Chaos enthousiasmeert.

(English : scroll down)

Het is chaos in mijn lokaal. Herstel, nee, er heerst een complexe orde. Het geluid van gegiegel en gegrinnik ontsnapt de mondmaskers. Een frisse wind doet de rolgordijntjes klapperen maar geen van mijn leerlingen heeft daar erg in. Ze zijn te druk met door het lokaal lopen. Voor zover mogelijk uiteraard op afstand. Op hun onderarm plakken gele post-it briefjes. Wil de ander ze lezen moeten ze hun arm strekken… Af en toe dwarrelt zo een post-it op de grond maar ze zijn te waardevol om te laten liggen.

“Ja, hij is van mij! Nu heb ik er al 8!” hoor ik enthousiast. “Nee, want je antwoord was fout loser, teruggeven, lees maar in het boek!” twee koppies duiken in het boek en controleren wie gelijk had. “Ow ja, ok.” En het papiertje wisselt weer van eigenaar.

Aan de andere kant van de klas loopt één van de dames stoutmoedig naar één van de jongens. Want uiteraard, geheel volgens de onbewust geldende normen mengen de genders zich bij aanvang niet. Pas wanneer het niet anders kan zie je dat ze zich met lood in de schoenen naar de andere sekse wagen. Ok, ik overdrijf een beetje. Beetje maar.

“Mevrouw, kijk ik ben de bom! Ik weet gewoon alle antwoorden.” 1 van mijn stuudjes vindt dat ze zichzelf overtroffen heeft. Dat ze de kaartjes allemaal aan de binnenkant van haar jasje heeft geplakt en vervolgens als een lokale potloodventer door de klas loopt negeer ik even. Ze is met de opdracht bezig. Fanatiek. Ik besluit wat olie op het vuur te gooien en verkondig “Nog 3 minuten, dan kijken we wie de meeste kaartjes heeft verzameld. De jongens of de meisjes.” Onmiddellijk bruist er iets. Nee het fanatisme spuit alsof er een pepermuntje in een colafles werd gedropt. Losse flodders verzamelen zich tot twee teams waarbij elk lid de heersende aap op de rots helpt aan nog meer briefjes.

“Wat was jouw vraag?” “Wie is Soren Kierkegaard?” “Oh,” zegt een ander, dat weet ik in het boek staan.” En twee ogen lezen in sneltreinvaart wat er ook alweer te leren viel over deze filosoof. Alles voor een post-it.

De vragen hadden ze elk zelf bedacht en op 3 post-its geschreven. Afpakken mocht alleen als ze het antwoord van andermans vraag wisten. Het boek gebruiken mocht. Het werd zelfs aangemoedigd. Maar toch gloort er triomf in menig ogen wanneer het juiste antwoord zonder boek gevonden wordt.  

De meiden wonnen. Maar de jongens waren niet minder fanatiek. Dus eigenlijk heb ik gewonnen, maar dat zeg ik lekker niet.

(Volg me op instagram, LinkedIn of Facebook: @saralindenhols #crazyteacher) Vanwege privacy verdraai ik soms wat feiten.

My classroom is in chaos. Redress, there’s a complex order. The sound of giggles and chuckles escapes several face masks. The wind makes the blinds flap but none of my students is aware of that. They’re too busy walking around. As far as possible they keep the requiered distance. Yellow post-it notes are stuck on their forearms. Every now and then a post-it drifts to the ground, but they are too valuable to pass up. 

“Yes, it is mine! Now I already have 8! ” Enthousiasm. “Not, your answer wasn’t entirely correct, give it back, read the book!” two heads dive into the handbook to check who was right. “Oh yes, ok.” And the little yellow piece of paper changes hands again. 

On the other side of the class, one of the ladies boldly walks over to one of the boys. Entirely in accordance with the unconsciously applicable regulations, the genders do not mix at the outset. Only when there is no other way they venture to the opposite sex with lead in their shoes. Okay, I’m exaggerating. A bit. Just a bit. 

