Van kijken naar een ander groei je zelf geen centimeter.

every time

Je eet geen chocoladecake om daarna de calorieën te berispen… 

Je weet pas hoe de vrucht van de Geest proeft als hij door de fruitpers  gaat…

Je wacht niet met bidden tot de verleiding aan de deur staat, je bidt vooraf dat je haar kan weerstaan…

Het maakt niet uit waarom ellende je overkomt; of het een test van God is, of je zelf de oorzaak bent, of dat iemand jou … het gaat er niet om waar de storm vandaan komt, het gaat erom dat je je erin staande houdt. 

  

Joyce Meyer had vanmorgen weer een paar sterke oneliners. En ja, ik weet dat er behoorlijk wat kritiek rust op haar persoonlijkheid en leer. Ik weet dat de roddels ook de deuren van vele christenen niet voorbij gaan. Ze zou niet theologisch genoeg geschoold zijn … zwemmen in het geld en zelfs een eigen privéjet hebben … ze zou teveel van leer zus en zo zijn …  

Hoewel ik haar theologisch zwak vind en haar preken soms teveel naar welvaartsleer vind neigen:  wees eens eerlijk, wat weten jij en ik werkelijk van haar dat we haar karakter of levensstijl kunnen veroordelen omdat haar leer niet in ons straatje past?  

En voor je haar ‘pakt’ op domme of zelfs ketterse oneliners: elke predikant heeft wel eens (of vaak) een vreselijke preek, zegt wel eens iets waarmee hij of zij de plank volledig misslaat. (Luther wordt ook niet compleet afgeserveerd omdat hij ooit beweerde dat je aan de brede heupen van de vrouw kon zien dat ze gemaakt was om thuis te blijven en kinderen te baren.)  Geen enkele spreker is bij iedereen geliefd en als het om gelduitgaven gaat: manlief hier dacht er ooit een keer over om een hele oude sloopversie van een Porsche te kopen om hem op te knappen, dit wilde ik niet vanwege ‘wat er gedacht zou worden’ als dat ding eindelijk – ooit – een keer glimmend op de oprit zou staan… “We weten in ieder geval waar de collecte naartoe gaat.” Ondertussen heb ik geleerd dat wat je ook doet mensen (ook christenen) altijd wel iets vinden om over te roddelen … nu wordt er hoogstwaarschijnlijk geklept over het feit dat we ‘zo luxe’ op vakantie gaan. Laatst zei iemand me:  “Goh, ik had ook dominee moeten worden.”  mijn repliek:  “Of docent, want ik verdien meer.”  (En ik krijg ook nog meer vakantie, een dertiende maand én een kerstpakket, maar dat terzijde.) Je kan niet in andermans portemonnee kijken, hoe graag je dat ook wil. Als je kritiek zoekt, zal je die altijd vinden…     

Wanneer Paulus in zijn brief aan de Korinthiërs (1:10-12) zegt dat we geen aparte groepen moeten vormen, niet allemaal iets anders over het geloof moeten zeggen en vooral niet moeten zeggen dat we helemaal van die of van die zijn, zegt hij dat niet voor niks. In het geloof moeten we geen goeroes najagen. Natuurlijk kan je een lichte voorkeur (noem het ‘klik’) hebben voor wat betreft spreekstijl of persoonlijkheid. Maar laat het daarbij. Elke bijbelleraar heeft zo zijn stokpaardjes en zijn manier van doen, maar wees je bewust dat het ‘feel good’-aspect bij een preek meer iets zegt over jezelf dan over de spreker. Moet je je iedere keer wel  zogenaamd gezegend voelen na een preek? Laat een écht goede preek je soms niet vreselijk miserabel voelen? Is welvaart en voorspoed altijd een zegen?   

Wat wij mensen als zegen ervaren kan soms juist een vloek zijn, de storm die wij als vloek ervaren is heel misschien wel een zegen … 

Gelukkig maakt het niet uit of het zegen of vloek is: als we ons maar staande houden, als we zelfs onder druk de smaak van de vrucht maar tot uiting kunnen laten komen, als we onszelf maar meer onder de loep durven te nemen dan anderen.

