Ker -ST- mis

(No English – this poem can’t be translated very well 😅)

Ik bezie de wereld vanuit mijn bubble, gevaren sluit ik buiten.

In alle kwetsbaarheid waan ik me veilig als de wereld lijkt te sluiten.

De wereld aan onze voeten is nooit eerder zo onbereikbaar geweest.

En ook al doen we het ‘samen’ ; eenzaamheid viert feest.

Maar wat als nou die bubble, dat alleen zijn, ons tot zegen keert?

Dat het gebrek aan toeters, bellen, en vreterij, ons iets heel belangrijks leert?

Wat als we de st van stilte weer centraal stellen in dit festijn?

Dat we de freaking kermis weer echt kerstmis laten zijn?

Het Kind hoort op de eerste plaats, dat lijken we soms smakelijk te vergeten.

Zijn komst staat centraal – dát is hetgeen we moeten weten.

In het midden van ieders bubble,

daar vindt men hét kind.

En dat is het grootste geschenk… mits je Hem vindt.

Meer creativiteit vind je op mijn instagram of facebook.

My Shepherd

Even when I’m grazing the outskirts of the meadow, or when I choose not to stay in the middle of the flock, prefer the freedom of the margins; He is my Shepherd. I listen to His voice. And I trust my Lord to keep me safe, knowing He loves me and takes care of me!

Zelfs wanneer ik me begeef op de rand van wat men acceptabel vindt, zelfs wanneer ik meer geniet van het gras aan de rand van de wei dan dat ik me begeef in het midden van de kudde, zelfs wanneer ik meer geniet van afstand en rust dan het ‘sociale gemekker’ … Hij is mijn Herder! Ik vertrouw op Hem. Hij houdt me in de gaten, waakt over me, beschermt me. En ik weet: Hij heeft me lief en zorgt voor me.

Butterfly

(Scroll down for English translation)

Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld;  en dit is de overwinning die de wereld overwonnen heeft: ons geloof. 1 Joh 5:4

Al jaren kies ik elk jaar een woord. Een woord wat ik bij me draag, klinkt raar en ik kan het niet goed uitleggen maar ik heb iets met woorden- en nu blijkt dit #onelittleword een hele hype te zijn…

EndureJarenlang was mijn woord ‘Endure’ (doorstaan/ volhouden) omdat ik voor mijn idee niet anders kon. Op een groot schilderij hing dit al die tijd aan de muur.

Begin dit jaar koos ik voor ‘Prosper’ (gedijen) omdat ik besloot

dat het tijd was voor meer. Meer dan alleen maar volhouden en meer dan alleen maar het gedoe ‘doorstaan’. Alsof ik me in een cocon wikkelde, klaar voor verandering.

1514714978468

Voor 2018 heb ik zitten twijfelen tussen thrive (ook gedijen maar dan meer: wel varen / tot bloei komen) of butterfly. Mijn keuze valt op butterfly. Kwetsbaar dartelend maar met de vrijheid te vliegen tot hoge hoogten.

 

God bescherm mij… maar sta me toe de wereld te overwinnen

… door geloof.

 

…because everyone who has been born of God conquers the world. This is the victory that has conquered the world: our faith. #1John5:4

For years my word has been ‘Endure’. Because it felt like it was the only thing I could. I even painted it on a large canvas and hung it in our livingroom. At the beginning 2017 I decided it was time for another word. I chose Prosper. It was like I needed to change things zo I created this cocoon … in a way. 

#myword for 2018 is butterfly. I doubted between thrive and butterfly. But it feels like I should come out of my cocoon – don’t know how, when or for what purpose. It just does.

So it’s my prayer the Lord will guide me, takes away my fears and grants me His wisdom so my wings won’t get burned by the sun . Because I want to conquer… to overcome the world … by faith.

geloven in onschuld

evaMet een ongekende heftigheid bonst m’n hart in mijn keel. Een diep verstikkend bonzen. M’n ogen tranen, mijn hele lijf lijkt in brand te staan. Zweetdruppels rollen langs m’n slapen, over mijn rug en maken mijn handen plakkerig.  Heftig bevend probeer ik steun te zoeken bij Adam maar zijn lijf voelt zo klam en koud dat ik er nog banger van word. In schaamte valt hij neer en grijpt paniekerig naar zijn hoofd, m’n knieën knikken, ik wil me het liefst afwenden maar durf niet. 

