Daar vind ik wat van …

Hier in huis hebben we een gezegde; Daar vind ik wat van. Dat zeggen we over het algemeen wanneer we een zeer uitgesproken mening hebben over een actie of gedachte van een ander. We zeggen het wanneer we het hartgrondig oneens zijn met iemand en wanneer onze eigen mening zo gepaard gaat met emotie dat de kans bestaat dat het veroordelend overkomt. Of dat we de ander onbedoeld in een kwaad daglicht stellen. En dat willen we dan niet. Maar we willen wel duidelijk laten weten dat we niet gediend zijn van de actie of mening van die ander. En dan zeggen we dus ‘Daar vind ik wat van.’

De opmerking ‘Wij vieren geen Halloween, wij vieren het leven, dankzij Jezus die het licht geeft’ …Nou daar vind ik wat van.

Ik heb deze opmerking, of verschillende varianten erop, de afgelopen dagen (en elk jaar weer) meermaals de revue zien passeren op socials. Het levert een tweedeling. Wie is voor en wie is tegen? En is het nu goed of zit jij met jouw mening aan de foute kant en weet ik het beter?

Nu heb ik niets met Halloween. Maar dat heeft helemaal noppes te maken met mijn geloof of mijn christen zijn want ik heb ook helemaal niets met Kerst. Oh jee, een vrouw van de dominee die Kerst geen bal aan vindt… (pun intented). Het is toch echt zo.

Feiten op een rij (en vergeef me mijn heel-kort-door-de-bocht-schrijverij)

◦ Sinterklaas: startte als katholieke christelijke legende en vermengde zich later met Germaanse mythologieën. Het werd een tijd lang gevierd in de kerk als feest waar de rijken iets voor de armen deden. Maar is nu een feest van vooral de rijken en heeft niets meer te maken met kerk.

◦ Halloween: van All hallows eve. Was aanvankelijk een katholieke gedenkdag van de heiligen – op 13 mei, maar werd door Paus Gregorius de zoveelste al in 800-zoveel verplaatst naar 1 november. Dat viel ‘toevallig’ samen met het Keltische Samhein. Hierdoor gingen gevestigde cultuur en verworven godsdienst zich mengen. Lange tijd was de invulling echt katholiek. Hoe het nu gevierd wordt heeft nog weinig te maken met Allerheiligen. Maar net zo min met Samhein.

◦ Kerst: de geboorte van Jezus werd in de eerste paar eeuwen op verschillende data gevierd. De Romeinse kerk wilde daar 1 datum voor. Het werd 25 december. Tijdens de winterzonnewende- die stond toen nog foutief gepland. Velen (inclusief mezelf) hebben heel erg lang geloofd dat deze datum haar oorsprong vond in het Joelfeest (Yule), of dat de datum gebruikt werd om Germanen te kerstenen. Nieuw onderzoek van prof. Dr. P. Van Nuffelen beweert heel wat anders. Maar de Amerikaanse Sinterklaas – de kerstman- deed het hele christelijke aspect van het feest sowieso op haar grondvesten schudden. En nu dragen we foute truien met rendieren, zetten we een kerstmuts op en zingen we ‘All I want for Christmas is you’ van Mariah Carey – tot zover de wijd verbreide zeer christelijke vormgeving.

Mijn punt: tradities veranderen. Dat is een kenmerk van tradities. Nog nooit bleven ze eeuwenlang hetzelfde. Never. Wat AL deze tradities wel met elkaar gemeen hadden, ongeacht hun oorsprong: dat ze gaan over liefde: naastenliefde, verbroedering, ergens samen doorheen gaan, samen naar iets toeleven. En: naar elkaar omkijken (Ja zelfs Samhein).

En wat vergeten we met al onze stellige voor-of tegen meningen; precies dat. En daar vind ik wat van.

Zullen we dat ‘naar elkaar omkijken’ terugbrengen in al onze meningen? Dan maakt het niet uit wat de oorsprong van wat dan ook is; of aan welke kant jij of ik ook staan. Dan hebben we echt iets om samen te vieren.

