, I quickly run to his next teacher and whisper that he needs some time for himself and will come in late.

My next lesson starts in utter chaos. But for now that’s ok.

Gelabeld Onderbuikgevoel

Het onderbuikgevoel van de samenleving zegt dat er steeds meer kinderen een labeltje krijgen ; de haast versleten stempel adhd gaat meestal gevolgd door de pot met pillen.  Nog nooit waren er zoveel kinderen aan de medicatie. 

Op social media worden anti-stempel plaatjes en artikels veelvuldig gedeeld en geroemd. Omdat ‘iedereen’ dat onderbuikgevoel als realiteit herkent. 

Maar is dit wel zo? Wat klopt er (niet) aan dit onderbuikgevoel? 
In vergelijking met 15 jaar geleden heb ik nu meer, veel meer ‘label-kindjes’ in de klas.  Waar. Maar de hoeveelheid adhd-stempels vind ik intussen heel erg meevallen.  En medicatie is een taboe zo lijkt het wel. Waar ik vroeger wel een enkele keer een door Ritalin enigszins afgestompt kind in de klas had, zou ik nu soms wensen dat ouders een pilletje overwegen. (Sorry, niet omdat ze druk zijn maar soms domweg onopgevoed brutaal.) 
Maar draai de boel eens om: als we met elkaar vinden dat er teveel labeltjes uitgedeeld worden… aan wie ligt dat dan? Ligt dat dan niet aan de ouders van nu (hand in eigen boezem)?  We willen niet dat ons kind een stempel krijgt maar we willen wel dat het persé op een bepaald -hoog- niveau kan meedraaien.  We vergeten dat er een groot verschil is tussen ‘kunnen’ en ‘aankunnen’ en als ons kind iets niet aankan (wat overduidelijk niet ligt aan zijn cognitie) ligt het dus maar bij ‘het systeem’. Ons huidige schoolsysteem deugd dan niet. 
Ooit gedacht aan de mogelijkheid dat ouders van nu gewoon teveel eisen van hun kind? Vroeger ging een kind ‘simpelweg’ een niveautje lager of deed er gewoon wat langer over. Wat was daar mis mee?? Naar mijn bescheiden mening zijn er nog nooit zoveel (hoog)begaafde kinderen geweest. Maar het onderontwikkelde EQ en het falende copingmechanisme is vooral de schuld van ‘het systeem’. Docenten en scholen moeten zich aanpassen, niet het kind! 

Kijk vooral niet naar jezelf. Kinderen hebben echt geen last van een tv die altijd aanstaat, ze merken er niks van dat mama niet meer van papa houdt en zich liever een poosje richt op haar eigen ontwikkeling. Wat een onzin dat kinderen er ook maar iets van merken dat er nooit meer goed gepraat wordt. En hoezo is vervelen gezond? Volplannen die handel: voorschoolse opvang, school, bso en dan vooral eerst naar zwemles – op maandag dan want dinsdag is het voetbal, woensdag pianoles, donderdag zijn ze bij oma en opa, vrijdag …. 

En geef je kinderen vooral zoveel mogelijk! Verwennen bestaat niet. Leer ze vooral niet dat je moet werken voor geld en waag het niet ze de broodnodige merkkleding, iphone of al dat speelgoed te ontzeggen. Maak ze vooral heel mondig; brutaal en eigenwijs is immers het nieuwe ‘volhardend’. En leer ze vooral dat de wereld aan hun voeten ligt; aanpassen en doorzetten is niet meer nodig. 
Nope, als ze e.e.a. niet ‘aankunnen’ ligt het aan ‘het schoolsysteem’; dat deugt niet … en als het echt niet aan school ligt, is het toch een label en dus weer een probleem van het onderwijs. Maar, vergeef me, dat is slechts mijn onderbuikgevoel.  
(Ps- lees vooral mijn disclaimer

Oorverdovend gefluister 



Ik ben niet vlug boos op leerlingen… Ik doe wel eens boos maar mij er ook zo bij voelen is me in jaren niet overkomen. Maar vandaag was het zover en won eentje de jackpot.  

