Gemeente Westland ‘parkeert’ gebrek aan veiligheid

 

VerkeerOngeveer anderhalve week geleden melde ik (wederom) het nijpende parkeerprobleem bij de gemeente. Het parkeerhaventje wat achter de bosjes bij de voordeur ligt kan 6 auto’s herbergen. Ruim 10 woningen kijken uit op dit pleintje en van ruim 12 huizen pogen de bewoners hun auto’s hier te stallen. Als je er dan bij optelt dat wij niet de enige zijn met 2 auto’s … een uitdaging dus.

Natuurlijk willen we ook wel iets verderop in de straat parkeren. Alleen staan daar weer andere huizen, met andere bewoners die ook allemaal 1 of 2 auto’s hebben.  Ook de lange Rubenslaan staat merendeel van de tijd bomvol.  Vooral ’s avonds kan je nergens meer parkeren … behalve dan op de stoep. Als ik zo gok staan er ’s avonds – in een straal van 30 meter rondom ons huis- minimaal 6 tot 8 auto’s met grote regelmaat verkeerd en hinderlijk geparkeerd. Ook ik. Maar je kunt nergens anders staan.

 

Toen onze auto voor 2 jaar terug in de fik gestoken werd (deze stond toen ook op de stoep geparkeerd) hadden we enorm mazzel dat de helft van de buren pleite was. De brandweer kon de straat in! Voor hetzelfde geld was dit heel anders geweest en was het niet alleen onze auto die was uitgebrand maar een compleet huizenblok.

Een tijdje geleden was een buurvrouw onwel. Maar de ambulance kon niet tot bij het huis komen. Ambulanciers hebben haar zelfs met brancard en al over de verkeerd geparkeerde auto’s getild. Ze had geen 100 kg moeten wegen …

Zo zijn er voorbeelden te over … en na het brancardvoorval kreeg de gemeente eindelijk door dat er wat moest gebeuren. Maar nee, niet de oorzaak van het probleem wordt aangepakt. De harde werkers in de buurt die zich tot ’s avonds laat voor de samenleving van DIT WESTLAND hadden ingezet konden ’s nachts nergens meer parkeren en zetten zich zoals altijd op de stoep. ’s Ochtends, toen merendeel van de andere harde werkers zich naar hun werk hadden begeven kwam de gemeentebeambte. … ‘Wat is het probleem? Parkeerruimte genoeg!’ en hoppa de slapende foutparkeerders kregen een waarschuwing met de belofte op een boete mocht het weer gebeuren. Zucht.

 

Dus net als een paar jaar geleden trok ik vorige week weer aan de bel. Ik zie namelijk wel mogelijkheden. Zo zou de straat 1 richtingsverkeer kunnen worden en kan een deel van de stoep en straat opgeofferd worden voor parkeerhavens. Een goede architect zou zijn oog kunnen werpen om bepaalde delen te herinrichten. Nouja, ik zie al dat als er een stel lantaarnpalen 2m naar achter gezet worden en er wat groen verplaatst zou worden, dat er zo’n 6 tot 8 parkeerplaatsen bij kunnen … en het groen – wat er niet meer uitziet omdat de gemeente bezuinigd op snoeien en opruimen- is met haar overwoekerde en onkruid liefhebbende status toch een doorn in het oog voor menig bewoner. Datzelfde groen is her en der zo volgroeid dat je op straat niet eens meer goed zicht hebt op wie er van de andere kant aan komt … dus hoezo groenbeleid? Dus, vol goede moed, schreef ik de gemeente. Ze bleken zelfs een leefbaarheids app te hebben wanneer je wat wil signaleren. Maar geheel ouderwets via hun site, volgde ik keurig de aanwijzingen over wat, waar en wie het ging … en diende -binnen het maximale aantal van 1000 woorden!- mijn signalement in.

 

Maar nee hoor. Alle hoop is weg. Net werd ik gebeld door meneer M. Vogelaar (als ik de naam goed gehoord heb).  Laat me wat flarden delen uit een niet zo constructief, soms nogal verhit, doch – ergens- ook wel amusant gesprek:

“Maar op de Rubenslaan is nu toch noch genoeg parkeerplaats?” (Klonk alsof hij er op het moment van bellen stond.)

“Euh, nee, en vooral niet ’s avonds. En je mag niet parkeren bij een kruising of in een bocht – laat die laan daar vol van zijn.”  (Lees: het probleem in de directe buurt werd in ieder geval erkend, verderop ontkend.)

 

“Ja, maar het is een landelijk probleem.” (Later herhaalde hij dat dit een probleem was in héél het Westland.)

“Euh, dus reden te meer om er wat aan te doen?”