“Ma’am, look I’m the bomb! I know all the answers. ” 1 of my students thinks she has outdone herself. I ignore for a moment that she has stuck the cards all to the inside of her jacket and walks through class as the local flasher. She’s working on the assignment. Fanaticly. I decide to add some fuel to the fire and announce “Just 3 more minutes and we’ll see who has collected the most tickets. The boys or the girls. ” Immediately, something buzzes. No, the fanaticism sprays as if a peppermint was dropped into a coke bottle. Two seperate teams are formed with each member helping the reigning monkey on the rock to gather more and more notes. 

“What was your question?” “Who is Soren Kierkegaard?” “Oh,” says another, that’s on page 65. ” And two pairs of eyes read at speed what could be learned about this philosopher. 

They each came up with the questions themselves and wrote them on 3 post-its. Taking away was only allowed if they knew the answer to someone else’s question. The book was allowed to use. In fact, it was encouraged. Yet there is triumph in many eyes when the correct answer is found without a check up.  

The girls won. But the boys were no less fanatic. So actually I won, but I’m not gonna tell them. . 

(Follow me on instagram or facebook)

Onzeker in de klas / rocky class

(Scroll down for English translation – please note that English isn’t my native language so translation won’t be perfect.) 

Kernkwadrant_NLDe innerlijke worsteling werd angstvallig verstopt. Maar ik zie het in de gespannen trekjes om zijn ogen en kan het niet laten. “Ik zie dat het je wat doet.”  De tranen wellen wanneer hij haast fluisterend spreekt: “Maar ik zie alleen de tekortkomingen mevrouw, en dat zijn er veel.” Mijn hart staat even stil. Met moeite bedwing ik mijn eigen tranen. Hoe is het mogelijk dat jonge mensen soms zo verblind worden door zogenaamde onmogelijkheden? Het is zijn gevoel, zijn waarheid dat er zoveel is waarin hij faalt. Hij staat nooit op de voorgrond en geeft anderen altijd de ruimte die hij stiekem zelf ook wel eens wil innemen. Zijn inzet en motivatie zijn torenhoog maar slagen er niet in van hem een hoogvlieger te maken.  Het hoogst haalbare is hem niet hoog genoeg. En dus zwemt hij in het eeuwige gevoel van net-niet-goed-genoeg-zijn.

Hoe open ik zijn ogen zodat hij de schoonheid in zijn eigen waarde ziet? Hem ongelijk geven zou zijn gevoel slechts bevestigen. Het gezellige geroezemoes van de klas sluit ik buiten, ik hurk neer naast het tafeltje en focus. Ergens hoor ik de bel en de klas komt in beweging. “Maar zie je, achter elke tekortkoming schuilt een kwaliteit, altijd. Zonder valkuilen geen kwaliteiten. Kom, laten we er samen even naar kijken.” Ik hoor de wanhoop in zijn stem wanneer hij vertelt over de valkuilen die hem op dit moment het meest frustreren.

road ahead unclearTerwijl de volgende klas alweer aan de deur staat te wachten kijken we aan de hand van de kernkwadranten naar zijn overgevoeligheid en onzichtbaarheid. In een mum van tijd komen we uit bij ‘gevoelig / inlevend’ en ‘bescheiden’. “Maar mevrouw, wat heb ik daar nou aan?” Ik hoor en zie wanhoop. “Mensen als jij houden deze wereld leefbaar. Mensen als jij zijn nodig om de grote denkers en durfallen in toom te houden zodat ze niet over anderen heenlopen. Jouw kwaliteiten zijn nodig omdat je door je inlevingsvermogen anderen tot luisterend oor kan zijn. Jij kan anderen helpen om sterk te zijn en te blijven. Zonder jou zou deze wereld er een stukje harder en onpersoonlijker uitzien. Jij bent nodig om mensen menselijk te houden.”

Er breekt iets. In hem maar ook in mij. Maar ik moet professioneel blijven en dus zijn het alleen zijn tranen die vloeien. Langzaam dringt het rumoer van de onrustige groep leerlingen aan de deur tot ons door.  Het moment vervliegt. We maken de afspraak dat hij me deze week nog een keer opzoekt om er op terug te komen. En terwijl een klas vol onstuimige brugpiepers binnenstormt ren ik snel even naar zijn volgende docent en fluister dat hij even tijd voor zichzelf nodig heeft en dus later komt.