God is echt boos. Een verdrietige teleurgestelde boosheid. Zonder schreeuwen, zonder vuisten die dreigend door de lucht zwaaien. Hij is gepijnigd en vastberaden tegelijk.  Erger dan dit kan volgens mij niet. Maar kan ie zijn preek niet even in de wacht zetten? Ik heb amper tijd gehad om me te bedekken. Zo meteen valt het nog op dat dat ene druppeltje precies tussen m’n borsten door naar beneden glijdt. Hij had me gelijk kleding moeten geven. Hoe komt het dat ik niet eerder doorhad dat ik er zo naakt bijliep? Ik wil niet dat Hij me zo ziet. Hij heeft me weliswaar bedacht en gevormd maar wat heb ik mezelf toegestaan, wat heb ik ervan gemaakt? Hoe loop ik er nu bij? 

We leven al dagen in deze tuin, alle dieren hebben we leren kennen. God had ze met opzet geen naam gegeven, dat moest Adam doen zodat we een band kregen met elk levend wezen. De zachte pluimstaart van de eekhoorns kriebelden m’n neus toen ik ze knuffelde,  de mussen gingen op Adams schouder zitten en tjilpten in zijn oor tot hij zijn lach niet meer kon inhouden en toen het ’s avonds wat frisser werd kropen we dicht tegen de leeuwen aan en warmden we ons aan hun ronkende lijven. En vandaag was daar de slang. Sissend en glibberend hees hij zich in die ene boom waarvan God gezegd had dat we de vrucht ervan niet mochten eten. Tot vanmiddag hadden we er niet bij stilgestaan waarom dat niet mocht. Het maakte ook niet uit want er was zoveel lekkers. Ik heb nog niet eens van alle bomen en struiken gegeten dus waarom …

Ik kijk weer naar Hem. Zijn ogen spreken van een intens verdriet. Hete druppels biggelen over zijn wangen. Zijn schouders hangen teleurgesteld naar beneden. En zijn stem heeft een strengheid die ik niet herken. Maar het ergst is nog wel die afstand, een kloof die de eerdere verbondenheid lijkt te hebben opgegeten. Het is alsof er iets onzichtbaar groots tussen ons in staat.

adamWaar ging het fout? Wat maakte dat ik God ongehoorzaam was? De slang. De slang had het over God. Over alles weten. Adam en ik ‘wisten’ zoveel niet volgens hem, God hield zogenaamd dingen voor ons achter. Ik had er niet eerder bij stilgestaan, we hadden het immers zo goed. De zon scheen, we reden op de rug van de olifant mee naar de andere kant van de tuin, wanneer de wind bij de waterval het deed regenen op de oever dansten en lachten we om de druppels die op onze lijven spatten. We renden met de wolven mee en genoten van de kippen die scharrelden. Er was altijd iets leuks te doen. Maar de slang zei dat het nog beter kon, dat we als God konden zijn, dat God dat niet wilde en ons afleidde met al dat moois. Hij liet me die mooie volle vrucht zien, een beetje gelig met een rode blos en hij zag er zo zoet en sappig uit. “Waarom mag je zoiets moois en lekkers niet van God hebben?” vroeg het serpent. Volgens hem was dit stuk fruit de lekkerste van allemaal. Onze ogen zouden open gaan, we zouden inzicht krijgen, we zouden slim als God zelf zijn … Hij vroeg waarom we moesten gehoorzamen, of we zelf geen beslissingen konden nemen, of we dom wilden blijven, of ik niet als God wilde zijn …  en toen ging ik twijfelen. Oh nee, hoe kon ik? Na alles wat Hij voor mij deed, ik twijfelde aan Hem!

Adam en Eva hadden alle ingrediënten voor een prachtig en gelukkig leven van God ontvangen. Alles was perfect. Het was niet nodig dat ze inzicht hadden in goed en kwaad. God wilde ze die pijn bewaren. Hij had hun gezegend met onschuld.