ID: Ik heb me afgelopen week kostelijk vermaakt in het schilderen van deze pompoenen. Ik had amper een uur de tijd maar ging toch aan de slag. Een beetje in Halloween-sfeer. Love it. Ik gebruikte van Gogh waterverf en mijn Clairfontaine aquarelle boekje. Je kan deze verf en het boekje scoren bij Be Creative Shop – en met de code Saralindenhols krijg je er 5% korting.

DISCLAIMER: Ik heb niets tegen 1 van deze feestdagen. Ik heb er echter ook niet perse iets voor – qua oorsprong dan. Voor wat betreft Halloween: hoe het nu soms gevierd wordt: ik vraag me soms af of kleine kinderbreintjes al genoeg bestand zijn tegen te enge schrik-omstandigheden. Dus vind ik voorzichtigheid wel geboden. Maar daar mag jij gerust anders over denken.

De kunst van negeren.

Negeren is een kunst. En ja, sommige mensen wil je uit alle macht kunnen negeren en wanneer dat niet lukt lijkt het inderdaad een kunst. Maar dát is niet het type negeren wat ik bedoel.

Ik bedoel het bewust en doelgericht negeren van alle prikkels die op je af komen.  Want boy, wat worden we overladen met een hoeveelheid beelden en geluiden. Zoveel dat we het niet eens meer doorhebben. En wie dat wel door heeft is gelijk ‘prikkelgevoelig’.

Maar wist je dat we in onze huidige samenleving naar schatting evenveel beelden per dag te verwerken krijgen als iemand twee eeuwen geleden in zijn hele leven? Ga eens middenin een winkelstraat staan en kijk een 2 minuten bewust om je heen. Wedden dat er ineens dingen opvallen die je niet eens zag? Maar je brein kreeg het wel te verwerken. Dito voor het eindeloos scrollen op sociale media. We denken ontspannen en onderuitgezakt te zitten, maar eigenlijk zijn we bezig ons brein te overvoeren.

En weet je wat ons brein dan doet? Het gaat elementen uitschakelen. Zaken negeren. Het maakt dat we veel niet meer écht zien. We worden een soort van ziende blind.

Vroegah, in het jaar stilletjes … kon een schilder maanden over 1 kunstwerk doen, wat zeg ik, soms zelfs jaren.  En wanneer zijn schilderij dan eindelijk af was, werd het ergens met veel alure opgehangen.  En de mensen keken.  Ze keken er echt naar.  Niet even zoals wij in een museum, maar herhaaldelijk, met aandacht. Nouja meestal dan.  Want Francesco Del Giocondo vroeg ergens aan het begin van de 16de eeuw aan Leonardo da Vinci om zijn vrouw te portretteren. Zijn derde vrouw, maar dat is detail. Maar Del Frans heeft het schilderij nooit ontvangen. Leo begon er met veel bravoure aan, werkte er maar liefst 3 jaar intensief aan. Maar vond het nooit goed genoeg. Nooit af.

En nu hangt het schilderij in het Louvre. Tenminste, men vermoed dat de Mona Lisa het schilderij is waar het in diverse schrijfsels van Frans en Leo over gaat. . Het hangt nu tussen maar liefst 35000 ander objecten. En wanneer je het wil bekijken sta je hutje mutje op elkaar en krijg je geen 5 minuten om er met volle aandacht naar te kijken. De overdaad maakt dat je niet echt meer ziet wat er hangt. De symboliek en details waardoor het zo een mysterieus schilderij is, gaan zo al snel aan je voorbij.

Voor mensen die snel overprikkeld raken is zo een museum vaak overweldigend. Voor kinderen helemaal. Sowieso zijn veel kinderen een ‘schilderijen’museum vrij snel zat. Voor wie denkt dat het komt omdat de schilderijen ouderwets zijn of dat het niet bij hun belevingswereld aansluit, die heeft het mis. Want of het bij hun belevingswereld aansluit, hangt af van hoe wij het brengen. We moeten kinderen daarnaast ook leren te negeren. En stiekem hebben we daar zelf ook baat bij.