Mijn volgende les begint in opperste chaos. Maar voor nu is dat ok.

 

The inner struggle was painfully hidden. But I could see it in the tense traits around his eyes and couldn’t resist the burning question. “I see it moves you?” Tears well when he whispers “But I can only see my shortcomings, and there are many.” My heart stops for a moment. I’m trying not to cry. How is it possible that young people sometimes are so blinded by so-called impossibilities? It is his feeling, his own truth that there’s so much in which he fails. He never asks for attention. always gives others the space and attention he secretly needs. His dedication and motivation are sky-high, but they fail to make him a egghead. The highest achievable isn’t high enough to him. And so he wallows in the eternal feeling of being just-not-good-enough.

Schermafbeelding 2014-10-14 om 23.26.44How can I open his eyes so he sees the beauty of his own value? Telling him he is wrong would only confirm his feeling. I ignore the buzz of the class, squat down next to his table and focus. In a distance I hear the bell and the class starts to move. “Behind every shortcoming there is a quality, always. No qualities without pitfalls. Let’s take a look at it together.”  I hear the desperation in his voice when he talks about the pitfalls that are most frustrating to him.

While the next group of students is already waiting at the door, we look at his hypersensitivity and invisibility. In no time we agree that ‘sensitive / empathic’ and ‘modest’ are the qualities behind hypersensitivity and invisibility. “But ma’am, what’s good about those qualities?” I hear and see desperation. “People like you keep this world liveable. People like you are needed to keep the big thinkers and daredevils in control so they do not hurt themselves or others. Your qualities are necessary because your empathy can be the encouragement others need. You can help others to be and stay strong. Without you, this world would be harder and more impersonal. You are needed to keep people human.”

Something breaks. In him but also in me. But I have to stay professional. The sound of a troubled group of students at the door returns to me. The moment we have evaporates. We agree he will visit me again this week to talk it over again. And as the next class rushes in, I quickly run to his next teacher and whisper that he needs some time for himself and will come in late.

My next lesson starts in utter chaos. But for now that’s ok.

Het leed wat ‘seksueel actieve puber’ heet

redenenvoorseksVrolijk om elkaar heen dansend stonden ze daar. Enthousiast alsof ze net een trofee hadden behaald. “Zullen we het haar vertellen” “Nee, joh, nee!” “Waarom niet, kom op?!” Met een smile van oor tot oor laten ze me duidelijk merken een geheim te hebben. Natuurlijk hap ik. “Nou, vertel, wat is er aan de hand?” “Nee, het gaat over X, het is veel te erg om te vertellen!” Het wordt gezegd met een overdreven stuiterende glimlach. Nietsvermoedend zeg  ik ze nogmaals  “Kom op nou, wat mag ik niet weten?” “Nou, als we allemaal 1 zin vertellen, ik ga het niet alleen zeggen…” De 15jarige 3de klasser wipt van het ene been op het andere terwijl hij zijn klasgenoten opjut om samen hun geheim te verklappen.

En dan komt er een verhaal wat me met m’n oren doet klapperen. Slechts  één keer eerder in 12 jaar onderwijs was ik zo van m’n stuk… Destijds was het omdat een 16 jarige dame huppelend m’n lokaal betrad met de enthousiaste mededeling: “Juf, Juf, ik ben dit weekend ontmaagd op de toiletten van Sixflax.” Slik. Daar sta je dan als docent. Al je goed fatsoen, al je normen en waarden, je complete voorbeeldfunctie wordt á la minuut zwaar op de proef gesteld.  “Oh … zo … Euh, tja, wat vond je ervan?” “Helemaal geweldig juf! Ben zo happy!” “Euh, tja, nou, fijn voor je.”