“Je kunt dit probleem toch nooit oplossen, sommige bewoners hebben wel 5 of 6 auto’s.”

“Nou, beetje overdreven, maar dan nog, de gemeente kan pogen het probleem in ieder geval te verlichten i.p.v. op te lossen.”  (Lees: probleem groter maken dan het is, loskoppelend van mij als persoon en eindigen in fatalisme)

 

“Ja maar, de gemeente heeft als beleid dat groen niet opgeofferd wordt voor parkeerruimte.”

“Behalve dat het beleid (uit 2006 gebaseerd op cijfers uit 2003!!) misschien nodig geupdate moet worden, zou het groen ook verplaatst kunnen worden. Laat iemand kijken naar een efficiëntere herindeling.”

“Ja maar, dat groen is niet mijn afdeling.”

“O maar ik begrijp dat de gemeente verschillende afdelingen heeft, maar het overkoepelende orgaan ervan heet ‘gemeente’, en er zal daar vast wel ruimte voor samenwerking zijn.” (Lees: afschuiven van het probleem.)

 

“We kunnen er onmogelijk wat aan doen.”

“Ik begrijp dat er heel wat obstakels overwonnen moeten worden, maar ik zou het fijn vinden wanneer er gedacht wordt in uitdagingen en mogelijkheden i.p.v. in onmogelijkheden. Kijk naar wat wel kan.” (Lees wederom fatalisme – of een gebrek aan inzet – wat u als lezer wil.)

 

“Het probleem van veiligheid ligt niet aan de gemeente, maar het fout parkeren van de bewoners.”

“Ik begrijp dat op de stoep parkeren niet mag en dat wanneer hulpdiensten ergens niet kunnen komen, dat door de auto’s komt – die NERGENS anders kunnen staan- maar ik signaleer een veiligheidsprobleem waar de gemeente mogelijk wat aan zou kunnen doen. In ieder geval in mijn ogen.”

“Ja, maar we moeten op allerlei vlakken inkrimpen.”

“Dus eigenlijk zegt u dat geld boven veiligheid gaat?”

“Nee, dat zeg ik helemaal niet.”

“Impliciet dus wel.”

“Helemaal niet.” (wel, niet, wel, niet, … :P) (Lees afschuiven van de oorzaak- of nee, geniet gewoon van de hilariteit van het volwassen gewelles genietes.)

 

 

Anyway het draaide nergens op uit. Alle ideetjes die ik aandroeg (wat mijn baan niet eens is om daarover na te denken- dat was volgens mij toch echt zijn job) werden zonder pardon de goot in geveegd. En natuurlijk snap ik ook wel dat er bezuinigd moeten worden, dat niet alles zomaar kan omdat een gegoede burger wat woorden op papier krabbelt…. Maar bewoners middels parkeerboetes gaan laten betalen omdat je er zelf voor kiest niet te investeren of herverdelen, dat kan niet. Heeft geen nut.  Trouwens, ik vraag me even af: als de gemeente op de hoogte is van een veiligheidsprobleem (al dan niet veroorzaakt door ongehoorzame foutparkerende burgers die op hun beurt de gemeente om hulp hebben gevraagd zodat ze niet ongehoorzaam meer hoeven te zijn) en de gemeente weigert het probleem aan te pakken, kan de gemeente dan aansprakelijk gesteld worden bij ongevallen ed.?

 

Enfin. Ik vond het gesprek stiekem behoorlijk amusant, vooral omdat ik op elk argument een tegenargument had en het heerschap aan de ander kant van de lijn er niks van of mee kon. Tot het moment dat hij me te persoonlijk werd:  “Het is aan de gemeenteraad om besluiten te maken, niet aan mij, en er zijn verkiezingen geweest en u had kunnen kiezen…”

“Bent u nu de oorzaak van het probleem op mij aan het afschuiven omdat ik niet goed gekozen heb?”

“Nou, ik rond dit gesprek af, mijn volgende afspraak staat voor de deur.”

“Euh, u koos ervoor mij te bellen, en nu heeft u geen tijd?”

Nee dat had hij dus niet. Dat was het moment waarop ik pissig werd en heb opgehangen.

 

Zoals manlief zei ‘Ach, sommige mensen zijn niet zo communicatief ingesteld.’  Euh – nee, inderdaad niet. Ze hadden beter mij kunnen aannemen, ik weet het toch altijd beter… Oh nee, daarom zit ik al in het onderwijs. 😛

 

 

owja: critici: lees mijn disclaimer.