Wanneer ik vroeger mijn kleine draakjes meenam naar één of ander museum, dan gaf ik ze in elke zaal een opdracht. “Kijk even snel naar alles wat hier hangt, en vertel me dan wat het lelijkst is.” Of “Welk schilderij heeft de mooiste dieren?” Of “Welk schilderij is het spannendst?” En wanneer ze me dan elk hun keuze kwamen vertellen dan bekeken we samen die twee schilderijen. En ik vroeg ze naar het waarom. En zo stonden we soms minutenlang over een schilderij te kletsen. Leren kijken.

Die simpele gekke opdracht maakte dat ze heel veel aspecten in schilderijen leerden negeren. Ze leerden onbewust hoe ze de omgeving konden buiten sluiten. Ze leerden echt kijken. En waar we in het begin twee of hooguit drie zalen konden doorlopen zonder een luidruchtig ‘Ik verveeeeel me’, eindigden we zo een keer in het Museon waar ik het eerder zat was dan zij. Lang leve de cafetaria.

Negeren in de kunst is een kunst. Het leert je zien wat je anders niet zag.

Wat is jouw ultieme tip om de overdaad aan prikkels aan te kunnen?

Het leed wat ‘seksueel actieve puber’ heet

redenenvoorseksVrolijk om elkaar heen dansend stonden ze daar. Enthousiast alsof ze net een trofee hadden behaald. “Zullen we het haar vertellen” “Nee, joh, nee!” “Waarom niet, kom op?!” Met een smile van oor tot oor laten ze me duidelijk merken een geheim te hebben. Natuurlijk hap ik. “Nou, vertel, wat is er aan de hand?” “Nee, het gaat over X, het is veel te erg om te vertellen!” Het wordt gezegd met een overdreven stuiterende glimlach. Nietsvermoedend zeg  ik ze nogmaals  “Kom op nou, wat mag ik niet weten?” “Nou, als we allemaal 1 zin vertellen, ik ga het niet alleen zeggen…” De 15jarige 3de klasser wipt van het ene been op het andere terwijl hij zijn klasgenoten opjut om samen hun geheim te verklappen.

En dan komt er een verhaal wat me met m’n oren doet klapperen. Slechts  één keer eerder in 12 jaar onderwijs was ik zo van m’n stuk… Destijds was het omdat een 16 jarige dame huppelend m’n lokaal betrad met de enthousiaste mededeling: “Juf, Juf, ik ben dit weekend ontmaagd op de toiletten van Sixflax.” Slik. Daar sta je dan als docent. Al je goed fatsoen, al je normen en waarden, je complete voorbeeldfunctie wordt á la minuut zwaar op de proef gesteld.  “Oh … zo … Euh, tja, wat vond je ervan?” “Helemaal geweldig juf! Ben zo happy!” “Euh, tja, nou, fijn voor je.”

Nee, ik geef dan geen moralistische preek. Nee, ik wijs dan niet op voorbehoedsmiddelen op eigenwaarde of het belang van liefde. Dat zou geen enkel nut hebben.  Liever hou ik de deur van vertrouwen open voor als er iets ergs is …

 

Wat de heertjes me deze week te vertellen hadden was een ware test voor wat betreft mijn psychologisch inzicht,  mijn  reactievermogen en mijn vermogen om zowel empathisch als tactvol als onderwijzend en terechtwijzend te reageren in één. Zucht. A la minute was ik zomaar middenin een mijnenveld beland.

Waar het over ging? Ik zal u de details besparen maar de één had met een grietje gezoend, haar laten vallen, leerling X had haar opgeraapt en ze hadden ergens op een bed van alles uitgevreten…Weer een andere dame had ‘geslikt’ – dat wilden alle meiden toch? En ow ja, leerling X had in de whappgroep van de heren ondoordacht de details van zijn en haar uitvreterij gedeeld. De knullen waren veranderd in hormonaal gefrustreerde haantjes, pikkend op die ene kip…

