#tekenjeboodschapchallenge; Be-You-tiful

(ENGLISH translation : scroll down!)

Afgelopen week was er een 5daagse mini challenge van @tekenjeboodschap . De #tekenjeboodschapchallenge ging niet om mooi of realistisch kunnen tekenen. Ze gaan er juist vanuit dat iedereen – ja echt iedereen- kan tekenen. Simpele kleine doodles kunnen je boodschap ook nog eens versterken en benadrukken. Icoontjes, symbooltjes en poppetjes kunnen zó ingezet worden tijdens een toespraak, training, preek of studie dat de boodschap beter ‘binnenkomt’ bij de hoorder.

Wat mij betreft moet elke docent, elke trainer en elke (s)preker deze simpele cursus een keer gedaan hebben… het kost niet veel tijd, je ontdekt dat (ook tegen beter weten in) ook jij kan tekenen + het maakt je boodschap behalve interessanter ook nog eens leuker…

Anyway… na 5 dagen met korte filmpjes en kleine opdrachtjes kwam er de opdracht om jezelf en je beroep te pitchen middels een tekening of filmpje…

Nu wilde ik deze opdracht niet gebruiken om mezelf of mn beroep te promoten… dus ik tekende het bovenstaande plaatje.

2 ringen 23+ = symbool voor mn huwelijk. 2 mannen-symbooltjes en melkflesjes: 2 volwassen zoons. Stapel boeken: bovenop met kruis = symbool voor mijn geloof – maar lees ook graag simpele romannetjes 😉. Wolkje en zon: mijn wisselende humeur (worstel oa met een aantal fobieën). Ik sta als docent levensbeschouwing voor de klas. Het schilderspalet als symbool voor mijn creativiteit.

De pijltjes: omdat alles bij elkaar hoort en je de verschillende onderdelen wel kan onderscheiden maar niet scheiden. En dwars door al mijn rollen en activiteiten heen: wil ik het liefst mezelf zijn. En dat zou iedereen moeten zijn.

Dus mijn boodschap is eigenlijk: Be-You-tiful. Wees jezelf. Altijd. En wees dat het liefst!

Meer van mijn geteken en de #tekenjeboodschapchallenge op mijn instagram.

No it’s not a #fridayintroductions 🤪 almost.
@tekenjeboodschap is a Dutch company that hosted a challenge this week. They say EVERYONE can draw. And after this week I’m really convinced this is a fact!

Their 5day challenge ended with this assignment to pitch yourself and your profession… BUT I don’t want to use these skills to promote my own message… (maybe a little because I really think my students would benefit from visual elements!) But I want to use this #drawingyourmessage the other way around: to be able to draw someone else’s message within the time he’s talking, teaching or preaching- I want to upgrade my #sketchnote skills… that’s why I really liked this challenge. … so back to the my Pitch and what you see in it (hope it was obvious without my explanation 🤪)

* 2 rings and 23+ (resembling my happy marriage!) * 2 baby milkbottles with numbers 19 and 21 and male symbols (age of both my sons) * stack of books with on top the bible (I am a christian – but I also like to read simple novels 🤪) * rainy cloud and sun: resembling my moodswings and my #fightingdepressionandanxiety * My Job as a (High school) teacher – teaching about religion and Life philosophy) *painting as a symbol for my creativity *arrows: everything is connected : you cannot separate each part, just differentiate.

Neither of these defines who I am and yet they’re all important… I’m not my job, my skills or hobbies… I’m me.
And you know: being yourself through it all often is the hardest part… And when it all comes together I mostly want to spread the message BE-YOU-TIFUL ; you are Gods original creation!

More of my creations can be found on instagram.

