(G)een tekentalent?

𝐈𝐤 𝐡𝐞𝐛 𝐠𝐞𝐞𝐧 𝐭𝐞𝐤𝐞𝐧𝐭𝐚𝐥𝐞𝐧𝐭? ⁣

Een wijze Meneer zo een 2000 jaar geleden adviseerde het ons al; dat we meer als kinderen moesten zijn. Waar deze Meneer (Jezus, maar dat is detail) dat op geloof betrekt wil ik het vandaag even doortrekken naar geloven in jezelf. Nee ik verkondig geen nieuwe religie… en ik ga niet preken. Ik wil het gewoon hebben over tekenen. ⁣

Sta me toe uit te leggen wat ik bedoel. ⁣

Nog voor we leerden schrijven, leerden we tekenen. Als peuter en kleuter hielden we houterig onze knuistjes stijf om die dikke krijtjes en krastten enthousiast op het papier… of op de tafel… de vloer… of op het gezicht van een dankbaar jonger slachtoffer. ⁣

Tekenen en kleuren was opwindend, en vage strepen en vlekken werden een zon met een glimlach en een open huis met puntdak. Koppoters veranderden langzaam in stickpoppetjes en we herkenden er trots ons pap en mam in. ⁣

En ineens – ergens tijdens het volwassen worden veranderde onze blik. ⁣

Tekenen was niet langer een wijze van zelfexpressie. Het plezier hebben in het speels uitbeelden van hoe we naar de wereld keken verdween. ⁣

Als puber en jong volwassene kwam de drijfveer om te kunnen presteren. Deels door onderwijs – waar tekenen als ‘vaardigheid’ aangeleerd wordt en waar we de wereld zo realistisch mogelijk moeten kunnen weergeven. We leerden over de ‘regels’ van perspectief, verhoudingen en kleurenleer. ⁣
En anderzijds trokken we ons mogelijk teveel aan van eventuele kritiek, of werden we geremd door ons eigen perfectionisme. ⁣


De meeste volwassenen stopten met tekenen en verkondigden dat ze geen tekentalent hebben. ⁣

Maar het is maar hoe je het bekijkt. ⁣
Wat als we meer op kinderen durven lijken? Wat als we het tekenen weer leren zien als een leuke manier van zelf-expressie en ontspanning? Als een manier van woordeloos ons gevoel communiceren? ⁣

Wat als we het proces weer belangrijker maken dan het resultaat? ⁣

Dan heeft iedereen tekentalent. ⁣

Weer beginnen met tekenen en plezier maken? Je kan nog altijd aansluiten bij de tekenlessen van bikini dames en of dappere dames!


Deze foto is gemaakt door ⁣@jantienruiterfotografie

De kunst van negeren.

Negeren is een kunst. En ja, sommige mensen wil je uit alle macht kunnen negeren en wanneer dat niet lukt lijkt het inderdaad een kunst. Maar dát is niet het type negeren wat ik bedoel.

Ik bedoel het bewust en doelgericht negeren van alle prikkels die op je af komen.  Want boy, wat worden we overladen met een hoeveelheid beelden en geluiden. Zoveel dat we het niet eens meer doorhebben. En wie dat wel door heeft is gelijk ‘prikkelgevoelig’.

Maar wist je dat we in onze huidige samenleving naar schatting evenveel beelden per dag te verwerken krijgen als iemand twee eeuwen geleden in zijn hele leven? Ga eens middenin een winkelstraat staan en kijk een 2 minuten bewust om je heen. Wedden dat er ineens dingen opvallen die je niet eens zag? Maar je brein kreeg het wel te verwerken. Dito voor het eindeloos scrollen op sociale media. We denken ontspannen en onderuitgezakt te zitten, maar eigenlijk zijn we bezig ons brein te overvoeren.

En weet je wat ons brein dan doet? Het gaat elementen uitschakelen. Zaken negeren. Het maakt dat we veel niet meer écht zien. We worden een soort van ziende blind.

