BE a Pokémon!

pokemonOp social media ontploft momenteel het gristelijke bommetje over hoe occult Pokémon wel is. Volgens mij (onbedoeld?) aangezwengeld door een EO berichtje waarover half gristelijk Nederland valt. Door je in te laten met dit soort series en spelletjes zou je je inlaten met de duivel en je je op zijn speelterrein begeven.  Sommige gristelijke sites doen er gretig een schepje bovenop en komen met ellenlange (zeer eenzijdige) verslagen waarom je het beste anti kan zijn. Ze vergeten echter bronvermelding of achtergrondstudie te vermelden, laat staan dat ze een eerlijk beeld van meerdere mogelijke bijbelse interpretaties weergeven…

zucht.

Tijdens m’n theologie-opleiding hadden we het op een bepaald moment over het ‘spookhuismodel’ en het ‘bunkermodel’; bij het ene model zie je overal demonen achter en is e.e.a. al vreselijk snel occult. Het andere model ziet nergens een probleem. Rara waar ik de huidige ‘bom’ onder schaar.

 

Ik kijk met een gerust hart naar Harry Potter, Twilight of Salem, sterker nog, ik geniet van die spanning en fantasie. Want dat is het voor mij; fantasie. En daarmee begeef ik me niet op gevaarlijk terrein, daar ben ik van overtuigd.  Sterker nog, wanneer Paulus aangeeft dat offervlees gewoon door christenen gegeten kan worden, laat hij zich met occultere zaken in dan dat ik nu een pokémonspelletje zou spelen. Offervlees werd gebruik in diverse riten waarbij afgoden direct werden geëerd, opgeroepen en gediend. En hoewel pokémon in oorsprong, qua verhaallijn, geïnspireerd werd door Shintoïstische denkbeelden: noch de serie, noch het spel zijn feitelijke rites in een gevaarlijke occulte wereld. Maar ook Paulus zijn kanttekening mag hier gelden. Heb je het idee dat je zwak staat, door de spelletjes verleid wordt tot afgoderij, of ben je er bang voor: doe er dan niet aan mee. Maar verbiedt het een ander ook niet, en ga er vooral niet dramatisch over doen omdat zij wel iets ‘durven’ wat jij niet durft.

 

Nog een reden om dit soort dingen niet te snel als occult te bestempelen: Satan’s werkterrein is vooral daar waar je het niet verwacht. Hij werkt in op je geduld, op je gevoel voor tijd (of een gebrek eraan), hij werkt aan je afhankelijkheid van geld, waardering en eigenwaarde….  Je kan je zorgen maken om de ‘grootse’ dingen zoals het al dan niet occult bezig zijn, maar door je daarop te focussen verlies je misschien wel het werkelijke gevaar uit het oog: de kwetsbaarheid van onze kinderen die vaker op school en bij de opvang zijn dan gezellig bij pap en mam thuis, of de kwetsbaarheid van ons huwelijk waar we veel te weinig voor bidden of in investeren, de kwetsbaarheid van ons veel te grote ego en het groteske belang om onszelf te kunnen ontplooien …

 

prayerNee, ik maak me geen zorgen om occulte pokémons. Sterker nog: ik denk dat we er allemaal beter eentje kunnen zijn. Want hoeveel moeite doen jij en ik er nog voor om middenin de stad gezien te worden? Als christen wel te verstaan… Hoe belangrijk vinden wij het nog dat mensen ons zoeken én kunnen vinden EN daarbij weten dat we gezanten zijn van de Allerhoogste? Vergelijk eens hoeveel tijd je kwijt bent aan ‘kerkzaken’ … en hoeveel tijd je daadwerkelijk bezig bent om heel bewust een zoutend zout en lichtend licht te zijn? Ziet jouw omgeving je als de eeuwige veroordelende vingerwijzer of als iemand waar ze lol mee kunnen maken zowel als iemand die ze kan helpen bij problemen?  Wees nou maar gewoon een Pokémon: iemand waar mensen graag mee omgaan, graag naar kijken, naar toe komen als ze hulp nodig hebben in plaats van dat ze je mijden, en iemand die laat zien hoe groot en machtig de God is die je dient.  Zorg er wel ff voor dat je niet op een verkeersgevaarlijke plek staat 😉

 

(Noot: ik heb het hier niet over mogelijke gevaren die het Pokémonspelletje in het verkeer ed. kunnen veroorzaken , noch over de gepaste leeftijdsgrens van dit soort series en spelletjes!)

 

Van Sotsji naar christelijke pornografie

123 dames schaatsenHet dames 1,2,3tje van de 1500 meter is net olympisch ingehuldigd. Het ontroerde me zowat. Ergens kwam er een soort van plaatsvervangende trots bovendrijven. En ik ben niet eens Nederlander – maar met mijn inlevingsvermogen en integratiegehalte is – wat dat betreft – niets mis.