 

Het kind moet niet met het badwater weggegooid worden, al is het badwater nog zo smerig. Dus wat je vanmorgen ook voor preek hoorde, hoe goed of hoe slecht je de spreker vond, wat vond je van de inhoud? Wat doe je met de preek van vandaag om te groeien in discipelschap? Of zelfs al ben je nergens geweest: hoe kan Gods Woord jou geestelijk helpen groeien? 

Nog zo een quote van Meyer:  Het is niet erg om nog niet volgroeid te zijn … als je maar blijft groeien.   En met het kijken naar een ander groei je zelf geen centimeter… (mijn quote)   

Geef aub een ons geduld bij dat pakje boter…

huilend kind2Ik ben in tijden niet zo opgefokt thuis gekomen. Voor wie denkt dat het komt doordat ik lekker door de wijk kan scheuren in mn 1.07-bakkie met giga knallende hard rock muziek die door de speakers dendert: nope, daar ligt het niet aan. Man wat een takkewijf vreselijk mens daarnet bij de Lidl.

Veel moest ik niet hebben dus haast ik me zonder karretje door de rijen naar het vriesvak, onderwijl snel wat blikjes energy in m’n tasje kwakkend. (Wees gerust, bij de kassa haal ik alles keurig uit m’n tas om af te rekenen.) Met de lievelingstaart van zoon 2 in m’n handen graai ik nog ff wat feta en kruidenkaas uit het schap en loop met grote passen naar de kassa. Ondertussen word de achtergrondmuziek de hele tijd overstemd door een huilend kind van ik schat een jaar of 6. Ik had het amper door, tot de vrouw voor me er een zogenaamd terloopse opmerking over maakt. De moeder negeert het kind én de opmerking terwijl ze stug alle boodschappen in haar kar laadt. Het mens tussen ons in wipt van het ene been op het andere, rikketikt met haar vingers op de band, zucht een paar keer opvallend en kijkt in het rond wie allemaal ziet hoezeer ze zich ergert aan die jankende kleine.

Wanneer de moeder klaar is geeft ze vriendelijk doch kordaat een hand aan het kind en loopt stilzwijgend naar buiten. Ondertussen bliept de kassa en richt de kassière zich vriendelijk naar de volgende klant; dat heu vreselijk ongeduldig mens (ja ik hou me in). Haar glimlach vervaagt snel wanneer de behoorlijk volslanke dame met warrige pluizenbol haar betoog afsteekt: “Als dat mijn kind was geweest …”

OMG ik denk dat ik ontplof!!… Hoe schandalig het was, belachelijk, dat ze het kind buiten had moeten laten staan of op z’n minst even flink had moeten aanpakken bla bla. ‘Hou je in.’ Spreek ik me inwendig streng toe. ‘Hou je in.’ Ze rekent af en omdat de kassière haar onzeker negeert begint ze uit te halen naar de mensen in de rij naast ons. Hetzelfde commentaar herhaalt zich van voor af aan. ‘Oh boy. Hou je in Saar!’  En dan begint er een onbekende ouwe tang mee te lullen over hoe schandalig het is, de kids van tegenwoordig. De ene vrouw bekt en klaagzangt tegen de andere. Ik kan ondertussen niet afrekenen omdat de kenau vrouw voor me nog in de weg staat met al haar bombarie. En dan gebeurt het; ik hou het niet meer.

“Jij weet helemaal niets. Jij weet niet of haar oma net is overleden. Jij weet niet of het kind een handicap heeft of ze pijn heeft. Jij weet niet of vader het thuis net is afgebold of erger …. Jij weet helemaal niets, dus hou je oordeel voor je en koop liever wat geduld.”

Ik sta te trillen op m’n benen. Het is muisstil. De kassa verderop bliept een paar keer terwijl ik afreken.  Wanneer ik naar buiten ga glimlacht de kassière weer.

 

 

foto van deze blog gepikt.