Vroegah, in het jaar stilletjes … kon een schilder maanden over 1 kunstwerk doen, wat zeg ik, soms zelfs jaren.  En wanneer zijn schilderij dan eindelijk af was, werd het ergens met veel alure opgehangen.  En de mensen keken.  Ze keken er echt naar.  Niet even zoals wij in een museum, maar herhaaldelijk, met aandacht. Nouja meestal dan.  Want Francesco Del Giocondo vroeg ergens aan het begin van de 16de eeuw aan Leonardo da Vinci om zijn vrouw te portretteren. Zijn derde vrouw, maar dat is detail. Maar Del Frans heeft het schilderij nooit ontvangen. Leo begon er met veel bravoure aan, werkte er maar liefst 3 jaar intensief aan. Maar vond het nooit goed genoeg. Nooit af.

En nu hangt het schilderij in het Louvre. Tenminste, men vermoed dat de Mona Lisa het schilderij is waar het in diverse schrijfsels van Frans en Leo over gaat. . Het hangt nu tussen maar liefst 35000 ander objecten. En wanneer je het wil bekijken sta je hutje mutje op elkaar en krijg je geen 5 minuten om er met volle aandacht naar te kijken. De overdaad maakt dat je niet echt meer ziet wat er hangt. De symboliek en details waardoor het zo een mysterieus schilderij is, gaan zo al snel aan je voorbij.

Voor mensen die snel overprikkeld raken is zo een museum vaak overweldigend. Voor kinderen helemaal. Sowieso zijn veel kinderen een ‘schilderijen’museum vrij snel zat. Voor wie denkt dat het komt omdat de schilderijen ouderwets zijn of dat het niet bij hun belevingswereld aansluit, die heeft het mis. Want of het bij hun belevingswereld aansluit, hangt af van hoe wij het brengen. We moeten kinderen daarnaast ook leren te negeren. En stiekem hebben we daar zelf ook baat bij.

Wanneer ik vroeger mijn kleine draakjes meenam naar één of ander museum, dan gaf ik ze in elke zaal een opdracht. “Kijk even snel naar alles wat hier hangt, en vertel me dan wat het lelijkst is.” Of “Welk schilderij heeft de mooiste dieren?” Of “Welk schilderij is het spannendst?” En wanneer ze me dan elk hun keuze kwamen vertellen dan bekeken we samen die twee schilderijen. En ik vroeg ze naar het waarom. En zo stonden we soms minutenlang over een schilderij te kletsen. Leren kijken.

Die simpele gekke opdracht maakte dat ze heel veel aspecten in schilderijen leerden negeren. Ze leerden onbewust hoe ze de omgeving konden buiten sluiten. Ze leerden echt kijken. En waar we in het begin twee of hooguit drie zalen konden doorlopen zonder een luidruchtig ‘Ik verveeeeel me’, eindigden we zo een keer in het Museon waar ik het eerder zat was dan zij. Lang leve de cafetaria.

Negeren in de kunst is een kunst. Het leert je zien wat je anders niet zag.

Wat is jouw ultieme tip om de overdaad aan prikkels aan te kunnen?

Yes you can

(English: scroll down)

Mevrouw, ik ga dit nooit kunnen.’ ‘Dit red ik niet in een half uur!’

Mijn leerlingen zijn in een lichte shock.  In Magister schreef ik dat we een toets zouden maken maar dat ze er niet voor moesten leren; ze zouden de toets zelf moeten ‘maken’ – als in ‘ontwerpen’.  Desondanks was er een enkeling die zo onzeker werd dat hij ’s avonds toch nog een uur spendeerde om het hoofdstuk een keer extra door te spitten. Een ander kwam zenuwachtig de klas binnen ‘Mevrouw, ik snap het niet, hoe kunnen we een toets maken zonder te leren?’

Elke week zet ik keurig in Magister wat we elke les gaan doen, wat ze daarvoor nodig hebben, wat het huiswerk is enz.  Maar blijkbaar was het deze keer niet helemaal duidelijk.  Welke docent laat zijn leerlingen nu ook zelf de toets ontwerpen? Compleet onlogisch toch?