Even een waas voor m’n ogen. In mijn achterhoofd alarmbellen voor wat betreft de kwetsbaarheid van de dames in kwestie. Voor mij de schaamteloos klikkende pubers. “Waarom vertel je mij dit? Sowieso, dit vertel je toch niet aan een leraar?” “Ja, maar u bent anders. “ “Hoe gaat het nu met meisje Y? Hebben jullie wel door hoe kwetsbaar meiden zijn?” “Ja maar meiden willen dat! Ze willen gewoon slikken” *handgebaar*   … “Sorry hoor, maar weet je hoe dit voor meiden is? Heb je enig idee?” Geen antwoord. “Nou, wanneer je ’s avonds weer bezig bent, hé, vang je kwakje dan eens in een kopje op en slik het zelf door!” –Verbijstering daalt neer – “En dan moet je weten dat je nog niet de smaak van een ongewassen piemel proeft die overdag diverse keren naar wc is geweest  en waarvan de druppels nog tussen het vel plakken.”  – Blikken van afgrijzen –   …

 

Ze zijn 14 en 15 maar seksueel meer dan actief. Ik voel me oud. Toen ik in 6 VWO zat, in een klas met ruim 20 dames en 2 heren, waren er maar 2 dames met ‘het’ bezig … de rest vond dat een schande.  Wat is de tijd veranderd. Ze proberen alles uit, ouders hebben geen idee waar hun kinderen mee bezig zijn. En dat zijn het: kinderen. Kinderen met onvolwassen gedachten, hun sociaal-emotionele ontwikkeling nog verre van voltooid, hun vermogen tot doordacht handelen stuiterend als een ongeleid projectiel tussen de gierende hormonen.

 

En we moeten het allemaal maar normaal vinden … ??

 

 

 

 

Noot: Er volgden uiteraard meer (individuele) gesprekken, er is meer gezegd en gehoord dan hierboven geschreven en ook de meiden ontvingen de nodige zorg.  Vanwege privacy is eea inhoudelijk aangepast.

Bron Foto

Hoop in depressie & onderwijs

hoopAarzelend schuifelt ze naar voor. Tas op de rug, schouders gebogen, ogen gericht op de vloer. Ik zit nog aan m’n bureau m’n spullen op te ruimen en de pc af te sluiten. Dan staat ze daar naast me, onzekerheid straalt van haar gezicht af. Ze redt het niet met haar PTA-opdrachten. Volgende week moeten ze ingeleverd worden maar ze was meer afwezig dan aanwezig … “Heeft u al gehoord over mij?” “Ik heb gehoord dat er wat is, maar niet wat er precies is. Maar je mag het me vertellen als je dat wil.”

Het alom aanwezige gevoel van intense neerslachtigheid. Elke kiempje van potentieel geluk wordt bij pril ontspruiten genadeloos verdelgd door de continue stroom van giftige gedachten. Wie het nooit heeft ervaren heeft werkelijk geen idee van de wanhopige machteloosheid omdat je met geen mogelijkheid kan ontkomen aan het troosteloze verdriet en de eeuwige somberheid. Voor mij staat een puber, een kind van bijna 18 die precies weet hoe het voelt. Op slag huilt mijn hart.

Ik hoor over antidepressiva, antipsychotica en intense behandelingen. Over het soms wel naar school kunnen maar vaker niet. Het drama wat depressie heet houdt haar in zijn macht. Mede-lijden welt in me op. Dit trek ik me aan. Herinneringen aan de perioden dat deze verschrikking mij in zijn greep had borrelen omhoog. Deze intense vorm van somberheid gun je geen enkel kind… “Ik weet wat het is … dit soort innerlijk lijden is erger dan welke fysieke pijn dan ook.”

Instant herkenning. Ik zie het in haar ogen. “Ik weet echt wat het is … zelfs het er niet meer willen zijn … het je afvragen of de wereld niet beter af is zonder je … ik weet het.” Weer een blik van verstandhouding.  “Maar ik weet ook wat het is om eruit te komen. Ik weet ook dat er hoop is. Ik weet dat je eruit kan komen. Er komt een dag dat je geluk het wint van verdriet! Er is altijd hoop!” De woorden stromen als een waterval over mijn lippen terwijl ik me bedenk dat ik al maandenlang met een blaadje rondloop met daarop een oneliner over hoop. Geen idee waarom ik het had geprint en in m’n agenda had gestopt, menigmaal heb ik op het punt gestaan het weg te gooien maar ‘iets’ (God?) hield me tegen. Ik morrel in mijn tas en mompel dat ik haar wat wil geven.  Het groen gelamineerde velletje doemt op en ik herken dat ene enkele zinnetje

‘Hoop is een lichtje in je hart wat vandaag moed geeft en morgen kracht.’ 