Omdat ik de afgelopen dagen nogal negatief was over het Reformatorisch dagblad dacht ik ff te kijken wat zij online postten over de fantastische prestaties van deze dames. Mogelijk kon ik iets positief bespeuren en daarover bloggen. Maar niets. Nee, echt NIETS. Nu heb ik geen papieren versie en heb ik geen abo maar dan nog … niets? Is het omdat de dames de zondagsrust met de voeten getreden hebben? (De Schrift spreekt overigens over Sabbatsrust wat echt niet op zondag valt – maar das detail – dergelijk foutje vergeven we ze nog wel, toch?)  Anyway, ik dacht dat ze er vandaag wel wat over zouden zeggen maar niet dus. Jammer.

Maar nu ik toch op de site zat gleed mijn blik over een headline – in eerste instantie (vergeef me) las ik ‘Christelijke pornografie’ . Mijn interesse was onmiddellijk gewekt.  Heu – vanuit theologisch perspectief natuurlijk. Maar er stond wat anders. “Christelijke opvoeding wapen tegen strijd pornografie” kopte het stukje.  Het bleek zelfs een redelijk lezenswaardig artikel over de strijd tegen pornografie en hoe je daar al in de opvoeding mee kan beginnen (met de strijd er tégen, niet met de pornografie uiteraard :B). Het zal niemand vreemd in de oren klinken dat ik het er niet helemaal mee eens was; ik zou ik niet zijn als ik geen kritiek had. Maar mijn commentaar is van milde aard deze keer.

Ik ben het in zoverre met de schrijfster eens dat je niet moet dweilen met de kranen open, dat je soms beter de oorzaak kan onderzoeken en aanpakken dan je elke keer weer te richten op individuele gevallen.  Waar ik een beetje voor terugdeins is om het probleem bij een gebrekkige – geloofsarme – opvoeding te leggen. Pornoverslaving is een probleem van zowel  christenen als niet-christenen.  En voor wie denkt dat de christenen in deze problematiek in de minderheid zitten heeft het mis. Opvoeding of geloof is niet de enige ‘bron’ waarnaar gekeken dient te worden.  En je opvoeding kan nog zo goed zijn … een kind gaat uiteindelijk zijn eigen weg.

Het artikel neigt een beetje naar het zoeken van externe motivaties. Er worden,  buiten het kind of de persoon om, redenen gezocht om een bepaald gedachtegoed op te leggen.   Op te leggen. Dat is het gevoel wat ik er een beetje bij krijg, maar dan kan mijn allergie zijn. Als we nou eens beginnen met porno niet als ‘probleem’ te bestempelen maar beginnen met het streven om  ‘gezonde seksualiteit’ te onderwijzen en te promoten. Niet ergens ‘tegen’ maar ergens ‘voor’ zijn is een heel andere houding. (Coming from me, I know. Ik van iedereen ben zo tégen gristenen die overal tégen zijn… :B)

Anyway – van Sotsji naar pornografie lijkt ws. een overdreven grote gedachtesprong. Hoewel: er zijn verschillende sporters die al uit de kleren gingen, plus er zullen vast ook pornoverslaafde atleten tussen zitten en on top of it all  zijn er chevron-types die ik zelf graag uitkleed…  Chevron – ik ben er nog steeds niet overheen. Wat dacht die ontwerper? Nee, het Nederlandse team mag blij zijn met hun stylist! Prachtige outfits; modern, de juiste kleuren, mooie vormgeving en leuke, typerende ‘Neërlandische’ mutsen.  En dan zien we onze dames (ja, nu spreekt de nederlander in mij) op het podium met hun dikke plakken goud, zilver en brons … stralend in hun oranje outfit. Niemand die nog denkt: kleren maken de man en zo weinig mogelijk kleren de vrouw!

Noot: Foto van deze site

Endure & Always remember Whose you are

EndureHet was volgens mij in de vampierenfilm Dark Shadows dat ik het woord voor t eerst tegenkwam. Endure. Helemaal aan het einde van de film, wanneer de familie Collins voor de zoveelste keer alles verliest vraagt een zoon aan zijn moeder “Wat doen we nu?” – “What we always do, we endure.”

Qua films ben ik een grote liefhebber van fantasy en adventure. Vampieren, Goblins, schaduwjagers of whatever – die fantasiewereld en spanning vind ik heerlijk.  Met dubbele verhaallijnen, verborgen boodschappen, mystieke sferen … niet iedereen zal het even gristelijk vinden maar ik hou er gewoon van. Ik vind ze de realiteit meer recht doen dan ‘standaard’ films.  In deze film worstelen de Collins met het leven van elke dag. Er zijn absoluut mooie dingen die ze ervaren en ook de dagelijkse beslommeringen ontgaat ze niet. Maar onder de oppervlakte is er een leven vol worsteling, afwijzing, boosheid en verdriet. En wanneer ze – voor de zoveelste keer-  alles afgepakt zien worden, ze weer als uitschot behandeld worden, is er dit fragment met Michelle Pfeiffer  “Zoals altijd, doorstaan we ook dit weer.”   Endure.