Nou, helemaal onlogisch vind ik het niet.  Bij aanvang van de les stel ik ze gerust. “Vertrouw op mij, ik leg uit wat je moet doen, en ik help je het te kunnen.” De rust keert enigszins weer; dat zie ik aan de lijven die even wat meer ontspannen op hun stoel onderuit zakken. Ik leg uit wat het verschil is tussen kennisvragen en inzichtsvragen en wat een toepassingsvraag is …  uiteraard met een grapje tussendoor. De klas moet gelukkig lachen (en nee, dat doen ze niet bij al mijn grapjes). Beetje bij beetje gaat de spanning eruit.

Met “Het is niet makkelijk, maar ik geloof echt dat je het kan.” eindig ik mijn pleidooi.  

Vooraan zit er een dame die gelijk de schouders laat hangen. Ik zie vertwijfeling. Langzaam gaat de vinger omhoog.

“Mevrouw, ik ga dit nooit kunnen.”

“Ik denk van wel. Als je niet in jezelf gelooft, geloof dan in mij, en dat ik geloof dat jij het kan.” De vertwijfeling maakt een seconde lang ruimte voor een glimlach maar keert dan weer terug.

“Dit is een oefening.” Ga ik verder, “Het proces van dit te oefenen en te leren is belangrijker dan het resultaat. Durf het proces aan te gaan. Fouten maken mag. Ik geloof echt dat je het wel kan. Begin maar gewoon. Je mag me halverwege om hulp vragen en dan help ik je verder.”  Vertwijfeling sluimert. Zachtjes vervolg ik “Nog voordat je het hebt geprobeerd zeggen dat je het niet kan is een soort van jezelf in de weg zitten. Zelf-sabotage. Gewoon durven en doen. Je kan het wel!” Een dapper knikje volgt.

Achterin verschijnt een nieuwe vinger “Mevrouw, dit red ik niet in een half uur”

“Ik denk van wel, maar neem je tijd en kijk maar hoe ver je komt.”

En dan komt de allerbelangrijkste vraag. Vanuit hun perspectief tenminste: “Mevrouw, is het voor een cijfer?”

“Moet dat? Ik denk dat jullie ook goed je best doen en er veel van leren wanneer het niet voor een cijfer is.”

“Dat denk ik ook, mevrouw”  En in stilte begint de klas te werken.

(En ja ze konden het wel, ook binnen de gestelde tijd!)

Ma’am, I’m never going to be able to do this.” “I can’t make this in half an hour!”

My students are in mild shock. In the electronic learning environment I wrote that we would make a test but that they should not learn for it; they should “make” the test themselves – as in “design”. Nevertheless, there was a few who became so insecure and one still spent an hour in the evening to go through the chapter once more. Another one nervously entered the class “Madam, I don’t get it, how can we make a test without learning?”

Every week I neatly write what we are going to do each lesson, what they need for that, what the homework is, etc in the electronic learning environment. But apparently it wasn’t completely clear this time. What kinda teacher let students design a test themselves? Completely illogical right?

Well, I don’t think it’s completely illogical. I reassured them at the start of the lesson. “Trust me, I’ll explain what to do, and I’ll help you do it.” Peace returns somewhat; I can see that in the bodies that slump a bit more relaxed in their chairs. I explain the difference between knowledge questions and insight questions and what an application question is… of course with a joke in between. The class has to laugh happily (and no, they don’t do that with all my jokes). Little by little the tension disappears.

With “It’s not easy, but I really believe you can.” I end my plea.

In the front there is a lady who immediately lets her shoulders hang. I see despair. Slowly her hand goes up.

“Ma’am, I’m never going to be able to do this.”

“I think you are. If you don’t believe in yourself, then believe in me and that I believe you can do it. ” The despair makes room for a smile for a second, but then returns.

“This is an exercise.” I continue, “The process of practicing and learning this is more important than the outcome. Dare to take the trial. You can make mistakes. I really believe you can. Just start. You can ask me for help halfway through and I will help you. ” Despair lurks. Softly I continue, “Saying you can’t even before you’ve tried it is kind of getting in the way of yourself. Self-sabotage. Just dare and do. You can do it!” A brave nod follows.

In the back a new finger appears “Madam, I can’t make this in half an hour”

“I think so, but take your time and see how far you can get.”

And then comes the most important question. At least from their perspective: “Ma’am, are you giving it a grade? I don’t want to get a C or less.”

“Is it necessary that everything counts? I think you can also do the best you can and learn a lot from it when it is not for a grade.”