Vakantie = mijn pubers overdragen …

20140710-173232-63152675.jpg Het schooljaar loopt ten einde… De laatste lesdagen zijn geweest en enkel activiteiten als creatieve workshops, museumbezoek en sportdag stonden deze week nog op t programma voor de leerlingen. Voor ons als docenten is het hyperdruk met alle vergaderingen en het afronden / voorbereiden van eea. Ik draai deze week ruim 12 overuren, zoniet meer…

Het was iig een druk jaar, een jaar waarin ik ingezet werd op een locatie waar ik eigenlijk helemaal niet wilde werken. Mijn voorkeur ging niet uit naar derde klassers maar toch kreeg ik ze allemaal. Ik moest mijn lokaal delen met een leraar die -zacht uitgedrukt- er soms een gore bende van maakt en de plicht van opruimen verzaakt. Maar wat moet, dat moet en dan kan je er maar beter het beste van maken… 😅

Dus dan maar lopend naar het werk, nieuwe lesplannen bedenken en wekelijks het lokaal een sopbeurt geven…

In december kreeg ik de zorg voor 30 mentorleerlingen erbij. De wiskunde leraar die deze taak eerst toebedeeld kreeg moest ’t wat rustiger doen. Dus inwerken geblazen, alle notities en gespreksverslagen nalezen, rapporten schrijven, oudergesprekken inhalen… En dan ben ik toch echt weer ik: als het gaat om de zorg voor een puber, dan kan ik niks half doen. Gesprekje hier en daar, bemiddelen sus en zo, advies of sturing waar nodig en alles nog een keer – uiteraard – in een continue bemoedigende sfeer.

“Wat doe je nou het beste met een leerling die een ‘oude’ ziel heeft?” Een vraag van een collega die me bevroeg naar waarom en vooral hoe ik mijn pubers zoveel spreek en hoe het kan dat het zo klikt. “Net als bij de rest …” antwoordde ik “… zoveel liefdevolle aandacht geven als nodig en ze altijd in al hun vragen heel serieus nemen. Bereid zijn je pauzes op te geven om écht met ze mee-te-leven.”

Kleine kinderen hebben praktische zorg nodig, die moet je bij de hand nemen en alles voorleven. Bij pubers is dat niet meer nodig… Nee, fout, ze kunnen zichzelf dan wel wassen en kleden maar geen enkele puber kan zonder voorbeelden. Pubers blijven het nodig hebben dat er iemand is die ze de hand reikt. Figuurlijk dan. Iemand die ze uitlegt waarom de dingen lopen zoals het loopt. Waarom ze zich voelen zoals ze voelen, hoe iets zit, waarom iets niet gaat. … Veel te veel pubers worden aan hun lot overgelaten. Nee – vrij laten- noemen ze dat tegenwoordig. En ja, ze moeten ruimte krijgen, maar ze verdwalen zonder grenzen, zonder iemand die ze aan de hand neemt en ze dat laatste stukje naar volwassenheid brengt.
Je daarvoor inzetten kost tijd. Heel veel tijd. Soms moet je over ‘grenzen’ – want smsen met je leerlingen… Oei oei – let op met wat je schrijft! … Of ze een knuffel geven: kijk uit want voor je het weet…! Maar ze hebben het nodig dat je echt contact maakt! En bij de ene leerling is een schouderklopje genoeg, een ander is echter ‘lijfelijker’ ingesteld en heeft nood aan een knuffel… Zo liep ik een keer in de supermarkt en voor ik t wist had ik een stel armen om me heen… (Tuurlijk ben ik altijd heel voorzichtig, wik en weeg ik talloze malen alles wat ik sms … En een knuffel: ip alleen als er collega’s in de buurt zijn – eea openlijk gebeurt en liever niet bij de andere sekse… )

Soms werd ik er moe van, van dat uitkijken en afwegen wat gepast is en wat niet. Dat ik me altijd moet indekken want vertrouwen is er in de maatschappij niet… Maar wat je ervoor terug krijgt is meer dan bijzonder. Ik heb nog nooit zulke waardevolle complimenten gehad als van deze pubers. Ik voelde me zelden meer gewaardeerd dan door mijn derde klassers. Ondanks hun soms zo verveelde houding 😝 werden ze een beetje mijn kindjes… Mijn pubers.
Ze maken fouten bij het leven, maken grapjes op het randje en daar ver voorbij 😅, maar ze zijn zo onwijs innemend!

Het jaar is nog niet voorbij, nog een weekje buffelen voor mij. Dinsdag afscheid van ze nemen – op t strand – en dan draag ik ze met heel veel moeite, over naar een volgende hand.