Nee, ik geef dan geen moralistische preek. Nee, ik wijs dan niet op voorbehoedsmiddelen op eigenwaarde of het belang van liefde. Dat zou geen enkel nut hebben.  Liever hou ik de deur van vertrouwen open voor als er iets ergs is …

 

Wat de heertjes me deze week te vertellen hadden was een ware test voor wat betreft mijn psychologisch inzicht,  mijn  reactievermogen en mijn vermogen om zowel empathisch als tactvol als onderwijzend en terechtwijzend te reageren in één. Zucht. A la minute was ik zomaar middenin een mijnenveld beland.

Waar het over ging? Ik zal u de details besparen maar de één had met een grietje gezoend, haar laten vallen, leerling X had haar opgeraapt en ze hadden ergens op een bed van alles uitgevreten…Weer een andere dame had ‘geslikt’ – dat wilden alle meiden toch? En ow ja, leerling X had in de whappgroep van de heren ondoordacht de details van zijn en haar uitvreterij gedeeld. De knullen waren veranderd in hormonaal gefrustreerde haantjes, pikkend op die ene kip…

Even een waas voor m’n ogen. In mijn achterhoofd alarmbellen voor wat betreft de kwetsbaarheid van de dames in kwestie. Voor mij de schaamteloos klikkende pubers. “Waarom vertel je mij dit? Sowieso, dit vertel je toch niet aan een leraar?” “Ja, maar u bent anders. “ “Hoe gaat het nu met meisje Y? Hebben jullie wel door hoe kwetsbaar meiden zijn?” “Ja maar meiden willen dat! Ze willen gewoon slikken” *handgebaar*   … “Sorry hoor, maar weet je hoe dit voor meiden is? Heb je enig idee?” Geen antwoord. “Nou, wanneer je ’s avonds weer bezig bent, hé, vang je kwakje dan eens in een kopje op en slik het zelf door!” –Verbijstering daalt neer – “En dan moet je weten dat je nog niet de smaak van een ongewassen piemel proeft die overdag diverse keren naar wc is geweest  en waarvan de druppels nog tussen het vel plakken.”  – Blikken van afgrijzen –   …

 

Ze zijn 14 en 15 maar seksueel meer dan actief. Ik voel me oud. Toen ik in 6 VWO zat, in een klas met ruim 20 dames en 2 heren, waren er maar 2 dames met ‘het’ bezig … de rest vond dat een schande.  Wat is de tijd veranderd. Ze proberen alles uit, ouders hebben geen idee waar hun kinderen mee bezig zijn. En dat zijn het: kinderen. Kinderen met onvolwassen gedachten, hun sociaal-emotionele ontwikkeling nog verre van voltooid, hun vermogen tot doordacht handelen stuiterend als een ongeleid projectiel tussen de gierende hormonen.

 

En we moeten het allemaal maar normaal vinden … ??

 

 

 

 

Noot: Er volgden uiteraard meer (individuele) gesprekken, er is meer gezegd en gehoord dan hierboven geschreven en ook de meiden ontvingen de nodige zorg.  Vanwege privacy is eea inhoudelijk aangepast.

Bron Foto

Science of happiness

Over een paar weken mag ik mijn 4 havo leerlingen lesgeven over ‘geluk’.

Notabene ik… Ik die overgevoelig ben geweest voor somberheid en depressie. Ik met de burn out van nog maar een paar jaar geleden wat het zwaarste dieptepunt ooit was. Ik die er 35 jaar over heeft gedaan om eindelijk een soort van gelukkig te kunnen zijn met mezelf.

Gelukkig met mezelf – dat maakte echt ’n verschil! Tussen haakjes, ik heb het nu even over hoe ik ben, inclusief kwaliteiten zowel als valkuilen. Qua uiterlijk ben ik ‘iets’ minder gelukkig 😅. Dus wie mij wil sponsoren voor wat cosmetische ingrepen kan zich direct melden: ik ontvang u hartelijk. Nee, grapje (niet echt maar toch 😅).

Anyway… Ik mag lesgeven over geluk en over dat wat je gelukkig maakt. Een gedegen voorbereiding was en is dus op z’n plaats. Zo kwam ik tijdens wat onderzoek terecht bij een prachtige reeks filmpjes van Science of happiness waarbij op semi-wetenschappelijke wijze uitgezocht en getest wordt wát een mens nou gelukkiger kan maken. En rara 1 van die filmpjes benadrukt het belang van ‘dankbaar zijn’ als geluksverhogend aspect.