“Ik beloof je, er is echt hoop. Ik weet niet of jij gelooft, maar ik wel en ik zal voor je bidden.”  In stilte kijkt ze naar wat ik in haar handen heb geduwd. Na wat een eeuwigheid lijkt kijkt ze op, ik lees ontroering in haar ogen.  “Dit raakt me.” Het komt haast fluisterend over haar lippen. “Dit raakt me.”

 

En terwijl ze de klas uitloopt vinden de tranen van mijn hart een weg naar mijn ogen.

Eerst je partner, dan de kinderen …

gezinIk reblogde vanmorgen een post van een Amerikaanse blogger die het lef heeft om de overdreven zorg voor kinderen aan de kaak te stellen. Volgens hem gaan sommige ouders veel te ver in het verafgoden van hun pupillen. Het mag de kroost vooral nergens aan ontbreken, ze doen ‘alles voor de kids’ en daarmee verwaarlozen ze een belangrijk onderdeel van hun opvoeding: hun kind leren dat ze een heel voldaan gevoel krijgt wanneer ze zelf ergens voor gewerkt of gevochten hebt of ze leren omgaan met teleurstellingen. Ik deel zijn mening. Hoezeer ik ook onderschrijf dat je van je kinderen moet houden en je verantwoordelijkheid als ouder moet dragen… je kan hier stevig in overdrijven.

 

Nog vaker dan deze extreme vorm van je kids centraal stellen zie ik dat ouders zichzelf als stel verwaarlozen. “Hij slaapt alleen maar bij ons in bed” , “Nee, ik doe ze niet zomaar naar de oppas.” ,”Het is veel te leuk om de kinderen erbij te hebben”, “De tijd voor elkaar komt wel weer als ze de deur uit zijn.” “Nee, we kunnen het geld nu beter voor de kids gebruiken.” En zo zijn er excuses te over om niet of te weinig in elkaar te investeren. En dat terwijl je als ouder moet voordoen hoe je je eigen relatie onderhoudt en prioriteit geeft. Ouders hebben hierin een voorbeeldfunctie! En nee dat hoeft niet ten koste van je kids te gaan. Sterker nog: doe je het niet, dán gaat het ten koste van je kinderen! Want hoe wil je je kinderen leren hoe ze (later in het leven, uiteraard liefst zo laat mogelijk) een duurzame relatie kunnen opbouwen én onderhouden wanneer je daar zelf jammerlijk in faalt?

 

Ik zie ze zoveel… de ouders die elkaar uit het oog verliezen. Die ‘omwille van de kinderen’ niet meer investeren in zichzelf als koppel. Jonge mensen die het niet eens meer leuk vinden om met z’n twee uit te gaan, omdat ze niet meer weten wat ze tegen elkaar zouden moeten zeggen of omdat ze zich op zo een avond meer zorgen maken om de kinderen dan om zichzelf. En laten we de excuses van oppas en geld even laten voor wat het is: excuses. Want oppas kunnen / willen regelen is meestal een kwestie van prioriteiten stellen en samen iets ondernemen hoeft echt geen geld te kosten.

 

Hoe graag ik ook mét mijn kinderen op vakantie ga, hoezeer ik er ook van geniet om als gezin e.e.a. te ondernemen: even alleen met manlief op pad is iets waar ik behoorlijk veel waarde aan hecht. Al stel ik het lege-nest graag zo lang mogelijk uit: ik kijk stiekem ook al uit naar de dag dat man en ik met z’n twee genieten van lange avondjes voor de open haard, met z’n twee op reis, met z’n twee kokkerellen, met z’n twee …

 