Wanneer onze kinderen zich afvragen waarom bepaalde dingen gebeuren proberen we ze ook vaak af te leiden met iets anders, iets mooiers. We willen niet dat onze kinderen zich zorgen maken over onze financiën, over werkgelegenheid, voedseltekort, lijden en dood … daarom onthouden we ze van bepaalde informatie.  Wanneer een kind moet piekeren over hoe er eten op tafel komt, hoe papa aan een nieuwe baan moet komen of waarom de wereld zo vijandig is, verliest het haar naïeve onschuld. En net als een goede vader gunde God Adam en Eva een rijke dosis onschuld. Hij wilde niet dat ze bepaalde kennis bezaten zodat ze zich er ook geen zorgen om konden maken.

Niet het eten van de vrucht was hun eerste fout, het twijfelen aan Hem maakte hen schuldig. Het naïeve geluk wat ze kenden verdween als sneeuw voor de zon en met de ontvangen kennis kwam ook de verantwoordelijkheid. Ze moesten verantwoording dragen voor wat ze hadden gedaan. Het perfecte geluk in de tuin zou nooit meer de hunne zijn.

adamenevaWe maken ons allemaal schuldig aan het twijfelen aan God. Die twijfel doet de kloof alleen maar groeien. Die twijfel maakt dat we steeds verder van Hem verwijderd raken. Van alle zonden die we begaan, is de twijfel misschien wel het ergst. Daarom dat de bijbel spreekt over dat je het geloof van een kind moet hebben om de hemel te kunnen beërven ….

(K)leren van liefde 

 

 Het is relatief gemakkelijk om van je familie te houden, van je vrienden, je aardige buren of van de mensen in de kerk. Aardig zijn en doen is in deze gevallen meer een standaard basisvaardigheid dan een ‘moeite’. 

Maar wat als er mensen op je pad komen die jouw eten opeten, jouw baan innemen of hun geloof bij jou op de stoep uiten? Kan je dan nog net zo liefdevol handelen? 

In de media gonst het van halve waarheden en hele leugens en het vluchtelingendebat kan niemand ontgaan.  Appels en peren worden vergeleken wanneer de ouderenzorg het zogenaamd moet opnemen tegen de kosten van een paar van de honderdduizenden vluchtelingen. Of wanneer ‘onze’ jeugd al amper gehuisvest kan worden (alsof die uitgehongerd uit oorlogsgebied komen en blij zijn met tijdelijke onderkomens en een schamele lening om van te moeten leven).  

 

Het doet me verdriet wanneer mensen zo egocentrisch kunnen meepraten met dergelijk populistische geluiden. Wat als de rollen nou eens waren omgedraaid? Dat wij als docenten, artsen, wetenschappers, bouwvakkers het ene moment nog onze auto staan de wassen en ons bedenken waarheen onze volgende vakantie naartoe gaat, en het volgende moment onze dochters verkracht worden, onze zonen onthoofd, onze huizen platgebombardeerd. Zou jij je kind in een boot zetten wanneer de woeste zee veiliger blijkt dan je eigen land?  Hoe zou jij het vinden om overal geweigerd te worden, om te horen dat onder jou en je familie mogelijk terroristen schuilen, dat je een gevaar bent voor de arbeidsmarkt, het eten van de ouderen hun bord afpakt, …? 

Naastenliefde tonen kan niet zonder risico’s nemen. Als iemand dat uit ervaring weet is het God wel. Wanneer Hij ons dan in de brief aan de Kolossenzen laat weten dat we onszelf moeten kleden in Liefde, weet Hij wat hij van ons vraagt. En Hij beseft hoe moeilijk het kan zijn om wijs, vriendelijk en beslist te reageren naar buitenstaanders. Toch geeft Hij ons die opdracht. Meer dan dat zelfs: 

Want ik had honger en jullie gaven me te eten, ik had dorst en jullie gaven me te drinken, ik was vreemdeling en jullie namen me op (…) alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat heb je voor Mij gedaan. 