Dus wat ga ik mijn stuudjes leren? Het belang van ‘Je zegeningen tellen’! Nou zo zou het in tale Kanaäns weerklinken… Ik verpak het uiteraard iets anders.

Maar denk nou eens zelf: hoe kan je dankbaarheid aanleren? Hoe train je jezelf om je dankbaarder te voelen? Hoe moet dat, je zegeningen tellen? Het klinkt veel simpeler dan dat het in werkelijkheid is…

Wanneer je geluksgevoel je in de steek laat is het helemaal niet zo vanzelfsprekend om een lijstje te maken van alles waar je wél dankbaar voor kan zijn. En zelfs als het je lukt om zo een waslijst aan kleine dingen op te schrijven… Wat dan nog?

Afgelopen weken heb ik menigmaal liggen janken, gillen, kronkelen en kermen van de pijn. Wanneer de pijn daalde tot een min of meer ‘verdraagbaar’ niveau kon ik vaak niets meer dan alleen maar liggen. Soms kon ik niet eens uit bed om naar wc te gaan. De pijn vermorzelde haast elk grammetje geluksgevoel. En toch was daar mijn echtgenoot die me troostte, waste, mij m’n medicatie toediende, het huishouden overnam… Zoon 1 ondersteunde hem en mij waar hij kon. Wanneer manlief weg moest voor z’n werk was het mijn zoon die me uit bed tilde en me naar de badkamer hielp… Zoon 2 kwam regelmatig even bij me op bed zitten, leidde me wat af, maakte me lekkere broodjes, thee of wat anders. Tijdens de pijnaanvallen was het onmogelijk om ‘dankbaar’ te zijn… Ik moest de pijn zien te overleven… Maar wanneer het ook maar kon bleef ik mezelf en hen benadrukken hoeveel mazzel ik met ze had. Ik appte erover, blogde erover, vertelde het aan iedereen die me vroeg hoe het ging. En belangrijk: ik bleef het tot in detail aan mijn 3 heren benoemen. “Dank je dat je me (weer) tilt.” “Dank je dat je de moeite neemt me te wassen.” “Dank je dat je naast al je werk ook zoveel voor mij doet.” Dank je voor …

Dankbaarheid zit hem niet in het maken van een zegeningenlijstje. Dankbaarheid zit hem in het elkaar benoemen wat je waardeerde en waarom, in het vertellen wat het met je doet en deed, in het openlijk erkennen en accepteren dat de ander je aanvult waar jij niet meer kan…

“Tel je zegeningen 1 voor 1.” Klinkt zo wel heel anders hè?

Kijk vooral het filmpje van Science of Happiness wat me inspireerde. Voer eens dezelfde opdracht uit: neem een persoon in gedachte die belangrijk voor je is en schrijf een kantje vol met waarom precies. Benoem karaktereigenschappen waar je van houdt, acties die je waardeerde, wat je ziet aan inzet en moeite voor jou … Beschrijf niet 1 tekortkoming tenzij het er een is waarvan je geniet…Noem voorbeelden en hoe jij je daarbij voelde. Schrijf een heel kantje vol en eventueel meer als dat je lukt.
En dan… Bel die persoon op of meet hem of haar face to face om alles wat je schreef voor te lezen. Uit je dankbaarheid!

Pijn, verdriet en omstandigheden zullen er niet door verdwijnen, maar je geluksgevoel heeft behoorlijk meer kans van overwinnen. Dit was duidelijk te merken aan de proefpersonen in het filmpje.

Maar ik kan het je ook uit recente ervaring zeggen: het is best gek om te huilen van de pijn maar op een rare aparte manier toch gelukkig te kunnen zijn.

Try it!