Wat velen vergeten is dat je behalve de mooie dingen ook de vervelende dingen met elkaar moet delen. En delen is heel wat anders dan VERdelen. Natuurlijk ‘verdelen’ wij hier in huis ook de klusjes: ik hoef me totaal geen drukte te maken over de was en kan mijn vuile kleding heerlijk dumpen in de hoek bij de trap, wetende dat manlief het voor me opraapt, wast, uithangt en opgevouwen weer op mijn kant van het bed legt. Hij hoeft zich daarentegen nooit druk te maken over het soppen van de wc of het dweilen van de vloer en het avondeten komt meestal van mijn hand. Maar daar heb ik het niet over. Hoe je als koppel samen omgaat met de minder leuke kanten van het leven zegt alles over de houdbaarheid van je relatie.  Zo peinst manlief er niet over me alleen naar het ziekenhuis te laten gaan voor één of ander vervelend onderzoek.  Ik accepteer zijn teruggetrokken stilzwijgen voor zolang het goed is voor hem en daag hem daarna uit door samen in actie te schieten.  Wanneer moeilijke gesprekken met derden zich aandienen gaan we deze – waar mogelijk- samen aan, of we bereiden ze in ieder geval samen voor.  Waar moeiten ons overkomt nemen we de tijd om er samen even op uit te trekken, samen uit te waaien in het bos of samen een kopje koffie bij een strandtent te drinken…

Het gevolg van dit SAMENleven is dat je elkaar steeds meer begrijpt, steeds meer emotioneel op elkaar ingespeeld raakt en, niet onbelangrijk, anderen geen kans geeft inbreuk te plegen op je relatie.

 

Nu pretendeer ik niet dat wij het perfecte koppel zijn, dat ons nooit wat kan gebeuren. Natuurlijk zijn wij het ook wel eens grondig met elkaar oneens en spat dat er bij tijd en wijle vanaf. Zonder downs geen ups. Maar dat we elkaar na zo een down-fase weer ‘vinden’ heeft alles te maken met de investering die we op andere momenten hebben gedaan.

 

Juist wanneer je kinderen hebt moet je de momenten van investeren vermenigvuldigen. Altijd eerst voor elkaar kiezen (en pas daarna de kids) en in elkaar investeren zorgt ervoor dat je een stabiele basis legt waarop je als gezin kan bouwen. Zonder die basis is de rest slechts een kaartenhuis wat elk moment in elkaar kan storten.  “Alles voor de kids” begint dus met samen-leven in plaats van naast elkaar leven, in mét elkaar praten ipv tegen elkaar, in elkaars leven delen ipv taken verdelen.  Dus: wanneer je je kinderen écht wilt verwennen, verwen dan eerst je partner.

 

 

bron foto: vriendinnenonline heeft mbt dit onderwerp ook een lezenswaardige column: Het mooiste kado voor je kind.

Geef aub een ons geduld bij dat pakje boter…

huilend kind2Ik ben in tijden niet zo opgefokt thuis gekomen. Voor wie denkt dat het komt doordat ik lekker door de wijk kan scheuren in mn 1.07-bakkie met giga knallende hard rock muziek die door de speakers dendert: nope, daar ligt het niet aan. Man wat een takkewijf vreselijk mens daarnet bij de Lidl.

Veel moest ik niet hebben dus haast ik me zonder karretje door de rijen naar het vriesvak, onderwijl snel wat blikjes energy in m’n tasje kwakkend. (Wees gerust, bij de kassa haal ik alles keurig uit m’n tas om af te rekenen.) Met de lievelingstaart van zoon 2 in m’n handen graai ik nog ff wat feta en kruidenkaas uit het schap en loop met grote passen naar de kassa. Ondertussen word de achtergrondmuziek de hele tijd overstemd door een huilend kind van ik schat een jaar of 6. Ik had het amper door, tot de vrouw voor me er een zogenaamd terloopse opmerking over maakt. De moeder negeert het kind én de opmerking terwijl ze stug alle boodschappen in haar kar laadt. Het mens tussen ons in wipt van het ene been op het andere, rikketikt met haar vingers op de band, zucht een paar keer opvallend en kijkt in het rond wie allemaal ziet hoezeer ze zich ergert aan die jankende kleine.