“I think so too, ma’am.” And the class begins to work in silence.

(And yes they could, even within the allotted time!)

Chaos enthousiasmeert.

(English : scroll down)

Het is chaos in mijn lokaal. Herstel, nee, er heerst een complexe orde. Het geluid van gegiegel en gegrinnik ontsnapt de mondmaskers. Een frisse wind doet de rolgordijntjes klapperen maar geen van mijn leerlingen heeft daar erg in. Ze zijn te druk met door het lokaal lopen. Voor zover mogelijk uiteraard op afstand. Op hun onderarm plakken gele post-it briefjes. Wil de ander ze lezen moeten ze hun arm strekken… Af en toe dwarrelt zo een post-it op de grond maar ze zijn te waardevol om te laten liggen.

“Ja, hij is van mij! Nu heb ik er al 8!” hoor ik enthousiast. “Nee, want je antwoord was fout loser, teruggeven, lees maar in het boek!” twee koppies duiken in het boek en controleren wie gelijk had. “Ow ja, ok.” En het papiertje wisselt weer van eigenaar.

Aan de andere kant van de klas loopt één van de dames stoutmoedig naar één van de jongens. Want uiteraard, geheel volgens de onbewust geldende normen mengen de genders zich bij aanvang niet. Pas wanneer het niet anders kan zie je dat ze zich met lood in de schoenen naar de andere sekse wagen. Ok, ik overdrijf een beetje. Beetje maar.

“Mevrouw, kijk ik ben de bom! Ik weet gewoon alle antwoorden.” 1 van mijn stuudjes vindt dat ze zichzelf overtroffen heeft. Dat ze de kaartjes allemaal aan de binnenkant van haar jasje heeft geplakt en vervolgens als een lokale potloodventer door de klas loopt negeer ik even. Ze is met de opdracht bezig. Fanatiek. Ik besluit wat olie op het vuur te gooien en verkondig “Nog 3 minuten, dan kijken we wie de meeste kaartjes heeft verzameld. De jongens of de meisjes.” Onmiddellijk bruist er iets. Nee het fanatisme spuit alsof er een pepermuntje in een colafles werd gedropt. Losse flodders verzamelen zich tot twee teams waarbij elk lid de heersende aap op de rots helpt aan nog meer briefjes.

“Wat was jouw vraag?” “Wie is Soren Kierkegaard?” “Oh,” zegt een ander, dat weet ik in het boek staan.” En twee ogen lezen in sneltreinvaart wat er ook alweer te leren viel over deze filosoof. Alles voor een post-it.

De vragen hadden ze elk zelf bedacht en op 3 post-its geschreven. Afpakken mocht alleen als ze het antwoord van andermans vraag wisten. Het boek gebruiken mocht. Het werd zelfs aangemoedigd. Maar toch gloort er triomf in menig ogen wanneer het juiste antwoord zonder boek gevonden wordt.  

De meiden wonnen. Maar de jongens waren niet minder fanatiek. Dus eigenlijk heb ik gewonnen, maar dat zeg ik lekker niet.

(Volg me op instagram, LinkedIn of Facebook: @saralindenhols #crazyteacher) Vanwege privacy verdraai ik soms wat feiten.

My classroom is in chaos. Redress, there’s a complex order. The sound of giggles and chuckles escapes several face masks. The wind makes the blinds flap but none of my students is aware of that. They’re too busy walking around. As far as possible they keep the requiered distance. Yellow post-it notes are stuck on their forearms. Every now and then a post-it drifts to the ground, but they are too valuable to pass up. 

“Yes, it is mine! Now I already have 8! ” Enthousiasm. “Not, your answer wasn’t entirely correct, give it back, read the book!” two heads dive into the handbook to check who was right. “Oh yes, ok.” And the little yellow piece of paper changes hands again. 

On the other side of the class, one of the ladies boldly walks over to one of the boys. Entirely in accordance with the unconsciously applicable regulations, the genders do not mix at the outset. Only when there is no other way they venture to the opposite sex with lead in their shoes. Okay, I’m exaggerating. A bit. Just a bit. 