20140710-173022-63022413.jpg

20140710-173232-63152921.jpg

zucht – onderwijs – wat is van belang?

leraarEr zo één collega die me altijd belachelijk maakt. Mij of mijn vak, dat is hem om het even. Elke keer weer heeft hij wel een denigrerende opmerking. “Ach, het is godsdienst maar.” “Tja, wat moet je met zo een vak.” “Alsof jouw vak van betekenis is.” “Nee, jij stelt veel voor.”  … Hij weet het iedere keer zo te brengen dat het zogenaamd grappig is en als je er wat van zegt heb je geen humor.

Laatst maakte hij weer een brute opmerking – zo bruut dat de enige collega die het hoorde zich verslikte, de wenkbrauwen omhoog trok, “Sooooo” riep, het hoofd iets knikte en me een veel betekenende blik vol medeleven gaf. Á la minute diende ik hem met een poeslief lachje van repliek “Tja en dit is waarom ze jouw contract niet verlengen en het mijne wel.” BAM – Ik wachtte zijn reactie niet af, draaide me om en liep naar mijn lokaal. Achter me hoorde ik de meelevende collega in de lach schieten maar verder bleef het opvallend stil. Mijn vak zo inferieur behandelen… tsss.

 

Soms …

Vanmorgen extra vroeg begonnen om met mn sectiecollega alvast de nodige voorbereidingen voor het volgende jaar te inventariseren. Eindelijk heb ik een collega die net zo enthousiast en vooruitstrevend over het vak denkt. Wilde ideeën als een kloosterweekend, reli-bootcamp en christo-kunstproject passeerden de revue. Natuurlijk moet de directie ook nog zijn zegje doen maar sommige ideetjes zijn best haalbaar, betaalbaar, vakoverstijgend, leuk én leerzaam.  Zo aan het eind van het schooljaar – uitgeblust als een docent dan is – werden we steeds enthousiaster over het komende seizoen.

Mijn enthousiasme werd echter snel de grond in geboord toen ik van de ene naar de andere locatie pendelde. 5 uur lang kreeg ik het ene na het andere probleem over me heen: een dikke mail van ouders (het ging niet over mij maar ik kon er alsnog niets mee), leerlingen die me in de auto al aan het whappen waren wanneer ik tijd had voor ze, een klas die in grootse ontsteltenis mij het allerergste falen van een veel te lieve collega presenteert als een storm in een glas water, een hysterisch huilende dame omdat haar verkering het heeft uitgemaakt, een groep luidruchtig roddelende leerlingen over die dame, een andere leerlinge die er voor de tweede keer uitgestuurd was – natuurlijk volkomen onterecht- en furieus en gefrustreerd haar gelijk bij mij probeerde te halen, de veel te lieve collega die met tranen bij me kwam…

Als ouders bij me in de klas hadden gezeten had mijn vak ze kunnen leren dat veroordeling meestal niet op zijn plek is. Maarja dat ‘kan’ niet en dus maar een überkorte reactie geschreven in de hoop dat hun kind beseft dat ik naar die lessen verwijs. Dat die ene jongen zich prettig genoeg voelde om mij te whappen en om een gesprek vroeg komt niet in het minst door hoe mijn vak je aan het denken kan zetten. We hebben er rustig over gepraat, en ik kon hem verwijzen naar de les over inzicht in jezelf en groepsprocessen en aan het eind van de middagpauze kon hij ietsie wijzer weer verder. De hysterische klas gaf ik in de pauze erna op zijn flikker en verwees ik naar de lessen over respect, groepsdruk en intrinsieke motivatie. Het was niet wat ze hadden verwacht maar ze gaven me wel schoorvoetend gelijk. De gefrustreerde, huilende leerlinge heb ik getroost, gewezen op eigenwaarde en op het ‘geloven in jezelf’. De roddelaars hield ik een spiegel voor en dropen min of meer beschaamd af en voor de veel te lieve collega stapte ik een half uur uit de klas om even naar haar verhaal te luisteren. Met een half oog de orde achter de deur in de gaten houdend probeerde ik haar te bemoedigen en te vertellen hoe ik het heb aangepakt.  Na mijn laatste les nog een uur met een leerling zitten praten die haar verhaal kwijt moest en ook haar weer gewezen op de lessen over kernkwaliteiten, valkuilen en uitdagingen.