Wanneer de moeder klaar is geeft ze vriendelijk doch kordaat een hand aan het kind en loopt stilzwijgend naar buiten. Ondertussen bliept de kassa en richt de kassière zich vriendelijk naar de volgende klant; dat heu vreselijk ongeduldig mens (ja ik hou me in). Haar glimlach vervaagt snel wanneer de behoorlijk volslanke dame met warrige pluizenbol haar betoog afsteekt: “Als dat mijn kind was geweest …”

OMG ik denk dat ik ontplof!!… Hoe schandalig het was, belachelijk, dat ze het kind buiten had moeten laten staan of op z’n minst even flink had moeten aanpakken bla bla. ‘Hou je in.’ Spreek ik me inwendig streng toe. ‘Hou je in.’ Ze rekent af en omdat de kassière haar onzeker negeert begint ze uit te halen naar de mensen in de rij naast ons. Hetzelfde commentaar herhaalt zich van voor af aan. ‘Oh boy. Hou je in Saar!’  En dan begint er een onbekende ouwe tang mee te lullen over hoe schandalig het is, de kids van tegenwoordig. De ene vrouw bekt en klaagzangt tegen de andere. Ik kan ondertussen niet afrekenen omdat de kenau vrouw voor me nog in de weg staat met al haar bombarie. En dan gebeurt het; ik hou het niet meer.

“Jij weet helemaal niets. Jij weet niet of haar oma net is overleden. Jij weet niet of het kind een handicap heeft of ze pijn heeft. Jij weet niet of vader het thuis net is afgebold of erger …. Jij weet helemaal niets, dus hou je oordeel voor je en koop liever wat geduld.”

Ik sta te trillen op m’n benen. Het is muisstil. De kassa verderop bliept een paar keer terwijl ik afreken.  Wanneer ik naar buiten ga glimlacht de kassière weer.

 

 

foto van deze blog gepikt.

ouders laten kinderen bedelen bij C1000

Er moet me even wat van het hart. Schande vind ik het. Gelukkig doe ik de meeste boodschappen bij de Lidl – maar wanneer ik bij de C1000 kom erger ik me mateloos aan het gebedel. Ze mogen al niet meer ín de winkel staan van de filiaalleider – maar zodra je de deur uit bent krijg je een zwerm kinderen om je heen die er met elkaar een sport van maken om de Gogo’s uit je handen te bietsen om er vervolgens met moeite een dank je wel uit te persen…

Schooiers zijn het. Het feit dat ouders dit gebedel nog toe staan vind ik het ergst. Dat je je hand ophoudt wanneer je niets hebt en niet kan of mag werken; dat vind ik wat anders. Maar bedelen om speelgoed… waar gaat het heen?

Het is niet meer zoals vroeger. We leven niet meer in dermate armoede dat onze kinderen geen speelgoed meer krijgen. Zelfs in de meeste bijstandsgezinnen tref je tegenwoordig een flatscreen met wifi-uitrusting aan. En als het geen wifi is, dan is er op zijn minst een nintendo, psp, laptop of ander digitaal gadget. De meeste kinderen in Nederland kennen geen armoe! En ik weet wat het is om de touwtjes met moeite aan elkaar te kunnen knopen – en ik zie ook wel dat er ook gezinnen zijn waar het allemaal wat moeilijker gaat. Maar zelfs in die gezinnen zie je dat de kinderen – al zijn ze minder bedeeld dan andere- in wezen niets tekort komen. Kinderen van een jaar of 9 tot 12 ofzo zonder begeleiding laten schooien bij een supermarkt is niet nodig.

Daarbij: de c1000-gogo-bedelaars zien er helemaal niet zo minder bedeeld uit. De trendy kleding en dure schoenen spatten ervan af. En dan heb ik het niet eens over de mooie waveborden waarop ze aan komen glijden, of de prachtige fietsen die ze in afwachting van hun buit ergens hebben neergekwakt. Het excuus van armoede is dus ongeldig…Volgens mij zijn het ook vooral de ‘minder bedeelden’ die hun kinderen een stukje gezonde ‘trots’ bijbrengen hierin.