Je hoeft het als christen niet eens te zijn met de politiek, maar wees liefdevol in je praten over en in je handelen wanneer het over vluchtelingen gaat. Durf te groeien naar dat volgende level in naastenliefde en bewogenheid.  

  

Bible journaling: a matter of HEart, not art!

IMG_7148Het kan je nog niet ontgaan zijn want of facebook, instagram zowel als hier op m’n blog heb ik het er al meermaals over gehad: ik heb er een hobby bij. Bible Journaling. Sinds juni ben ik ermee begonnen en zelfs tijdens mijn vakantie had ik m’n spullen mee. Bible Journaling is eigenlijk niets meer of minder dan bijbellezen en daarna het gelezene creatief verwerken. Dat verwerken kan in je bijbel zelf maar ook in een notitieboek. Hoe creatief je het maakt ligt aan jezelf. Je kan er hele tekeningen bij maken en deze verven of inkleuren met pastels, krijt of potloden maar je kan het ook houden bij ‘wordart’; een kerntekst overschrijven in mooie letters. Wat je maar leuk lijkt.

Waarom ik begon geen idee maar het journalen op zich ontspant me, en maakt dat ik weer met plezier in de bijbel duik. Teksten ‘spreken’ weer en doordat ik er wat bij kleur, verf, teken of doodle blijven ze langer in mijn hoofd hangen.

Ik denk dat het iets te maken heeft met het feit dat je door het creatieve gebeuren in je hersenpan niet alleen je taalcentrum aanspreekt maar dit combineert met je beeldbrein. Maar hoe dan ook: mijn geest vult zich met mooie woorden en betekenisvolle zinnen die ik dagenlang met me meedraag.

Wat mij naast het journalen zelf aanspreekt is de online community die erbij hoort. Via facebook en instagram heb ik me bij een aantal groepjes aangemeld. Dagelijks vult mijn newsfeed zich met mooie creaties, (korte) getuigenissen, en bemoedigingen. Het is echt niet zo dat iedereen even creatief is en dat er elkaar de loef afgestoken wordt. Verre van zelfs. Je hoeft zelfs niet echt creatief te zijn. Zoals ze er zeggen “Its a matter of HEart not art.” 

De eerste paar keer journalde (ik moet hier nog een passend nederlands woord voor vinden) ik in m’n jongerenbijbel, gewoon in potlood over de tekst heen, maar al snel kocht ik de bijschrijfbijbel. Al teken ik soms over de tekst heen, ik wil wel dat deze altijd leesbaar blijft. Deze week heb ik een tweede bijbel gekocht, het idee erachter: dan hebben m’n zoons later beide een bijzondere ‘erfenis’ van betekenis …  Ik ben iig ‘hooked’. Ik schreef het al eerder, maar nog steeds vind ik het vreemd dat ik er buiten facebook nog maar zo weinig over gehoord heb. Journalen leent zich bij uitstek om in zowel individueel als in groepsverband te doen. Het is ideaal om in de kerk in meidengroepen te introduceren of om als terugkerende workshops aan te bieden, het is zelfs een aanvulling op bijbelstudies of preken. Wie zijn bijbel liever niet ‘bekladt’ kan werken met inlegvelletjes of in een notitieboekje … er zijn zoveel mogelijkheden!

Omdat verschillende ‘volgers’ me op social media al meermaals vroegen naar tips en trucs of waar je op moet letten met die flinterdunne blaadjes volgt er nog een blog hierover.

Israël – Vloeken in de kerk

israelzondagIsraël. Het zal wel vloeken in de kerk zijn, maar ik heb niet zoveel met dit land. En dan is het vandaag in kerkelijk Nederland Israël-zondag. Voor mij niets meer dan een overdreven dosis halleluja-amen-handjes-in-de-lucht-gedoe wat gerust achterwege gelaten kan worden.