Tussendoor had ik natuurlijk ook nog les, met dyslectische leerlingen, adhd-ers, PDD-ers, Aspergers en natuurlijk ook heel veel hormonale pubers. Cijfers dienden gecheckt, vragen beantwoord, orde houdend, hoofdstukken afgerond, planning voor de toetsweek uitdelend, klassenuitje geregeld, sectie-etentje gepland … en ik werk op donderdag in principe maar een halve dag…

 

Bekaf, gesloopt en met een kloppend hoofd kwam ik thuis. Als er nu nog iemand is die durft te beweren dat mijn vak niet van belang is …

 

 

bron foto

 

Autisme? Is dat een ziekte die overgaat?

autisme-01Sommige mensen zitten echt onder een steen. Ik had werkelijk niet gedacht dat het anno 2014 nog mogelijk was maar mijn collega was echt serieus.  … Of autisme een ziekte was die ook over ging…

Wat vooraf ging: we hadden bijscholing. We konden kiezen uit een cursus ‘Moeilijke gesprekken voeren’ – mentoraat – omgaan met adhd of  ‘autisme: asperger en PDD-nos’.  Nou, training over moeilijke gesprekken heb ik zat gehad, Mentoraat was niet aan de orde toen we ons moesten opgeven en dus bleef adhd of autisme over.  Ik koos autisme. Mijn verwachtingen waren al laag omdat we hier in huis ondertussen behoorlijke ervaringsdeskundigen zijn.  Ik hoopte wel wat meer handvatten te krijgen over hoe je eea in groepsverband kan toepassen…

Het werd een dikke teleurstelling.  De dame in kwestie was basisschooldocente geweest en ik denk niet dat ze ooit ervaren heeft wat het is om in het VO te werken. Ze had absoluut kennis over het bereiken van autistische kinderen (autisme in welke gradatie dan ook). Maar haar eigen werkgebied betrof het therapeutische en van docenten kan je toch echt niet verwachten dat het therapeuten zijn, dus steigerde diverse collegae menigmaal.  Ze verduidelijkte op welke vlakken je allemaal obstakels kan ervaren en al snel werd mij duidelijk (voor zover het dat nog niet was) dat het allemaal blijft draaien om het spanningsveld tussen het persoonlijke mandaat van de docent (wat wil de docent doen – waar worden persoonlijke grenzen bereikt.) en het organisatorische mandaat (wat faciliteert de organisatie, wat kan en mag, welke ruimte wordt geboden.)

Leuk om te weten dat Einstein, Elvis, Newton ea elk waarschijnlijk ook een autistoforme  stoornis hadden maar daar zijn we niks mee.  Op niet 1 concrete probleemstelling gaf de dame in kwestie een heldere oplossing.  Wat doe je bijvoorbeeld als een autistische leerling – voor de zoveelste keer – een zeer ongehoorde opmerking door de klas gooit? Hoe doe je de leerling in kwestie recht, zonder de 30 anderen onrecht te doen?  Want behalve adhd’ers, aspergers en pdd-ers hebben we ook nog kinderen uit gebroken gezinnen, beschadigde jongelui en (Deo Volente) gezonde pubers die ook recht hebben op aandacht en zorg.  enz enz . Ze kwam niet met concrete handvatten …

Ze probeerde wel met leuke filmpjes een beetje uit te leggen wat de problematiek eigenlijk was. En ik dacht dat ze dat wel goed deed maar vergat dat ik al een stap verder was als de rest en dat ik al eea wist en in oudertherapie geleerd had). In eerste instantie begreep ik dan ook niet dat mijn collega’s zo steigerden. Het leek wel of ze niet snapten wat het verschil was tussen het onvermogen van bepaalde leerlingen en de onwil om op een bepaalde wijze te functioneren.  Dat een kind iets niet doet wil niet zeggen dat hij te lui is. Collegae vroegen zich af hoe vaak dat niet misbruikt werd en waarom alles zo op die ene leerling gericht moet zijn – er zijn nog zoveel anderen… Een 50 plusser noemde dat hij steeds meer op zijn bordje kreeg en in gesprek met ouders en zorgcoördinator wel iedere keer ja knikte en zei eea op te zullen pakken maar dat het er in de praktijk gewoon niet van kwam omdat hij al zoveel moest doen.  … En ik snapte gelijk de ouders die op hoge poten, teleurgesteld en gefrustreerd nog meer aan de bel ging trekken en nog meer mogelijkheden  zou aandragen en nog meer aandacht opeisen zou … en hij die dan nog meer ging steigeren en weigeren … Het kind de dupe.