Krijgt rouw een plekje in de kerk?

rouwverwerking-en-verdrietRouw, om het verlies van een dierbaar iemand, om iets belangrijk wat je bent verloren, om het verlies van een gelukkige jeugd, omdat je zo gekwetst bent dat je vreest nooit weer jezelf te kunnen zijn…  Echt rouwen. Wie doet het nog? Een potje janken doet iedereen wel eens, meestal gevolgd door snel opstaan en weer doorgaan. Maar jezelf wentelen in je verdriet, toegeven aan je emoties, de tijd de tijd gunnen om alles een plekje te geven, kennen we dat nog? Wanneer leren we bewust hoe we iets moeten doorstaan?

 

Ruim een derde van alle psalmen bezingt verlies, verdriet, angst en teleurstelling. Prediker proclameert dat er overal een tijd voor is, voor zowel vreugde als voor verdriet. Klaagliederen; één en al uiting van verdriet en rouw.  … Wanneer er in de bijbel zoveel ruimte is voor rouw, voor het toestaan van verdriet, voor omgaan met depressie, angst en teleurstelling, waarom mis ik het dan in de zondagse diensten?  Ok, een enkele keer wordt er wel wat aangestipt. Maar wanneer krijgt eea de volle onverdeelde aandacht – ook (juist) in samenzang?

 

Wat zou er gebeuren wanneer we tijdens het zingen net zoveel ruimte geven aan het uiten van verdriet, twijfel, verlies en zelfs haat als dat de Schrift dat doet?  Hoe zou het zijn om met vergelijkbare regelmaat vanaf het podium te horen hoe Elia, Jesaja, Jeremia of talloze anderen aan rouwverwerking deden, hoe ze hun depressie en angstaanvallen overwonnen, hoe ze  – zonder zichzelf uit het oog te verliezen- mensen weer leerden vertrouwen nadat ze op schandalige en bijzonder kwetsende wijze bedrogen werden? Hoe gingen zij om met geweld?

 

FEIT

40% van de vrouwen is ooit slachtoffer geweest van seksueel geweld. Van alle meiden onder de 16 ruim 20%. In 2013 zijn er bij Steunpunt huiselijk geweld 1703 meldingen gedaan over mishandeling van ouderen. Niemand wil het steeds stijgende percentage weten van kinderen die het slachtoffer zijn van fysieke of psychische mishandeling.  Wanneer geweld zó vaak voorkomt … waarom wordt er dan zo zelden over gepreekt: over hoe je jezelf kan beschermen en wat de bijbel je heel praktisch leert in hoe je zou kunnen handelen?  Wanneer wordt er (preventief) bijbelonderwijs gegeven hoe je nare ervaringen kan verwerken, of hoe je anderen daarbij kan helpen?

 

Als het koning David is toegestaan zelfs zijn haat te uiten – waarom wij dan niet? Waarom zingen we alleen maar ‘opwekking’? Waarom geen treurzangen, klaagzangen, of uitingen van twijfel of verwijt?

Waarom is het ‘hip’ om maar alles onder de zogenaamde mantel der liefde te bedekken? Waarom ontkennen we tot in de kerk de ernst en omvang van deze emoties? Wanneer zingen we moderne psalmen als deze:

 

Help! Is er ook een meldpunt voor ‘normale’ kids?

jongereIk geef godsdienst. Dat wil zeggen dat ik ervoor betaald word om voor de klas te staan, de christelijke identiteit van de instelling moet representeren (zonder te evangeliseren) en geacht word de leerlingen wat kennis over godsdiensten bij te spijkeren.  Maar het vak is zoveel meer. Ik noem het ook liever ‘Levensbeschouwing’ omdat ik mijn ‘pubers’ inzicht wil geven in zichzelf, anderen en in (geloofs)groepen. Ik sta stil bij verschillende levensvragen die zich onverwacht, ongevraagd en vaak ongewild zomaar aan je kunnen opdringen. Er is niet 1 lesmethode die ik werkelijk recht vind doen aan het vak en dus ‘verzin’ ik met regelmaat mijn eigen lessen, wanneer mogelijk afgestemd op de actuele noden van m’n leerlingen.

Zo merk ik nu dat het kiezen van een profiel / vakkenpakket menigeen onzeker maakt en ze daardoor gaan twijfelen aan zichzelf. Ongenoegens komen bovendrijven en bij vlagen uit zich dit in onrust en onvrede.

