Het leed wat ‘seksueel actieve puber’ heet

redenenvoorseksVrolijk om elkaar heen dansend stonden ze daar. Enthousiast alsof ze net een trofee hadden behaald. “Zullen we het haar vertellen” “Nee, joh, nee!” “Waarom niet, kom op?!” Met een smile van oor tot oor laten ze me duidelijk merken een geheim te hebben. Natuurlijk hap ik. “Nou, vertel, wat is er aan de hand?” “Nee, het gaat over X, het is veel te erg om te vertellen!” Het wordt gezegd met een overdreven stuiterende glimlach. Nietsvermoedend zeg  ik ze nogmaals  “Kom op nou, wat mag ik niet weten?” “Nou, als we allemaal 1 zin vertellen, ik ga het niet alleen zeggen…” De 15jarige 3de klasser wipt van het ene been op het andere terwijl hij zijn klasgenoten opjut om samen hun geheim te verklappen.

En dan komt er een verhaal wat me met m’n oren doet klapperen. Slechts  één keer eerder in 12 jaar onderwijs was ik zo van m’n stuk… Destijds was het omdat een 16 jarige dame huppelend m’n lokaal betrad met de enthousiaste mededeling: “Juf, Juf, ik ben dit weekend ontmaagd op de toiletten van Sixflax.” Slik. Daar sta je dan als docent. Al je goed fatsoen, al je normen en waarden, je complete voorbeeldfunctie wordt á la minuut zwaar op de proef gesteld.  “Oh … zo … Euh, tja, wat vond je ervan?” “Helemaal geweldig juf! Ben zo happy!” “Euh, tja, nou, fijn voor je.”

Nee, ik geef dan geen moralistische preek. Nee, ik wijs dan niet op voorbehoedsmiddelen op eigenwaarde of het belang van liefde. Dat zou geen enkel nut hebben.  Liever hou ik de deur van vertrouwen open voor als er iets ergs is …

 

Wat de heertjes me deze week te vertellen hadden was een ware test voor wat betreft mijn psychologisch inzicht,  mijn  reactievermogen en mijn vermogen om zowel empathisch als tactvol als onderwijzend en terechtwijzend te reageren in één. Zucht. A la minute was ik zomaar middenin een mijnenveld beland.

Waar het over ging? Ik zal u de details besparen maar de één had met een grietje gezoend, haar laten vallen, leerling X had haar opgeraapt en ze hadden ergens op een bed van alles uitgevreten…Weer een andere dame had ‘geslikt’ – dat wilden alle meiden toch? En ow ja, leerling X had in de whappgroep van de heren ondoordacht de details van zijn en haar uitvreterij gedeeld. De knullen waren veranderd in hormonaal gefrustreerde haantjes, pikkend op die ene kip…

Even een waas voor m’n ogen. In mijn achterhoofd alarmbellen voor wat betreft de kwetsbaarheid van de dames in kwestie. Voor mij de schaamteloos klikkende pubers. “Waarom vertel je mij dit? Sowieso, dit vertel je toch niet aan een leraar?” “Ja, maar u bent anders. “ “Hoe gaat het nu met meisje Y? Hebben jullie wel door hoe kwetsbaar meiden zijn?” “Ja maar meiden willen dat! Ze willen gewoon slikken” *handgebaar*   … “Sorry hoor, maar weet je hoe dit voor meiden is? Heb je enig idee?” Geen antwoord. “Nou, wanneer je ’s avonds weer bezig bent, hé, vang je kwakje dan eens in een kopje op en slik het zelf door!” –Verbijstering daalt neer – “En dan moet je weten dat je nog niet de smaak van een ongewassen piemel proeft die overdag diverse keren naar wc is geweest  en waarvan de druppels nog tussen het vel plakken.”  – Blikken van afgrijzen –   …

 

Ze zijn 14 en 15 maar seksueel meer dan actief. Ik voel me oud. Toen ik in 6 VWO zat, in een klas met ruim 20 dames en 2 heren, waren er maar 2 dames met ‘het’ bezig … de rest vond dat een schande.  Wat is de tijd veranderd. Ze proberen alles uit, ouders hebben geen idee waar hun kinderen mee bezig zijn. En dat zijn het: kinderen. Kinderen met onvolwassen gedachten, hun sociaal-emotionele ontwikkeling nog verre van voltooid, hun vermogen tot doordacht handelen stuiterend als een ongeleid projectiel tussen de gierende hormonen.