Dat leerlingen zich een keer storend gedragen is niet raar. Dat doen ze allemaal wel eens. Ze hebben het recht om met vallen en opstaan te leren wat kan en wat niet kan en ook grenzen opzoeken hoort daarbij. 

Wanneer een puber mijn les verstoort toon ik meestal wel geduld maar soms is de maat echt vol, loopt de emmer over, is het genoeg geweest en krijgt de dame of heer in kwestie een standje te verwerken. 

Zo ook vandaag. Minister stoorzender had al een waarschuwing ontvangen en bij het zoveelste gegiebel en gegrap verhef ik enigszins mijn stem en zet hem kordaat op z’n nummer.  

So, bent u ongesteld ofzo?  

Ik wist niet wat ik hoorde… Verbazing, verbijstering en verontwaardiging klonterden samen tot boze proppen die haast oncontroleerbaar door mijn bloedbaan racete.  

Als hij het grappig had bedoeld tot daar aan toe maar zowel de context, als zijn toon en blik  huldden de zinsnede in onbeschofte brutaliteit. 

Mijn wenkbrauwen schoten omhoog, pupillen verwijdden, oogleden knepen lichtjes dicht. Mijn hoofd zette zich in standje hautain en terwijl de klas hoorbaar de adem inhield fluisterde ik dat hij maar beter de klas kon verlaten. 

Blijkbaar communiceerde mijn blik ongekende emoties want met schuldbewust hangende schouders verliet meneer het lokaal. 

Zodra de deur achter zijn gat dichtvalt valt ook mijn boosaardige masker gevolgd door een klassikale zucht van ontlading.

“Mevrouw, ik heb u nog nooit zó boos zien kijken” “Dat u zo rustig bleef?! Die en die had het echt op een schreeuwen gezet.” “U heeft echt zelfbeheersing.” 

Achja…  Zo maak je weer eens wat mee. En voor de ondeugende lezers die zich afvragen of het joch gelijk had; dat wil je niet weten 😉 

Gevalletje ‘ gescheiden ouders’

lvb leerlingBij voorbaat mijn excuus voor deze titel. Maar had ik je aandacht?  Voor je me gelijk afdoet als een ongevoelig en tactloos wezen: Hear me out!

Dat mensen die ooit dolverliefd waren ervoor kiezen te scheiden is ronduit een drama voor ze. De bende van afwijzing, teleurstelling, verwarring, ruzie en frustratie heeft als een kankergezwel de bron van liefde en romantiek geïnfecteerd, beetje bij beetje verdrongen en na een slopende periode het gelukkige huwelijk uitgeschakeld. Dit is vreselijk voor beide partijen. Daar doe ik niets aan af!

Uit elkaar gaan is afschuwelijk, het is een tragedie voor wie eraan ten prooi valt. Maar de échte slachtoffers in het geheel zijn de kinderen. En nee, ik vind niet dat je bij elkaar moet blijven ‘om de kinderen’. Daar doe je niemand een plezier mee en de kinderen nog wel het minst. Ik wil ouders niet beschuldigen, noch het cliché aanboren dat kinderen schuldig denken te zijn, moeten wennen, hun veiligheid kwijt zijn en blablabla. Dat weten we allemaal, toch?  Dat het nageslacht een flinke tik meekrijgt van de echtscheiding is zo een beetje algemeen goed. Niet leuk, maar hé daar groeien ze wel overheen … of niet?

 

Een tijdje geleden besprak ik in havo 4 het thema ‘langdurige relaties’. Alle pubers gaven aan ooit een langdurige relatie te willen. Op 2 na wilden ze allemaal liever trouwen dan ‘blijven samenwonen’.  Maar GEEN van allen had het idee van huis uit mee te krijgen hoe ze aan een langdurige relatie moesten werken.

Trouwen is niet iets wat je 1x doet om je daarna veilig te wanen. Trouwen is een levenslang proces van elke keer weer kiezen voor elkaar. Trouwen is een werkwoord.  Maar wat gebeurt er met de kids als ouders hun ontslag bij elkaar indienen?

