Kankerzooi

Dan heb je de rollercoaster gehad van onderzoeken en toestanden omdat er een kleine tumor in je borst zat – krijg je te horen dat ie goedaardig is en mag je naar huis om een week later een dierbaar iemand aan die ene rotziekte te begraven… Om nog geen week later een chirurg aan de lijn te hebben die aangeeft dat ‘het team’ het niet helemaal eens was met de uitslag. Of ik mogelijk belang had bij een bioptie of dat ik er liever voor koos over een half jaar weer een mammo te doen… Natuurlijk ga je voor de bioptie. Ergens een week later zou hij gepland worden, ik zou vanzelf bericht krijgen. Echter, de volgende ochtend kon ik om mijn voicemail een ziekenhuisassistente horen zeggen “Dit is de assistente van dokter x – wilt u mij zo snel mogelijk terugbellen?”  Het tweede bericht op m’n voicemail was van nog geen 10 minuten later. Exact dezelfde boodschap; of ik zo snel mogelijk wilde terugbellen op nummer y…  Dan krijg je even kippenvel en als je al nekhaar hebt staat dat spontaan recht omhoog. Als ze de eerste keer al onzeker waren – en me nu ineens bellen … ‘Wat is er aan de hand? – heu aan de tiet’  Nou, ‘schrikken’ is nogal een understatement.

Snel teruggebeld om ‘gewoon’ te horen dat ze me de volgende middag graag zagen voor een bioptie – een brief zou te laat aankomen, vandaar het belletje. Allemachtig, je bent al bang voor het ergste, dan krijg je zo een bericht… pff

Anyway – de volgende middag op tijd weer in het ziekenhuis. Krijg je een briefje onder je snufferd waar 1 of andere term op staat van wat de radioloog moet onderzoeken. ‘Lang leve google’ dacht Jurgen toen hij de term intikte op zijn iphone, tot we lazen dat het om een zeldzame woekerende vorm tumor gaat die kwaadaardig kán worden. Op dat moment vervloekte ik het internet. Even begreep ik waarom de boom van kennis over goed en kwaad verboden terrein was voor Adam en Eva …

De radioloog nam in ieder geval uitgebreid de tijd om al onze vragen te beantwoorden – bleek dat de laborant en hij het niet met elkaar eens waren, de één dacht het ene en de ander vond dat niet passen bij het beeld wat hij had. Beeld – het gaat hier om mijn tiet heren! Genoeg ‘beeld’ volgens mij… Maar voor we het wisten stonden we weer buiten. Te wachten. Een week wachten in het verschiet. Onnodig om te zeggen dat ik afgelopen week chaotisch en erg vergeetachtig was… niets kwam uit mijn handen. Het huis verstofte waar ik bij stond. En arme Jur – kermend van de rugpijn- verstofte net zo hard mee.

 

Anyway, vanmiddag stonden we er dus weer.  Het wachten duurde lang. Uiteindelijk word je dan zo een steriel hokje ingeduwd waar je hoort dat het dan toch niets is. Alles wat er zit is goedaardig (vond Jur al al die jaren, maar fijn dat het nu ook medisch bevestigd werd :))

 

Maar het moet nog landen… alles lijkt nog heel onwerkelijk… behalve dan dat ik zo naar de kapper ga. Voorlopig geen chemo voor mij dus kan ik met een gerust hart mn onbenullige centen aan zoiets heel onbelangrijks als een mooi kapsel uitgeven.

Kanker zet je stil

En dan staat je leven ineens helemaal stil. Een afspraak bij de kapper lijkt zinloos en je vraagt je af of je je laarzen niet voor niks naar de schoenmaker hebt gebracht… “Ik ga niet aan een pruik” dacht ik nog. “Blijf ik werken?”  “Als ik kaal word, laat ik ‘2 die is 2 gain’ op mijn hoofd tattoeëren” … Je gedachten gaan alle kanten op en je wordt spontaan een doemdenker; op het ergste voorbereid.

De huisarts schrok zichtbaar. Het ‘knobbeltje’ bleek een hele ‘knobbel’ en ik moest op zeer korte termijn een mammo- en echografie. Hij belde gelijk het ziekenhuis. De volgende dag kon ik al terecht. De enge verhalen over pijnlijke mammo’s had ik al gehoord. Gelukkig vond ik het niet echt pijn doen; maar zodra je denkt ‘Só, das plat” , dan kunnen ze nog platter … Was ik ff blij dat het geen verpleger maar verpleegster was die mijn voorgevel zo dun mogelijk moest zien te knijpen! Ik denk dat ik dat helemaal genant zou hebben gevonden. Uit de echo erna bleek direct dat er heel wat cystes zaten. Het leek wel een druiventros. Maar ze waren allemaal zo klein, dat kon de pijn niet echt verklaren. “Dan maar een punctie” luidde het vonnis. “Zullen we dat ook maar gelijk doen? Of wil je een nieuwe afspraak?” Nee, nog langer wachten zeker, doe maar gelijk, hoewel ik me niet echt kon verheugen op een naald die in m’n tiet zou roeren.

Voor ik het wist stond ik weer op de gang en werd ik voor een afspraak doorverwezen naar de mammapolie (mamma = borst in het latijn – wist ik ook niet). Dan begint het ‘lange’ wachten. Woensdags zou ik de uitslag krijgen.  Ondertussen hoorden we dat een dierbaar iemand – als gevolg van uitgezaaide borstkanker, erg slecht lag en opgenomen werd in het ziekenhuis voor een bloedtransfusie… Het ‘wat als’-scenario werd even heel erg confronterend. Ik kon alleen maar bedenken ‘Waarom ik niet?’ – Waarom zou het mij bespaard blijven en een ander niet? …

Woensdagochtend kwam het verlossende woord; er zat wel een gezwel, maar het was goedaardig. Er hoefde niet geopereerd te worden; het gezwel was van die aard dat er  een kans was dat deze weer vanzelf zou verdwijnen, over een half jaar voor de zekerheid nog een onderzoek… Opluchting. En toch konden we niet echt blij zijn… Els zou het niet halen… Donderdagochtend is ze overleden.

En zo sta je even helemaal stil…