“Ma’am, look I’m the bomb! I know all the answers. ” 1 of my students thinks she has outdone herself. I ignore for a moment that she has stuck the cards all to the inside of her jacket and walks through class as the local flasher. She’s working on the assignment. Fanaticly. I decide to add some fuel to the fire and announce “Just 3 more minutes and we’ll see who has collected the most tickets. The boys or the girls. ” Immediately, something buzzes. No, the fanaticism sprays as if a peppermint was dropped into a coke bottle. Two seperate teams are formed with each member helping the reigning monkey on the rock to gather more and more notes. 

“What was your question?” “Who is Soren Kierkegaard?” “Oh,” says another, that’s on page 65. ” And two pairs of eyes read at speed what could be learned about this philosopher. 

They each came up with the questions themselves and wrote them on 3 post-its. Taking away was only allowed if they knew the answer to someone else’s question. The book was allowed to use. In fact, it was encouraged. Yet there is triumph in many eyes when the correct answer is found without a check up.  

The girls won. But the boys were no less fanatic. So actually I won, but I’m not gonna tell them. . 

(Follow me on instagram or facebook)

Hou je bek / shut the * up.

Mensen horen zelden het hele verhaal. Meestal horen ze alleen maar dat wat ze willen horen. Tenminste – dat denk ik zo af en toe. En maar al te vaak reageren we vooral of alleen op dat wat we niet goed vinden.

De afgelopen weken spendeerde ik in mijn lessen veel aandacht aan het sociaal-emotionele welzijn van m’n leerlingen. Ze kregen de kans om zich in woord en daad te uiten. En onder het mom van ‘eerst moet eruit wat erin zit’ vond ik het dus niet erg wanneer ze een keertje boos, gefrustreerd of grofgebekt waren. Zodra de boel uitgesproken op tafel lag startten we in het in oplossingen leren nadenken. Er werd wat afgelachen en plezier gemaakt…

En toen kwam de ouderavond.

1 enkele vader wilde me spreken. En ik werd zenuwachtig. Ik heb meer dan 350 leerlingen. Als er dan 1 is die me wil spreken… mijn stagiaire zei nog ‘Het kan toch ook om iets goed gaan?’. Maar mijn ervaring zei me anders. Ouders plannen zelden een gesprek met de docent waar ze het goed vinden gaan.

Een kwartier te vroeg logde ik in. Nu geef ik al 18 jaar les… maar ouderavonden blijf ik vreselijk vinden. Het voelt altijd alsof je op het matje wordt geroepen. Ligt vast aan mij.

Vader en dochter kwamen in beeld. En al heel snel hoorde ik de woorden ‘… ja daar wou ik het over hebben, want daar waren we niet over te spreken…’

Laat ik vooropstellen dat de jongedame een geweldige leerlinge is. Van haar wil je er wel 10 in je klas; altijd enthousiast meedoen, beleefd, sociaal, eerlijk, betrokken. Echt. Het type leerling wat altijd vrolijk je lokaal binnenkomt en jou als docent niet straal voorbij loopt maar vriendelijk groet voor ze gaat zitten.

Dát hardwerkende meisje – had tijdens 1 van de ‘wat-erin-zit-moet-eruit’-opdrachten de woorden ‘hou je bek’ uitgesproken. Ter verdediging: ze speelde een rol. Pruiken en hoeden legde de nadruk op verborgen emoties… En omdat ze aan het vloggen waren was dit op camera vastgelegd. Ze had het in al haar enthousiasme zelf aan haar vader laten zien…

Mea culpa. Dat ik als docent toesta dat een leerling iets dergelijks zegt.

Ik had haar een 10 gegeven voor het zzap-cijfer. (zelfreflectie, zelfredzaamheid – attitude en inzet – probleem oplossend denken) maar waar ging de focus naar?

Hou je bek.

(Oh. Misschien onnodig om te zeggen: Ook deze blog is maar 1 kant vh verhaal – ik verwijs je graag naar mijn Disclaimer 🤪 + vanwege de privacy verdraai ik soms wat feiten.)

People rarely hear the whole story. Usually they only hear what they want to hear. And too often we only react to what we don’t like.