Deze week heb ik al een aantal keer -zomaar ‘tussendoor’ – een stel gesprekjes met  leerlingen gehad. Buiten de lessen om uiteraard. In mijn pauzes of soms blijf ik zelfs een uur of langer ‘wachten’ omdat ze vroegen of ik tijd voor ze kon maken.  De één moet thuis erg veel helpen (ook in de zaak), heeft een zieke oma waarvoor gezorgd moest worden en aangezien ouders de Nederlandse taal niet helemaal machtig zijn maar toch een bedrijf hebben moet zij merendeel van de zakelijke brieven schrijven.  Financieel staan ze er nu niet heel goed voor. Ze sliep slecht. (Goh – hoe zou dat komen). Haar cijfers laten toe dat ze kan kiezen wat ze wil. Voor het bedrijf zou iets wiskundig wel handig zijn – maar daar heeft ze niet zo veel mee. “Wat moet ik doen?” “Hoe weet ik wat ik moet worden?”

Een ander worstelt met trauma’s – waar ik nu maar even niet over zal uitweiden.  Vandaag spendeerde ik mijn pauzes aan een leerling die zich door het thuisfront niet geliefd voelt. En voor wie denkt ‘Daar heeft haast elke tiener wel eens last van.’ – hier betreft het geen puberkwestie, dit speelde vorig jaar (en de jaren daarvoor?) ook al – het gevoel is reëel.  Het is voor niemand leuk om nooit te horen ‘Hé hoe was je dag vandaag.” Of om avond aan avond alleen voor de tv te moeten ‘hangen’. Maar voor een puber is het extra erg: middenin je ‘losmakingsproces’ wanneer je volwassen probeert te worden heb je juist een liefdevolle en betrokken omgeving nodig. De basis van waaruit ze hun vleugels horen uit te slaan moet stabiel zijn willen ze niet struikelen of vallen om al klapwiekend en stuntelend te hoeven starten in het leven wat ‘volwassen’ heet.

Het enige wat ik kan bieden is een luisterend oor – wat mij betreft elke pauze weer. Ik kan verwijzen naar de schoolmaatschappelijk werkster, maar vaak sta ik toch dichterbij. Niet in het minst vanwege mijn vak…

Via via hoor ik dat een eersteklasser het thuis ook niet makkelijk heeft. Weer een ander zit in het zoveelste pleeggezin. Nog een ander is extreem vaak ‘ziek’. Add, Adhd, Pdd, Asperger… wanneer een leerling een sticker heeft (en ook die zijn er voldoende) komt daar altijd moeite en worsteling bij kijken.  Menig leerling voelt zich vaak eenzaam en verdrietig (Ok, iets wat bij de leeftijd hoort maar a) dat weten zij vaak niet en  b) dat maakt het niet minder erg), sommigen zijn ronduit down of depressief.

Op facebook zei iemand dat het leek alsof ik steeds minder toekwam aan lesgeven. (Complimenteus bedoeld) En ja, in verhouding ben ik steeds meer tijd kwijt aan ogenschijnlijk onbelangrijke tussendoor gesprekjes. En dat maakt ook dat ik steeds meer tijd kwijt ben om me in te dekken. Als een leerling mij smst of whapt (ja ze hebben mijn 06 – nee dat was niet de bedoeling maar ging ‘per ongeluk’ – en nee, ze hebben er nog nooit misbruik van gemaakt- maar ja: ik anticipeer op hun wijze van communiceren.) anyway – als ik terug sms of whap ben ik continue aan het bedenken hoe ik iets schrijf, welke emoticons ik erbij kan gebruiken of welke beter niet, hoe het over kan komen, hoe ik dit ga uitleggen als ik ervoor ter verantwoording wordt geroepen. enz enz. Heel vermoeiend.

Na elk ‘gesprekje’ ben ik tijd kwijt aan het overwegen of ik dit moet melden of niet, wat ik dan wél doorvertel en wat niet, of ik het vertrouwen van de leerling niet beschaam, of dat het te onbenullig is om door te geven of juist niet …  En bovenop dit alles heb ik soms echt verdriet. Dan huil ik om de tranen die zij moeten huilen, voel ik de pijn die zij voelen. Ben ik boos op deze onrechtvaardige wereld. Zit ik even zelf heel erg slecht in mijn vel. Vanmiddag had ik zo een moment.

Ooit zong ik het lied “Heer raak mijn hart aan” (Opwekking 471)  “Heer raak mijn hart aan, maak mij bereid uw pijn te voelen, uw tranen te huilen, bewogen te zijn … maak mij bereid.” 

En hoezeer ik ook besef dat mijn pubers een luisterend oor kunnen gebruiken… soms wordt het me teveel en heb ik haast spijt dat ik dit ooit oprecht zong. Ik heb toen nooit geweten wat ik met dit lied vroeg … wat ik werkelijk zong … Wat Zijn pijn voelen, Zijn pijn om de gebrokenheid in deze wereld, om het verdriet van deze jongens en meiden, om al het onrecht wat hen overkomt… Zijn pijn voelen, is absoluut niet leuk.