Vanwaar mijn aversie? Hoe komt het dat ik bij de minste geringste ophemelarij van dit volk het gevoel krijg alsof ik het eeuwig achtergestelde kind ben? Alsof ik het kleine meisje ben wat altijd moet toezien op hoe overdreven broerlief in de watten gelegd wordt. Hoe schandalig het broertje zich ook gedraagt: ooms en tantes, verre familie en vrienden hemelen dat rotjoch continue en overdreven op als hét oogappeltje van papa en mama. Hij is dé erfgenaam, alle potentie zit in hem en elk ander kind staat in zijn schaduw. Het vergeten en genegeerde zusje moet maar begrijpen dat zelfs op haar verjaardag hij het is die een kadootje krijgt.

 

Newsflash

Israël als volk heeft zich schandelijk gedragen. Meerdere keren. God liet Jozefs familie niet voor niets eeuwen lang tot slaaf verworden in Egypte… Toen Hij eindelijk over zijn hart streek en ze op spectaculaire wijze redde was het volk zó dankbaar dat ze binnen drie dagen – 3 dagen!- weer steen en been klaagden, zich als een klein verwend joch gedroegen en schreeuwden tegen Mozes dat ze in Egypte nog beter af waren dan bij God.

God de Vader toonde mateloos veel geduld ondanks herhaaldelijk, oneindig gemier en gezeur. Keer op keer krijgt het volk het weer voor elkaar. Ze misdragen zich maar krijgen toch wat ze nodig hebben.

En dan is het zover… Eindelijk krijgt het joch (het volk) het grootst mogelijke kado. God komt zijn belofte aan Abraham na en leidt ze naar hun beloofde land. Een land, in het midden van ruig, heet en dor woestijngebied, wat zo intens vruchtbaar is dat er heuvels glooien vol rijp en sappig gras. Schapen, geiten en koeien kunnen er naar hartenlust grazen waardoor ze overdadig veel melk geven. Bloemen in allerlei maten, kleuren en geuren sieren de omgeving en dienen als voeding voor de talrijke bijen die het volk voorzien in honing. Het kleine verwende nest krijgt zijn kado: een land wat overvloeit van melk en honing!

En wat gebeurt er? Het kind zeurt over de verpakking! God heeft het niet leuk genoeg ingepakt. (OMG denk je dan toch??) Bekijk het zo: je koopt zo een groot duur modern apparaat. Dat apparaat zit dan in het piepschuim, omgeven met van die piepschuim bolletjes in een joekel van een doos wat onmogelijk met cadeaupapier in te pakken valt.  Toegegeven, het piepschuim is rotspul, maar wel noodzakelijk om je aankoop veilig te stellen. Anyway, je kocht het van je zuurverdiende spaarcentjes  en geeft het met alle liefde en toewijding aan je jarige partner. Maar helaas, bij het ontvangen van zijn nieuwe, allergrootste meest dure gadget kijkt hij jou verwijtend aan, barst in tranen uit , laat zich als een klein kind op de grond vallen en begint hysterisch te stampen en in het rond te slaan omdat het piepschuim de woonkamer vies maakt en hij straks dus moet stofzuigen. …  Nou, dat is Israël. Dat is Gods oogappeltje. Dit zogenaamde Godsvolk verheft de klaagzang en het verwende gedrag tot opperste kunst omdat de mensen in het land nog niet zijn vertrokken.  Het vergeet alle liefde en bescherming die het de afgelopen maanden ontvangen heeft, zet het op een beschamend jammerlijk janken. Rotkind.

Eerlijk is eerlijk

De ‘Ja maars’ met termen als ‘geënt zijn op’,  ‘oogappel’ of ‘door God uitverkoren volk’ doen mijn nekharen overeind staan. Ik heb niks met Israël als bedevaartsoord en begrijp er niks van dat sommige christenen zover gaan dat ze liever half Jood dan christen zijn. …  “Over het paard getild kind” denk ik dan.  Als eerste zonen en dochters van de Allerhoogste hebben de Joden zich in beginsel lang zo representatief niet gedragen als dat de bedoeling was.  Dat valt niet te ontkennen. Dat kunnen, en mogen we niet wegpoetsen.