In the past few weeks, I’ve spent a lot of time taking care of the social-emotional well-being of my students. During lessons they were given the opportunity to express themselves in word and deed. And under the guise of “get out what’s in it first,” I didn’t mind when they were a little angry, frustrated or even a little rude. As soon as they expressed their true feelings, we started learning to think in terms of solutions. There was a lot of laughing and having fun involved …

And then came the parents’ evening.
1 single father wanted to speak to me. And I got nervous. I have over 350 students. If there is one person who wants to talk to me … my intern said “It could also be a good thing, right?”. But my experience told me otherwise. Parents rarely schedule a meeting with the teacher when things are done well.

I logged in fifteen minutes early. I’ve been teaching for 18 years now … and still this part of my job is the worst. It always feels like you have to defend yourself while fighting for their kids…

Father and daughter appeared on my screen. It didn’t take long before I heard the words “… yes I wanted to talk about that, because we were not happy about that …”

Let me say upfront : the young lady is a wonderful student. You want 10 of her in your class; always enthusiastic, polite, social, honest, involved. For real. The type of student who always happily enters your classroom and greets you friendly before she sits down.

That hard-working girl – had uttered the words “shut the * up” during one of the “what’s-in-must-out” assignments. In my defense, she played a part. Wigs and hats emphasized hidden emotions … And because they were vlogging this was captured on camera. She had shown it to her father in all her enthusiasm …

Mea culpa. That I, as a teacher, allow a student to say something like that.

I gave her a 10 for the ssap-grade. (self-reflection, self-reliance – attitude and commitment – problem-solving thinking) But where did the focus of the parents go?

Shut the * up.

Lockdown onderwijs

Op verzoek heb ik dit filmpje van instagram ook op youtube gezet. Omdat ook onze pubers gehoord moeten worden.

Delen mag.

Mijn instagram: @ saralindenhols

Levensbeschouwing

Levensbeschouwelijke Vorming

Yes! We mogen weer!
Het nu nog lege lokaal wordt volgende week weer (deels) gevuld. Het #thuisonderwijs voor ‘mijn’ pubers duurde langer dan een zomervakantie… verhoudingen binnen de klas verwaterden, achterstanden werden opgebouwd, de zelfredzaamheid nam gelijk met de motivatie af.

Maar straks mag ik mijn stuudjes weer ontvangen! Het real-life lesgeven gaat eindelijk weer van start. Waar aan het begin van elk schooljaar de aandacht vooral gaat aan het elkaar (weer) leren kennen zal dat ook deze keer weer het geval zijn.

Helemaal met mijn vak vind ik dat ik moet inspelen op het onderliggende gevoel. Voor deze jonge volwassenen-in-wording is het zó belangrijk om gezien, gehoord en begrepen te worden. Hun perspectief en ervaringen doen ertoe. Ongewild en niet altijd even bewust hebben de maatregelen en het thuis zitten enorme invloed op hun kijk op het leven. Het #perspectief waarmee ze het schooljaar startten zal niet langer hetzelfde zijn.

Dus vóór we enthousiast de boeken in duiken moet hier aandacht voor zijn.
Dus de eerste lessen gaan we samen tekenen, praten, vloggen en reflecteren. Want ook dat – of misschien juist dat- is #LevensbeschouwelijkeVorming.

Geen vak om op te bezuinigen. Just saying.

Modern?

“Zo, met drie schermen tegelijk lesgeven? Dan bent u een van de modernere docenten die ik ken – zeker van uw leeftijd.”

Het was een jonge knul. Een gedreven en enthousiast docent in opleiding. Ik vergeef hem zijn belediging en hou me maar vast aan zijn compliment: hij vond me in ieder geval hip en modern.

Echter toen ik vertelde dat ik me door leerlingen had laten overhalen om op TikTok te gaan keek hij weer bedenkelijk.

“Ik vraag me af of we ons als docent moeten verlagen tot dat niveau. We willen toch dat de leerling groeit? Waarom zouden wij dan afdalen?”

“Ik daal niet af om daar te blijven. Ik daal af zodat wanneer ik weer een paar treden hoger sta les te geven, zij het interessant vinden om te groeien naar mijn niveau.

En behalve dat; humor is de meest geweldige starter van de les. Het verbindt en maakt enthousiast.

Maar wees gerust. Ik ga niet dansen.”