 

En we moeten het allemaal maar normaal vinden … ??

 

 

 

 

Noot: Er volgden uiteraard meer (individuele) gesprekken, er is meer gezegd en gehoord dan hierboven geschreven en ook de meiden ontvingen de nodige zorg.  Vanwege privacy is eea inhoudelijk aangepast.

Bron Foto

Gemeente Westland ‘parkeert’ gebrek aan veiligheid

 

VerkeerOngeveer anderhalve week geleden melde ik (wederom) het nijpende parkeerprobleem bij de gemeente. Het parkeerhaventje wat achter de bosjes bij de voordeur ligt kan 6 auto’s herbergen. Ruim 10 woningen kijken uit op dit pleintje en van ruim 12 huizen pogen de bewoners hun auto’s hier te stallen. Als je er dan bij optelt dat wij niet de enige zijn met 2 auto’s … een uitdaging dus.

Natuurlijk willen we ook wel iets verderop in de straat parkeren. Alleen staan daar weer andere huizen, met andere bewoners die ook allemaal 1 of 2 auto’s hebben.  Ook de lange Rubenslaan staat merendeel van de tijd bomvol.  Vooral ’s avonds kan je nergens meer parkeren … behalve dan op de stoep. Als ik zo gok staan er ’s avonds – in een straal van 30 meter rondom ons huis- minimaal 6 tot 8 auto’s met grote regelmaat verkeerd en hinderlijk geparkeerd. Ook ik. Maar je kunt nergens anders staan.

 

Toen onze auto voor 2 jaar terug in de fik gestoken werd (deze stond toen ook op de stoep geparkeerd) hadden we enorm mazzel dat de helft van de buren pleite was. De brandweer kon de straat in! Voor hetzelfde geld was dit heel anders geweest en was het niet alleen onze auto die was uitgebrand maar een compleet huizenblok.

Een tijdje geleden was een buurvrouw onwel. Maar de ambulance kon niet tot bij het huis komen. Ambulanciers hebben haar zelfs met brancard en al over de verkeerd geparkeerde auto’s getild. Ze had geen 100 kg moeten wegen …

Zo zijn er voorbeelden te over … en na het brancardvoorval kreeg de gemeente eindelijk door dat er wat moest gebeuren. Maar nee, niet de oorzaak van het probleem wordt aangepakt. De harde werkers in de buurt die zich tot ’s avonds laat voor de samenleving van DIT WESTLAND hadden ingezet konden ’s nachts nergens meer parkeren en zetten zich zoals altijd op de stoep. ’s Ochtends, toen merendeel van de andere harde werkers zich naar hun werk hadden begeven kwam de gemeentebeambte. … ‘Wat is het probleem? Parkeerruimte genoeg!’ en hoppa de slapende foutparkeerders kregen een waarschuwing met de belofte op een boete mocht het weer gebeuren. Zucht.

 

Dus net als een paar jaar geleden trok ik vorige week weer aan de bel. Ik zie namelijk wel mogelijkheden. Zo zou de straat 1 richtingsverkeer kunnen worden en kan een deel van de stoep en straat opgeofferd worden voor parkeerhavens. Een goede architect zou zijn oog kunnen werpen om bepaalde delen te herinrichten. Nouja, ik zie al dat als er een stel lantaarnpalen 2m naar achter gezet worden en er wat groen verplaatst zou worden, dat er zo’n 6 tot 8 parkeerplaatsen bij kunnen … en het groen – wat er niet meer uitziet omdat de gemeente bezuinigd op snoeien en opruimen- is met haar overwoekerde en onkruid liefhebbende status toch een doorn in het oog voor menig bewoner. Datzelfde groen is her en der zo volgroeid dat je op straat niet eens meer goed zicht hebt op wie er van de andere kant aan komt … dus hoezo groenbeleid? Dus, vol goede moed, schreef ik de gemeente. Ze bleken zelfs een leefbaarheids app te hebben wanneer je wat wil signaleren. Maar geheel ouderwets via hun site, volgde ik keurig de aanwijzingen over wat, waar en wie het ging … en diende -binnen het maximale aantal van 1000 woorden!- mijn signalement in.