Maar eerlijk is eerlijk. Christenen konden en kunnen er ook wat van: elk kind gedraagt zich wel eens als een verwend en onhebbelijk wezen. Daar zijn het kinderen voor. En christenen gedragen zich met enige regelmaat als ondankbare en onopgevoede koters. Wees gerust: ik ben niet van mening dat over het paard getilde en zondige kinderen niet geliefd moeten zijn. Ze verdienen het niet om opgesloten te worden in welk denkbeeldig kolenhok dan ook. Voor de ouder blijven ze waardevol. Echter: God ziet het ene kind niet liever dan het andere. Eerstgeborene of zelfs bastaard: voor God maakt het niet uit. En als het voor de Vader niet uitmaakt: waar maken de kinderen zich dan druk om?

 

Waardeer het verschil

Als volwassen broers en zussen, met dezelfde Vader, is het niet de bedoeling dat we één keer per jaar óver de ander praten. Volgens Hem verdient élk kind voldoende aandacht en elk kind mag zijn eigen karakter, zijn eigen talenten en zijn eigen toekomst ontvouwen en hoeft daarbij absoluut niet aan broer of zus gelijkvormig te worden, als ze maar lijken op Hem …

 

Israël-zondag: ik heb er dus niks mee. Ik ben dankbaar en blij dat ik mijn broer en (schoon)zus het jaar rond spreek en dat hun acceptatie voor mij zich niet beperkt tot het 1 keer per jaar óver mij praten.

 

Bron foto

Hemelse conversaties over waarom de kerk verlaten werd …

praatjeTrek ik het aan … of zoek ik het onbewust op?  Misschien herken je het wel: (totaal) onbekenden waarmee je per toeval in gesprek komt – op de meest vreemde plekken – en ineens rolt hun hele levensverhaal, inclusief intieme details, er zomaar uit…

Met enige regelmaat overkomt het me. Iedere keer weer vind ik het bijzonder, ervaar ik het als een voorrecht.

In de stad wanneer ik aan het inparkeren ben: een schilder vraagt me vriendelijk, excuserend verderop te gaan staan. Met een glimlach rij ik verder en loop een extra stukje om. Hij bedankt me, legt uit hoe en waarom, dat ie dit werk al jaren doet en voor ik het goed door heb weet ik dat hij gereformeerd is maar nooit meer een voet in de kerk zet. Afgeknapt. Zijn broer was homo en dat ‘kon’ niet, dus hij ‘kon’ de kerk niet meer …

Via een weggeefsite drop ik bij een gezin 2 mega-tassen doorgeefkleding. Ik kreeg de tassen via via, heb er wat uitgehaald, stop er weer wat anders in en breng ze naar de volgende op de lijst. Tijdens het korte praatje aan de deur (wat tot bijna een uur uitloopt) krijg ik te horen dat ze het niet zo breed hebben. Ik ken haar niet maar ontdek dat ze een terminaal ziek kind heeft, met moeite de medicatie kan rondbreien maar ze vindt dat ze niet mag klagen want ze heeft geld over om elke week 1 zak chips voor haar pubers te kopen …

Ergens in een garagebox achteraf: via via mag ik wat spulletjes ruilen en binnen de kortste keren vertelt de man mij dat hij onschuldig in de gevangenis heeft gezeten, dat hij door ‘kerkvrienden’ in de steek werd gelaten, wat voor nare dingen er in zijn gezin zijn voorgevallen en dat hij nu de zorg heeft voor zijn kleindochter van 5, de kerk ziet hij nooit meer van de binnenkant – denkt ie – begrafenissen en bruiloften daar gelaten. “Maar zeg nooit nooit.”  zegt ie erbij…

 

Toevallige ontmoetingen. Diepe gesprekken. Kansen tot ‘conversatie’. Heb jij ze nog?  Dit soort momenten zijn dé momenten waarop je kan getuigen van welke wereld je bent. Wie je dient. Wie je Heer is. De gesprekken ‘overkomen’ je niet zomaar. Je creëert er zelf de kansen voor.

Hoe?

Door mensen te zien staan (dat begint met ze echt aan te kijken – en niet vluchtig groeten om snel je hoofd weg te draaien.)