Ik vraag me af of hij gerustgesteld was…

“You teach online, using 3 screens? Wow, you are a true modern teacher – especially for your age”

He was a young teacher-to-be… I forgive him his insult. I choose to look at the compliment: I was modern.

But When I told him I allowed my students to talk me into TikTok he hesitated… “Why on earth would you do that? Lower yourself to their level?”

“I don’t lower myself to their level to stay their. I go their to meet them so that when they see me teaching it invites them a little more to grow to my level. And besides, humor is the best way to start your lessons! It connects and makes enthousiastic. But rest assured I’m not dancing.”

I don’t know if he was ok with my answer… who is old now?

Blessed teacher I am

(Scroll down for English)

Buitenles- slecht weer bestaat niet

Het online lesgeven went. Ik ben een gezegend docent met al die leuke leerlingen. Maar na de zoveelste dag en het zoveelste uur lesgeven met 3 schermen tegelijk krijg ik toch nog vierkante ogen en een houten achterwerk.
En dan werk ik nog maar parttime. Hoe moet dit voor mijn stuudjes zijn?

Het is de wereld op zijn kop. Dus zet ik ook mijn werkvormen voor tijdens de les maar even op de kop. Aankomende week krijgen mijn brugpiepers een opdracht die alleen buiten kan uitgevoerd worden. Wees gerust; volledig gekoppeld aan de lesstof en absoluut Corona-proof.

Even twijfel ik ‘Wat als het slecht weer is?’ Maar in m’n achterhoofd hoor ik mijn marine-zoons in koor: ‘Er is geen slecht weer, alleen slechte kleding.’
Dus zet ik door… zet deze spreuk er nog even bij op het blad.

Wanneer ik klaar ben en even naar buiten kijk zie ik de sneeuwvlokken dwarrelen. Het is bitterkoud. Maar op het pleintje tegenover ons huis is het een drukte van jewelste. Sneeuwballengevecht. En tussen al die kleintjes zie ik een groep tweedeklassers staan. Heerlijk.

En dan zien ze me kijken… even laten ze de ballen voor wat het is en lachen ze me zwaaiend toe. Eventjes bestaat Corona niet.

Ik glimlach en zwaai terug. Wat ben ik toch een gezegend docent.

(Niets missen? Volg me op Insta, FB of LinkedIn : @ saralindenhols)

What a week it was. I must say – I’m getting used to teach online. And I know myself a blessed teacher with so many awesome students! How lucky I am!

But after a few days and even after a few hours … working with 3 screens … my eyes turn square and my behind feels numb.

And I’m not even working fulltime… my poor students… this must be awful to them. Locked inside behind a screen.

The world today feels upside down. So I must turn my way of teaching upside down too. So for the upcoming week my junior high students have to go outside during my lesson. Rest assured: the assignment is corona proof + totally related to the course.

A brief moment I doubt. ‘What if the weather is bad?’ But then – in the back of my mind I hear my navy boys say ‘No such thing as bad weather, only bad clothing.” So I add this quote as a friendly reminder to the assignment before I upload it.

When I’m done I take a peek outside… it’s snowing. And in front of our house a bunch of kids are playing and throwing snowballs. Among them I see several of my students.

This is awesome. I love to see them this happy… playing around. For a moment there is no Corona.

Then they see me watching. For a brief moment they stop playing … with big smiles they wave at me.

I smile and wave back. Yes… what a blessed teacher I am.

Follow me on Instagram, Facebook or linkedIn! (@saralindenhols)

Online lockdown

Kom op, dit kan jij. Dit doe jij ‘even’. Met 18 jaar aan ervaring in je zak moet je dit ook wel kunnen. Je kan goed lesgeven, hebt een leuke band met de leerlingen… dit kan jij!

De eerste lockdown ging compleet aan mij voorbij. Ik was te ziek om er ook maar iets van mee te krijgen.

Dus deze tweede lockdown is mijn eerste. Ik heb intussen al wel maandenlang kunnen oefenen met het real life lesgeven terwijl je tegelijk ook online bent. Maar compleet online lesgeven had ik nog nooit gedaan.

Maar voor alles is een eerste keer, en je bent nooit te oud om te leren, dus ik dacht ‘dat fix ik even’.