 

Maar nee hoor. Alle hoop is weg. Net werd ik gebeld door meneer M. Vogelaar (als ik de naam goed gehoord heb).  Laat me wat flarden delen uit een niet zo constructief, soms nogal verhit, doch – ergens- ook wel amusant gesprek:

“Maar op de Rubenslaan is nu toch noch genoeg parkeerplaats?” (Klonk alsof hij er op het moment van bellen stond.)

“Euh, nee, en vooral niet ’s avonds. En je mag niet parkeren bij een kruising of in een bocht – laat die laan daar vol van zijn.”  (Lees: het probleem in de directe buurt werd in ieder geval erkend, verderop ontkend.)

 

“Ja, maar het is een landelijk probleem.” (Later herhaalde hij dat dit een probleem was in héél het Westland.)

“Euh, dus reden te meer om er wat aan te doen?”

“Je kunt dit probleem toch nooit oplossen, sommige bewoners hebben wel 5 of 6 auto’s.”

“Nou, beetje overdreven, maar dan nog, de gemeente kan pogen het probleem in ieder geval te verlichten i.p.v. op te lossen.”  (Lees: probleem groter maken dan het is, loskoppelend van mij als persoon en eindigen in fatalisme)

 

“Ja maar, de gemeente heeft als beleid dat groen niet opgeofferd wordt voor parkeerruimte.”

“Behalve dat het beleid (uit 2006 gebaseerd op cijfers uit 2003!!) misschien nodig geupdate moet worden, zou het groen ook verplaatst kunnen worden. Laat iemand kijken naar een efficiëntere herindeling.”

“Ja maar, dat groen is niet mijn afdeling.”

“O maar ik begrijp dat de gemeente verschillende afdelingen heeft, maar het overkoepelende orgaan ervan heet ‘gemeente’, en er zal daar vast wel ruimte voor samenwerking zijn.” (Lees: afschuiven van het probleem.)

 

“We kunnen er onmogelijk wat aan doen.”

“Ik begrijp dat er heel wat obstakels overwonnen moeten worden, maar ik zou het fijn vinden wanneer er gedacht wordt in uitdagingen en mogelijkheden i.p.v. in onmogelijkheden. Kijk naar wat wel kan.” (Lees wederom fatalisme – of een gebrek aan inzet – wat u als lezer wil.)

 

“Het probleem van veiligheid ligt niet aan de gemeente, maar het fout parkeren van de bewoners.”

“Ik begrijp dat op de stoep parkeren niet mag en dat wanneer hulpdiensten ergens niet kunnen komen, dat door de auto’s komt – die NERGENS anders kunnen staan- maar ik signaleer een veiligheidsprobleem waar de gemeente mogelijk wat aan zou kunnen doen. In ieder geval in mijn ogen.”

“Ja, maar we moeten op allerlei vlakken inkrimpen.”

“Dus eigenlijk zegt u dat geld boven veiligheid gaat?”

“Nee, dat zeg ik helemaal niet.”

“Impliciet dus wel.”

“Helemaal niet.” (wel, niet, wel, niet, … :P) (Lees afschuiven van de oorzaak- of nee, geniet gewoon van de hilariteit van het volwassen gewelles genietes.)

 

 

Anyway het draaide nergens op uit. Alle ideetjes die ik aandroeg (wat mijn baan niet eens is om daarover na te denken- dat was volgens mij toch echt zijn job) werden zonder pardon de goot in geveegd. En natuurlijk snap ik ook wel dat er bezuinigd moeten worden, dat niet alles zomaar kan omdat een gegoede burger wat woorden op papier krabbelt…. Maar bewoners middels parkeerboetes gaan laten betalen omdat je er zelf voor kiest niet te investeren of herverdelen, dat kan niet. Heeft geen nut.  Trouwens, ik vraag me even af: als de gemeente op de hoogte is van een veiligheidsprobleem (al dan niet veroorzaakt door ongehoorzame foutparkerende burgers die op hun beurt de gemeente om hulp hebben gevraagd zodat ze niet ongehoorzaam meer hoeven te zijn) en de gemeente weigert het probleem aan te pakken, kan de gemeente dan aansprakelijk gesteld worden bij ongevallen ed.?