Door tijd te hébben. Nee, niet denken ‘Als het zover is, máák ik er wel tijd voor.’ Mensen hebben feilloos door óf je al tijd voor ze hebt. En pas als je laat merken dat je ze ziet, écht ziet en geen haast hebt om door te lopen naar de volgende activiteit op je lijstje, pas dan gaan ze van start.

Luisteren. Niet het standaard geja-knik, instemmend gemompel en het ondertussen rondkijken wie je allemaal kan horen en hoe ongemakkelijk het misschien is. Luisteren is oprechte interesse tonen in de ander. Luisteren is een gezonde nieuwsgierigheid hebben in hoe het met de ander gaat. Echt gaat.  En je hoeft echt niet gelijk van wal te gaan met je eigen ervaringen en geloofsovertuigingen. Alleen wanneer ze ernaar vragen … en dan doe je er niet al te ‘heilig’ over maar laat je juist de eenvoud spreken…

 

Tijd en aandacht hebben voor de mensen om je heen zodat gesprekken op gang kúnnen komen … heb je dat nog? Hoe zorg jij ervoor dat mensen zich ‘vrij’ genoeg voelen om zich ten opzichte van jou te uiten?

Jan Wolsheimer was me vandaag een stapje voor en blogt hier ook over. Op facebook koppelt hij zijn blog aan de vraag ‘Hebben mensen recht op aandacht?’.  Wat vind jij? Hebben ze dat?

 

Hugh Halter zegt in zijn boek Flesh hierover het volgende: church attendance alone, if left unchecked with real involvement with others, turns people into Pharisees… it creates a apathy that ends up exploiting the people who really need God the most.

Vrij vertaald: Alleen maar naar de kerk gaan, zonder echte ontmoetingen verandert gelovigen in hypocrieten … het creëert een soort apathie die eindigt in het buitensluiten van juist die mensen die God het meest nodig hebben. (Blz 137)

 

Geef jij mensen in jouw omgeving dit ‘recht’ of ga je (onbewust / onbedoeld) voor de apathie en het buitensluiten?

Foute boter bij de vis

Het christelijk visje wat menigeen op zijn bumper denkt te horen plakken hoort te zwemmen van links naar rechts – vind ik. Niet andersom. Andersom  gaat ie tegen de (christelijke) stroom in. Lijkt misschien een detail maar het Griekse woord voor vis is ichtus. Elke letter staat weer voor een ander woord wat zich laat vertalen in Jezus Christus, Gods zoon, redder. De ch van christus schrijf je als een x. De staart van de vis begint dus met de i (Griekse J) en de kruising naar het lijf is de x. Dus vandaar dat de vis van links naar rechts zwemt. Tenminste – zo leert mijn auti-brein mij.

ichtus_zilverNu kan ik me ook wel indenken dat niet iedereen met de stroom mee wil zwemmen (Hé, sounds like me). Only dead fish go with the flow – toch?  Maar als je als christenen tegen de stroom vd wereld wil inzwemmen, zul je toch samen moeten optrekken (ok, deze blog neemt een iets andere wending dan dat ik wil).   Maar het gaat er niet om of je het met elkaar eens bent of niet. Het gaat er  (thank G) niet om of je met de stroom mee of er juist tegenin zwemt – of het visje naar links of rechts kwispelt. Het gaat erom of je een visser van mensen bent.

In Mijn moment met God (wk 42) legt Tineke Tuinder uit dat er bij het vissen een aantal aandachtspunten zijn. (En ik maar denken dat ie kerels bij de waterkant gewoon even de hectiek van thuis wilden ontlopen.)

Anyway, wanneer je gaat vissen moet je weten op wat voor vis je vist. Bepaal dus je doelgroep.  Als je weet op welke vis je jaagt moet je weten welk aas hij lekker vindt. Of andersom: als je weet van welk aas (talent) jij genoeg hebt, pas dan je doelgroep aan.  Weet jij wat je doelgroep is? Bij wie jouw aas in de smaak valt? Vissoort (doelgroep), aas (talent)), en locatie. Waar ga jij vissen? Waar jij bent of waar de vis is?