 

Beseffen we anno 2015 écht hoe het voor kinderen is? Hebben ouders werkelijk door hoe diep de pijn, afwijzing en verwarring hun kinderen raakt?  Ik vraag het me af. Soms denk ik dat we ons te graag verschuilen achter de façade van de moderne maatschappij, achter de utopie van maakbaarheid.

Al mijn leerlingen (om en bij de 300 stuks op dit moment) houden voor zichzelf een portfolio bij: een levensbeschouwingboek. Aan de hand van allerlei opdrachten leer ik ze stap voor stap naar zichzelf en anderen te kijken, hun gevoelens en gedachten in kaart te brengen, hun eigen denken en doen onder de loep te nemen.  Alles schrijven ze op in hun schrift, wetende dat ik de enige ben die het leest. Het verdriet wat ik zo meekrijg is vaak schrijnend.

 

STOP! Denk nu niet “Ja dat zal vast!” of  “Wat zielig.”  Niet gelijk er overheen lezen en laten passeren!!  Het is méér dan gewoon zielig, sneu of verdrietig. Het is godgeklaagd! Sommige ouders hebben werkelijk geen idee hoe hun kind, zelfs jaren ná de scheiding, nog treurt, zichzelf in slaap huilt, zegt dat het ok is maar ondertussen …

Het ergste is de onderlinge haat en nijd. Opmerkingen over de ‘ex’ die eigenlijk net onder de gordel zijn, het geklaag en gezeur over de ander, de rollende ogen of sprekende blik wanneer het kind iets vertelt over wat de ander zei. Ex-partners blijven hun leven lang (onbewust mag ik hopen) afgeven op de ander en vergeten dat ze daarmee eigenlijk ook afgeven op hun kind.  De kanker van afwijzing ettert door in het hart van het kind. Niet dat deze dat altijd laat merken hoor, daar zijn kinders te loyaal voor. En vraag je het ze: dan zullen ze glashard ontkennen om jouw gevoel te sparen.

  • “Ze hebben niet door dat ik me nog steeds vaak in slaap huil.”
  • “Ik heb een foto van hun trouwdag verstopt en vaak kijk ik daar nog even naar.”
  • “Ik ben blij dat ik haar (nieuwe vriendin van papa) maar 2 weken in het jaar moet dulden. Wat een rotmens.”
  • “Dan zijn ze weer eens boos op elkaar, moet ik alle verwijten aanhoren in de auto, maar tegen elkaar zeggen ze niks. Elke keer weer denk ik dat ik de volgende keer als een bom ontplof maar dat gebeurt nooit.”
  • “De ene week ben ik bij mama en de andere week bij papa, maar mama is altijd boos omdat mijn fiets niet in de auto past. Maar die heb ik wel nodig voor school. Ik kies er toch niet voor om heen en weer te reizen?”
  • “Als papa mij iets wil zeggen mailt hij het. Ik haat dat.”
  • “Als mama iets lelijks zegt over mijn vader heb ik altijd het gevoel dat het over mij gaat. Ik doe alsof het me koud laat maar het maakt me heel somber.”
  • “M’n moeder is ’s avonds helemaal moe van haar werk en gaat na het eten gelijk naar bed. Ik heb nooit iemand om mee te praten of gewoon om samen dom tv te kijken.”

 

In deze samenleving waarin kindjes nogal eens als afgod worden gezien zijn er veel te veel pubers die volwassen geacht aan hun lot worden overgelaten. En dan vinden ouders het raar dat ze geen motivatie hebben om te leren of dat ze zich afreageren in drankmisbruik en/ of wangedrag.

De uitzonderingen daar gelaten: wanneer leerlingen probleemgedrag vertonen, zich brutaal en ongepast gedragen, het ene na het andere onnodig lage cijfer halen,  … ,  dan klinkt ‘gevalletje gescheiden ouders’ vaak eerder realistisch dan ongepast.