Ouders: wat leer je je kinderen door dit gebedel toe te staan? Leer je ze dat als je lang genoeg je hand ophoudt, er vanzelf iemand is die medelijden krijgt en jou iets geeft?  Ik weet het – het gaat om een paar domme Gogo’s. Maar het principe blijft staan; je staat je kinderen toe anderen om een kadootje te vragen. Niet eens omdat ze jarig zijn. Niet eens omdat ze niks hebben. Niet eens omdat ze ervoor geklust hebben of een mooi cijfer op hun rapport hebben. Je staat je kind toe om schaamteloos te bedelen terwijl het eigenlijk niets nodig heeft.  …

En iedereen die zijn gogo’s uit zogenaamde goeïgheid afstaat: je doet eraan mee! Je staat het toe. Vroeger luidde het spreekwoord “Kinderen die vragen worden overgeslagen.” … Nu geldt echter: “Kinderen met bedelnap, zijn niet arm maar knap!” Waar gaan ze om bedelen als ze 16 zijn? Of wanneer ze 21 zijn? Jong geleerd is oud gedaan… straks vinden we het nog gek dat er mensen zijn die niet willen werken, maar liever bijstand trekken…

Ik heb het mijn kids altijd ten strengste verboden. Ik heb ze ook altijd verboden om specifieke dingen te ‘vragen’ voor hun verjaardag. Ze mochten alleen uiting geven aan hun verjaardagswensen wanneer er om gevraagd werd.  Want zelfs bij een verjaardag geldt: het is fijn wanneer iemand je iets kado doet, maar het is geen recht waar je om kan vragen; net zo min dat je het mag verwachten van een ander dat ze je een kadootje geven.  En nu ze te oud zijn om zelf nog die domme Gogo’s te willen verzamelen, hou ik die ondingen in mijn tas. Op zondag (of een ander moment) deel ik ze uit aan de kleintjes die er niet om vragen. Kinderen die er bij mij om bedelen krijgen een stug nee. En ik vraag me altijd af: waar zijn de ouders? Want je kan het de kinderen niet kwalijk nemen dat ze hierin niet opgevoed worden …

Zeurend nageslacht? Heerlijke vakantie :)

Springend van hoog naar laag en op en neer,

verend door de knieën en nog een keer.

De één vermaakt zich met een jeu de bal,

de ander pingpongt overal.

 

Als ouders heb je pas écht vakantie wanneer de lieflijke kinders zich het meest vermaken (lees: vergeten de ouders de oren van het lijf te zeuren.) Nou, het lijkt erop dat ons nageslacht zich kostelijk amuseert. Echter, ik koester geen illusies, wij hebben onze soort volharding aangeleerd. Voor wie dit een deugd lijkt; wacht tot deze aangeleerde gave ingezet wordt voor eigen gewin! Het is dat we met grote oren geboren waren, anders zaten er nu nog slechts stompjes…

Nee, het is gezellig. Het grote voordeel van thuis niet alles hebben, mogen of doen is dat op vakantie de meest basale dingen een enorme aantrekkingskracht hebben. Matthias en Nina vermaken zich urenlang op de trampoline, Seth geeft zichzelf bezigheidstherapie door eindeloos met een batje een balletje te pongen en wanneer ze gedrieën, na het voetballen – wat nooit verveelt-, even afvragen wat ze zullen doen, dan trekt de jeu de boules baan. Heerlijk om als ouders grondig decadent midden op de dag een uiltje te knappen. Of om weg te dromen in de wereld van een goed boek (voor Jurgen: een GTA-game op de Ipad).

Waar ik deze paar dagen echter het meest van geniet is om samen met broerlief het naastgelegen bos te verkennen. Met hond Nelson hebben we de meest prachtige paadjes bewandeld en konden we in sfeervolle stilte genieten van het kabaal van de meest prachtige watervallen. Gewoon met z’n twee.

Het was een onverwacht, impulsief idee om samen een paar dagen te kamperen. Maar het bevalt reuze. Het weer glimlacht vertederd en de wolken doen speciaal voor ons een blokje om. De wind, halsstarrig eigenzinnig als ze is, doet ons samen de warmte opzoeken waardoor ze – misschien onbedoeld – ons nog meer van elkaar doet genieten.

 

 

En die stompjes van oren? Vandaag was ons afleidingsmanoeuvre de Roddelbaan: laat die kids één keer met een stoeltjeslift naar boven bungelen om vervolgens met een noodgang naar beneden de suizen en je hebt weer dagenlang geen gezeur. Hopen we dan maar 😉