IMG_5009.PNG

kernkwadranten in de klas en in de kerk

Kernkwadrant_NLDiverse collega’s vonden het te hoog gegrepen. Ook de teamleider keek me enigszins verbaasd aan dat ik dit aspect in havo en vwo 3 wilde uitproberen. Ooit had hij het een keer geopperd maar niemand geloofde dat derde klassers dit al konden beredeneren.  Toch heb ik het gedaan. Je zou me eigenwijs kunnen noemen maar ik geloof gewoon in hun kunnen. Jonge mensen moeten niet onderschat worden. …

De 4 kwadranten. Wat zijn je kwaliteiten, je valkuilen, je uitdagingen en je irritaties? Leerlingen weten dondersgoed waar ze zich aan irriteren. Ze weten feilloos waar ze de mist in gaan en wat anderen vinden dat ze zouden moeten leren. Nadenken over dát waar ze goed in zijn is over het algemeen nog het moeilijkst van de 4.

De gedachtengang achter deze kwadranten hadden ze eigenlijk direct door. Natuurlijk had ik een stel treffende voorbeelden.  In elke klas zit wel een druktemakende humorist…

Kernkwaliteit: humor – drijf je dat te ver door / weet je van geen ophouden dan is je valkuil dat je niet serieus genoeg kan zijn. Je uitdaging wordt dan ‘serieus leren zijn’ en als je dat te ver door drijft krijg je ‘saai’ – en daar heb je dan ws een hekel aan. Héél herkenbaar voor leerlingen in lessituaties. Want er is altijd wel een docent die ongelooflijk saai is en zich dood ergert aan de oeverloze humor van deze of gene. Met als gevolg dat hij nog saaier en serieuzer gaat doen en de leerling zo eigenlijk forceert om dat nog meer te compenseren met humor.  Echt wel dat ze door hadden hoe dit in zijn werk ging.

Het moeilijke aspect was hun eigen kwaliteiten leren herkennen. En het dan kunnen omzetten naar één van de andere kwadranten. Daar heb je eigenlijk best wel wat woordkennis voor nodig. Maar moeilijk is niet onmogelijk.  En met wat hulp kwamen ze er echt wel.  Soms klopten hun interpretatie van bepaalde woorden niet helemaal, maar dat geeft niet. Hun gedachtegang was ok.  Ze leerden nadenken over zichzelf en over anderen. Over waarom het soms zo lastig is om samen te werken en dat je dan ook bewust kan kiezen om van elkaars kwaliteiten gebruik te maken in plaats van in elkaars allergiezone te blijven hangen.

Het was ook best confronterend voor mij. Want natuurlijk koppelde ik het aan ‘Godsdienst’ en geloofsgemeenschappen. Dat veel mensen zich er juist zo goed bij kunnen voelen wanneer er gekeken wordt naar elkaars kwaliteiten en je geholpen wordt met je uitdagingen.  Maar dat dit ook iets is waar mensen juist op afknappen in geloofsgroepen  en waarom ze zo negatief kunnen zijn over godsdiensten – omdat ze teveel gewezen werden op hun valkuilen, ze verwijten naar het hoofd geslingerd kregen en zich daardoor mateloos ergeren … En zoals altijd ben ik open over mezelf en met een inkijkje aan mijn ervaringen leer ik ze wanneer grenzen worden overschreden en hoe belangrijk het is jezelf in acht te nemen – te geloven in jezelf (yep – coming from me – the worst example ever).

Na mijn laatste les vanmorgen kwam 1 van ‘mijn pubers’ terug naar het lokaal: “Ik vond het een erg leuke en interessante les mevrouw, bedankt!”  – Soms kan ik me emotioneel leeggeven, maar complimentjes als dit geven je toch weer energie.

Ik herinner me een oneliner van Jurgen 2 weken geleden… Dat je de kerk beter ‘uit’ hoort te gaan dan dat je er in ging. Sommige zaken gaan niet voor iedereen op.

Geloofsinstellingen kunnen teleurstellen, mensen kunnen (diep) teleurstellen maar dat dit niet wil zeggen dat je je geloof aan de kant moet zetten of dat God teleurstelt. … Of dat je zelf een teleurstelling bent …  Al voelt het soms wel zo.