Het raakte me zo – dat ene woordje.  Het zegt meer dan de woorden volhouden of doorzetten waarbij de actie bijna vanuit een heldhaftig activisme geboren wordt. Volhouden of doorzetten  is iets waar je voor kiest; een actieve houding die je jezelf aanmeet. Doorstaan doe je omdat er niets anders overblijft om te doen. Doorstaan onderga je. Het is een soort van tolereren, ongewild lijdzaam verdragen.

De diepgang van dit ene woordje gekoppeld aan de situatie van verlies en afwijzing raakte me intens. Op dat moment wist ik dat ik het zou schilderen.  Niet het filmfragment. Nee, ik bedoel wat dit ene woord met me deed.  Het heeft me heel wat maanden gekost voor ik me ertoe kon zetten. Dan begon ik er weer aan en binnen een paar minuten hield ik het weer voor bekeken.  Schilderen is voor mij een emotionele uiting. Sommige emoties stop je liever weg. Uiteindelijk heb ik dit weekend het schilderij afgemaakt. Endure.  Daaraan gekoppeld ‘Always remember Whose you are’.  Omdat bij Wie ik hoor me eea helpt doorstaan. Omdat de grote Wie maakt dat ik dingen tolereer, ongewild lijdzaam verdraag.

always 4always remember whose you are

wie ben ik wanneer niemand kijkt?

blindWie ben ik wanneer niemand kijkt? Wie ben ik wanneer niemand let op wat ik doe?

Bij haast alles wat ik doe hou ik er rekening mee dat er over mijn schouder wordt meegekeken. Dat er mensen zijn die een oordeel over me vormen aan de hand van dat wat ze van me zien.  Helaas heb ik de negatieve kant daarvan dermate intens ervaren dat ik bijna niets meer durf.  Tenminste, dat waarin in mezelf juist kan of ‘moet’ laten zien, dat waarin ik mezelf kan uiten, hetgeen waar ik me met hart en ziel ik kan ‘verliezen’…  daar schrik ik van terug.

Ik zing niet meer (niet dat ik het kon maar op zondag in de kerk genoot ik er eerder wel altijd van… nu mag dat hele blok wat mij betreft overgeslagen worden.).

Ik was graag druk bezig en dacht met plezier overal in mee – geen haar op m’n hoofd die er nog aan denkt me ergens voor in te zetten.

Ik was een mensenmens, sociaal, enthousiast vol passie. Nu is m’n wereldje klein en zit ik het liefste thuis. Vriendschappen (de diepgaande soort) zijn, vrees ik,  niet meer aan mij besteed…

Ik kon mezelf helemaal kwijt in het schilderen – ik hou bijna geen penseel meer vast.

Ik hou van schrijven, mijn gedachten toevertrouwen aan papier (PC / Blog), maar heb continue een writers block omdat ik veel niet meer durf of wil zeggen.

Ik heb me er een poos schuldig onder gevoeld. Maar die fase is gelukkig voorbij. Ik vind het allemaal wel ‘best’. … Alsof ik ipv een Martha nu meer een Maria ben geworden …

En toch blijft ergens die drive… de wens om gehoord te worden. Maar dan gehoord zonder veroordeling die erop volgt en omdat ik niet beter weet dan dat deze altijd wel ergens volgt hou ik liever m’n mond, voer ik liever geen klap meer uit.

Wie ben ik wanneer ik niets meer doe? Wie ben ik wanneer niemand kijkt? Wat blijft er van me over?

Ik denk gelijk aan 1 Petr 2:9 en 10 waarin staat dat we een heilige natie zijn, een koninklijk priesterschap een volk van God … Een tekst die ik altijd heel mooi heb gevonden (blogde er eerder al over) en die iets zegt over de status waarmee je als christen bekleed bent. Een tekst die je eigenlijk leert dat je trots mag zijn op jezelf …. maar het is ook een tekst die me in een groep plaatst…  Wie ben ik zonder die groep?

Ik ben ‘gewoon’ Gods maaksel (Efeze 2:10). Iets wat Hij ooit bedacht heeft, een idee wat in Zijn hoofd ontstond en waarvan Hij vond dat het goed genoeg was om uitgevoerd te worden. Goed genoeg dus, anders had hij het niet gemaakt. Ik hoef niks te doen. Ik ben niet wat ik doe. Ik ben niet waar ik leef, ik ben niet hoe ik denk. Ik ben niet wat anderen van me denken. Ik ben Zijn maaksel. En wanneer anderen me veroordelen, is dat indirect een veroordeling aan Zijn adres…

Ik ben deel van Hem – in Hem geborgen. (Kol 3:3)  Dus ben ik wie ik ben, net als Hem.

Hoe komt het dan dat het zo niet voelt?

(Nav Hartschrift blz 26 van Coby Kremer)