 

Enfin. Ik vond het gesprek stiekem behoorlijk amusant, vooral omdat ik op elk argument een tegenargument had en het heerschap aan de ander kant van de lijn er niks van of mee kon. Tot het moment dat hij me te persoonlijk werd:  “Het is aan de gemeenteraad om besluiten te maken, niet aan mij, en er zijn verkiezingen geweest en u had kunnen kiezen…”

“Bent u nu de oorzaak van het probleem op mij aan het afschuiven omdat ik niet goed gekozen heb?”

“Nou, ik rond dit gesprek af, mijn volgende afspraak staat voor de deur.”

“Euh, u koos ervoor mij te bellen, en nu heeft u geen tijd?”

Nee dat had hij dus niet. Dat was het moment waarop ik pissig werd en heb opgehangen.

 

Zoals manlief zei ‘Ach, sommige mensen zijn niet zo communicatief ingesteld.’  Euh – nee, inderdaad niet. Ze hadden beter mij kunnen aannemen, ik weet het toch altijd beter… Oh nee, daarom zit ik al in het onderwijs. 😛

 

 

owja: critici: lees mijn disclaimer.

Dood in de klas

Vanmorgen een heftige les gehad. Mooi – maar heftig.

In het kader van levensvragen schreef de handleiding mij een videofragment uit ‘De leeuwenkoning’ voor.  Maar hoe zielig menig leerling kleine Simba ook zou vinden, ik vind het geen recht doen aan hun niveau. Ik liet ze een ander fragment kijken; een stukje uit een docu van de ncrv waar een meisje van 12 vertelt dat haar vader is overleden en wat dat met haar doet. Het verdriet, het lijden, de rouw … het leren verder gaan … De kwetsbaarheid van het leven werd open en eerlijk uit de doeken gedaan. Ook in het gesprek achteraf.

Het is moeilijk, en iedere keer wanneer ik onderwerpen als deze aansnij heb ik het gevoel een mijnenveld te betreden. Je weet immers nooit welke actuele emoties er bij je leerlingen aanwezig zijn of wat ze wel of nog niet aankunnen. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat je de hele klas in een huilbui manipuleert. Toch vind ik het van belang dat er geen taboe-onderwerpen zijn en dat ‘alles’ bespreekbaar gemaakt moet kunnen worden. Gevoelens zijn er niet op ze te verstoppen, ook tieners mogen weten en leren dat hun emoties als het ware de zintuigen van hun ziel zijn. En wie bij brandende pijn geen panlappen gebruikt krijgt blaren op zijn ziel. Godsdienst is het vak bij uitstek wat leerlingen kan leren nadenken over de levensvragen die voortkomen uit hun eigen gevoel.

Het werd een bijzondere les. Het ontwapenende filmpje maakte heel wat los. Voetje voor voetje waagde ik me in het mijnenveld. De ene vraag bewust over het eigen gevoel laten gaan … de volgende vraag heel gericht iets minder persoonlijk. Kwetsbaar zijn leerlingen op hun mooist. Ik vond het dan ook waardevol – voelde me zelfs vereerd- dat ze zo open en eerlijk iets van hun (gewezen) emoties durfden te delen; hoe het is om je opa te verliezen… of zelfs je meester op de basisschool omdat hij er zelf een einde aan maakte… of hoe je je voelt wanneer je de laatste keer naar iemand ‘kijkt’… waarom er zo vaak gelachen wordt bij de koffietafel van een begrafenis… Intens verdriet is de meeste tieners niet onbekend. De jongen die het er even te moeilijk mee kreeg kon na een adempauze op de gang rekenen op bemoedigende knikjes en schouderklopjes. Een breekbare sfeer van bewondering voor wie zijn diepste ‘ik’ durfde te erkennen ging als een zucht door de ruimte…

De pauze naderde … het gesprek werd afgerond. Dan moet je voorkomen dat het fragiele moment gebroken achtergelaten wordt, of een zwaarmoedig gevoel zich meester maakt zodra deze juf haar hielen licht …

“Het is bruin en kruipt langs je benen omhoog” Zei ik. “Stront met heimwee” gilt er eentje door de klas. En het geschater overstemde de bel.

Op dit soort momenten weet ik weer waarom ik docent Godsdienst ben.