Misschien was ik een tikkeltje naïef.

Een tikkeltje maar.

Ik heb deze week maar 43 keer gezegd ‘Ik zie je niet, graag je camera omlaag, oh kijk, nu jij verschijnt wordt mijn scherm ineens zoveel mooier.”

Ik heb me maar liefst 14x belachelijk gemaakt door openlijk toe te geven dat ik vierkante ogen kreeg en een houten kont, om vervolgens de les te beginnen met wat gymoefeningen. Gymoefeningen: samen de kabouter Plop dans doen. Niet educatief, wel effectief en de (meeste) brugpiepers vonden het hilarisch.

Ik heb me bij tenminste 2 lessen niet geërgerd aan de gebruiksonvriendelijkheid van Teams. Maar heb inmiddels LessonUp ontdekt. Dus ook ik leer weer nieuwe dingen.

Ik leer nu ook dat online lesgeven een lading administratie met zich meeneemt. Want leerlingen mailen nu niet alleen hun vragen, ze sturen ook berichtjes via Magister en hebben de privéchat van Teams ontdekt. En hoezeer je ook herhaalt dat het werk via de elo moet worden ingeleverd: ik blijf het ontvangen via alle 3 de eerder genoemde mediums. Alles behalve via de elo. Maar ach… zo leer ik multitasken. En puzzelen.

Oh ja, en ik heb er maar 1 leerling uitgestuurd deze week. Ja, digitaal wel te verstaan. En met ruim 350 leerlingen op mijn lijstje vind ik dat een hele prestatie. Want – in my defense- leerlingen kunnen ook online klieren. En ook al stuur ik in real life haast nooit een leerling de klas uit: na herhaaldelijk waarschuwen werd mijn lontje danig aangestoken door vage Arabische teksten in de chat, terwijl ik nog zo had gezegd de chat niet te gebruiken. Vervolgens, toen ik er wat van wilde zeggen, werd ik ook nog eens herhaaldelijk gemute.

Dus voor alles is een eerste keer en hup; weg was meneer.

En dan komt er ineens een privéberichtje via de chat… “Mevrouw, u deed het goed hoor.”

“Come on, you can do this. It will be a piece of cake”.

With 18 years of experience, you should be able to do this too. You are a good teach’ … you can do this! ”

The first lockdown completely passed me by. I was too sick to notice how it affected teachers.

So this second lockdown is my first. I have been able to practice for months with real life teaching while also teaching online simultaneously. But I had never experienced the ‘completely online teaching’ thing.

But there is a first time for everything, and you are never too old to learn, so I thought “I’ll fix that.”

Maybe I was a bit naive.

Just a tad.

Only 43 times this week I said “I don’t see your face, please lower your camera, oh look now that you appear, my screen suddenly becomes so much more beautiful.”

Only 14 times I completely made a fool out of myself by openly admitting that I got square eyes and a wooden butt, and then started the class with some gym exercises. Gym exercises = do the gnome Plop dance. Not educational, but effective and most of my junior high student thought it was hilarious.

In at least 2 lessons I wasn’t annoyed by the user-unfriendliness of the online program Teams (we are obligated to use this one). But I discovered LessonUp – gonna do it my way … So I also learn new things.

I am now also learning that online teaching involves a lot of administration. A lot! Because now students not only email their questions, they also send messages via Magister and have discovered Teams’ private chat. And no matter how often I repeat that the work must be submitted via the ELO: I continue to receive it via all 3 of the aforementioned mediums. Everything except via the ELO. But hey … that’s how I learn to multitask. I guess.

Oh yes, and I only told 1 student to hit the road. Yes, digitally that is. And with over 350 students on my list, I think that’s quite an achievement. Because – in my defense – students can also annoy online and this one made annoying an Olympic sport! And even though -in real life- I hardly ever send a student out: after repeated warnings, my fuse was seriously lit by vague Arabic texts in the chat, while I had said not to use the chat. Then, when I wanted to say something about it, I was also repeatedly muted.

So there is a first time for everything and so… my way or the highway. Highway is was.

This week was ‘interesting’ at the least. I am exhausted.

But then suddenly a private message comes through the chat … “Madam, you did well.”