Leerlingen & complimenten

blaadje 1Chaos – iedereen loopt alle kanten op – tassen verstopt onder de tafels – opgewonden gekwetter en geklets – geroezemoes en fluisterend overleg – enthousiaste ‘Oh’s en Ahh’s ‘ : M’n leerlingen zijn bezig met een complimentensafari. Op het programma staat een reeks lessen over het belang van complimenten, het herkennen van kwaliteiten en leren het leven positief te beschouwen. In plaats van kaal de theorie door hun strot te douwen onderwerp ik ze eerst aan een stel oefeningen waarbij emoties als twijfel, verwondering en blijdschap inspelen op hun geluksgevoel. En gelukkig werkt het … Naarmate de les vordert stijgt hun enthousiasme en vrolijkheid.  Een sprankelend geluksgevoel waait door de klas.

 

Complimenten werken verbindend. Iemand een compliment geven is niet alleen goed voor de ontvanger, ook de gever heeft er baat bij. Complimenten, groot en klein spelen een belangrijke rol voor wat betreft de eigenwaarde en (zelf)vertrouwen. Complimenten troosten, bemoedigen, geven hoop, moed en kracht. Complimenteren maakt dat de ander zich gezien en gewaardeerd voelt. Complimenteren maakt dat je je richt op de positieve kanten, op de kwaliteiten, op dat wat je zelf mooi, leuk, lief of bemoedigend vindt. Complimenten doen je positiever in het leven staan.

Daarom deel ik op school graag en veelvuldig complimenten uit… In het begin voelde het onwennig en soms zelfs een tikje nep. Soms moest ik een stukje onzekerheid overwinnen om iets te durven zeggen. Maar ik zag dat het ze goed deed, hoe simpel of klein het compliment ook is, je ziet een leerling toch een beetje groeien wanneer je uitspreekt wat je opvalt, wat je ziet…  “Heey, wat zit je haar leuk!” “Zo, ik kan merken dat je goed geleerd hebt, knap van je!” ” Zo, jij ziet er mooi uit vandaag!” ” Ik ben zo trots op je!” “Hoi knapperd, wat leuk dat jij weer in m’n les bent, kom je gezellig voorin zitten?” “Ik wil je even zeggen dat ik je onwijs lief vind, ik heb gezien wat je voor x gedaan hebt, zo lief! Je bent een mooi mens.”  Mijn pauzes gaan soms helemaal op aan complimenteren (en kletsen met leerlingen :P) maar het geeft me energie, maakt me vrolijk en het creëert ook nog een band tussen mij en de leerlingen.

 

blaadje 2Vandaag zette ik mijn klas dus aan het complimenteren. Elke leerling schreef zijn naam in dikke letters op een blad. Met de pen in de hand kregen ze de opdracht om voor elke klasgenoot een gemeend compliment te bedenken en op diens blad te schrijven. Maar – er mochten op 1 blad geen 2 dezelfde complimenten staan. Aanvankelijk schuifelen ze een beetje nadenkend heen en weer, ontdekken ze dat ze elkaar misschien toch niet zo goed kennen als dat ze dachten. Vervolgens ervaren ze dat het niet zo vanzelfsprekend is om iets positief uit te spreken: er is soms een flinke dosis moed voor nodig.  En dan komt het … bij elk compliment wat ze schrijven ontkiemt een zaadje van geluk en groeit de dosis lef. Steeds enthousiaster bedenken ze nieuwe, onuitgesproken, positieve dingen van elkaar. Het gaat er steeds vrolijker aan toe en met plezier lezen ze elkaars complimenten, er wordt gelachen en gegiecheld, geglimlacht en gegrijnsd.

 

blaadje 3Aan het eind van de les, wanneer alle leerlingen hun blaadje met schrift opruimen en de klas uit verdwijnen, verschijnt er een blaadje op m’n bureau. Ongemerkt heeft 1 van mijn pupillen een a4tje met mijn naam tussen die van de anderen gelegd. Wat een schat.

Op mijn keukenkast prijkt nu dit blaadje vol met woorden die me bemoedigen. Complimenten die mijn hart raken, mij me gewaardeerd doen voelen en mijn geluksgevoel verhogen. Ik wilde m’n leerlingen een belangrijke levensles meegeven en ik kreeg er een bemoediging van jewelste voor terug. Wat een heerlijke baan heb ik toch.