Ik hou mijn hart vast, met steeds groter wordende klassen en steeds meer problematieken en steeds meer verwachtingen…  Ik weet dat ik nooit fulltime zou kunnen werken in het onderwijs, voor mij is 3 dagdelen al 50% werk…

En dan – helemaal op het eind – werd me duidelijk hoe nutteloos de bijscholing was geweest toen ik een ouder wordende collega hoorde zeggen; “Ik vond het maar vaag, is Pdd-nos nou een ziekte? Gaat het nooit over? Ze heeft dat niet eens uitgelegd!”

Zucht – sommige mensen moeten ook gewoon met pensioen.

zucht – waar is het vak Godsdienst nou goed voor? HIERVOOR!

godsdienstDe open avond is geweest … elk jaar is dit dé avond waar ik tegenop kijk. Het is nl. gewoon gênant… :

Ouders die verveeld tot aan de deuropening komen, ‘Godsdienst’ op de deur zien staan, snel even naar binnen piepen en zich ongeneerd weer omdraaien. Totaal ongeïnteresseerd in mijn vak. Af en toe kan ik nog net flarden van zinnen opvangen “…toch niet gelovig…” of “…onbelangrijk…”. Zucht.

Ik sta voor mijn vak. En ook voor de noodzaak ervan.  Godsdienst (of levensbeschouwing – maakt mij niet uit hoe je het beestje noemt) is een vak wat vele andere vakken met elkaar verbindt. Het leert kinderen inzicht te hebben in zichzelf, in anderen, in (geloofs)groepen…. Ze leren nadenken bij dat waar ze zelf voor willen staan, hoe ze de wereld ervaren, hoe anderen dat doen en hoe ze wel of niet matchen met andersdenkenden.

Levensvragen komen aan bod en ze leren nadenken over wat ze hoop, troost, rust of energie geeft.

Kennis over verschillende geloven maakt niet alleen dat ze op een hoger niveau leren nadenken en verbanden leren leggen, het bereidt ze voor op een toekomst waarin kennis staat voor macht en invloed. Het leert ze dat macht misbruikt kan worden en dus ook zij gevaar kunnen lopen. Geleerde informatie maakt dat ze deze – op hun beurt- weer kunnen gebruiken om invloed uit te oefenen. Het maakt hun positie in de maatschappij sterker.

gdbelangRaakvlakken met geschiedenis, maatschappijleer, aardrijkskunde, management, zorg, en ontwikkeling maakt dat ze vakoverstijgend leren denken. Vakken blijven niet op zichzelf staan maar worden door mijn vak met elkaar verbonden.

En wat dacht je van respect? Kennis leidt tot begrip en begrip leidt tot respect. Godsdienst is bij uitstek het vak om bij de leerlingen een diepe motivatie tot respect te kweken.  Maar het leert ze ook het verschil tussen  Intrinsiek en opgelegde motivatie. Hoe dit komt en wat je ermee kan of ‘moet’.

En dan heb je zo een avond waarbij ouders ongeïnteresseerd je lokaal passeren. Maakt niet uit dat ik al vanaf 8:00 aanwezig was (en dus al 11u aan het werk was) :S …  Kom ik de volgende morgen weer is het eerste wat ik hoor “En waar is dat nou voor nodig, dat ze dit allemaal voor jouw vak moeten leren??”  Zucht “Wil je daar echt antwoord op?” “Ja, ik vraag het me echt af.”  … en dus vuur ik mijn felste pleidooi op hem af en noem al ratelend al het bovenstaande op.  “Ow, ok.”  Is de enige repliek.

En dus ga ik met m’n kop thee naar m’n lokaal … maar goed dat ik nog een kwartier  heb voor de leerlingen komen, kan ik m’n humeur ff sussen.