Soms (eigenlijk meestal) ben ik bang dat we het in het evangelische wereldje helemaal fout doen. Dat we elke zondag braaf onze visuitrusting showen aan de andere potentiële vissers. Dat we de ene studie na de andere volgen, zingen en omslachtig bidden alsof we onze visuitrusting continue aan het uitbreiden en verfijnen zijn; steeds meer beter mooier en gesofisticeerder spul – en oh wat zijn we trots op wat we vergaren… Ondertussen zitten we als haringen in een ton, als sardientjes in een blik, maar als het op vissen aankomt vissen we achter het net en vangen we bot.

Wat gebeurt er als we toch weer tegen de stroom in gaan? Met de massale stroom mee dan? Niet om gelijkvormig met ze te worden… maar om ze te leren kennen. Om hen óns te laten kennen. Of wat als we eens beter nadenken over ons aas en of we die aan de juiste vis proberen te voeren? Bedenk wel, de vis wil áás, geen hengel – dus ga niet met een gouden hengel vissen.

Of misschien moet je ervoor uitkomen … dat je puur gaat vissen om onder de hectiek van whatever uit te komen, omdat het je ontspant, rust geeft, het je doelgericht maakt … het iets is wat je graag doet – gewoon omdat het – nouja – bij je past.

Sterven is pure winst – tattoo

Waarom een tattoo? Wat bezielt mensen om hun lijf voor eeuwig te laten beschrijven of inkleuren?

Nou, wat anderen beweegt weet ik niet maar voor mezelf is het het tastbaar, lijfelijk, maken van dat wat ik diep van binnen ervaar. Als een soort van zelfexpressie, een manier om me te uiten maar ook als een continue reminder.

Ik wilde het al járen. Een tekst op mijn pols. Een tekst die de kern van mijn (onzichtbare) verdriet, lijden, geloof én hoop vatte. Een tekst die zich al sinds mijn doop (ruim 20 jaar geleden) in mn hart had genesteld.
Het is een zin uit de bijbel waar maar weinig christenen echt voeling bij hebben. Tenminste, ik ben nog maar 1 iemand tegengekomen die het precies zoals ik ervaarde.

“Want voor mij is leven Christus en sterven winst”

Filipenzen 1:21

Paulus heeft t niet gemakkelijk. Hij zit in de gevangenis. Hij kan niet doen wat hij wil en ziet dat er onder de christenen ook nog eens onoprechte motieven spelen… Het vooruitzicht van wat hem (lijfelijk) zou kunnen worden aangedaan is niet mals. Aardse hoop is er niet echt… Maar dan zegt hij dat dit allemaal niet uitmaakt. Als Christus maar geëerd wordt. En het maakt hem niet uit of hij tot de dood veroordeeld wordt of niet. Eigenlijk verlangt hij er- egoïstisch gezien- wel naar om te sterven omdat dan alle lijden voorbij is en hij dan eindelijk bij zijn Heer kan zijn, aan de andere kant ziet hij ook wel dat hij qua geloof nog eea zou kunnen betekenen voor de mensen om hem heen.
Het leven is Christus en het sterven pure winst…

Al heb ik nooit letterlijk in de gevangenis gezeten, emotioneel wel. Ik weet wat onmacht, verdriet en pijn met je kan doen. Ik begrijp Paulus’ zijn frustratie als het gaat om de onoprechte motieven van (zogenaamde) christenen. En ik relateer helemaal aan dat gevoel van ‘sterven is pure winst’.

Het is niet zo dat Paulus (of ik) ondankbaar is, wanhoopt of zwartgallig depressief is waardoor hij het sterven als iets positief zou ervaren. Integendeel. Hij is dankbaar voor dat wat hij wel heeft! Dat lees je duidelijk aan het begin van deze brief. Hij ziet absoluut ook de mooie dingen van het leven. Maar de zekerheid dat het leven hierna béter en mooier is… De wetenschap dat je dan bij God bent en geen verdriet, lijden of onrecht meer ervaart is buitengewoon aantrekkelijk. Niet dat hij ‘het lot’ een handje zou helpen- nee, het is aan God om dat te beslissen. Maar Paulus heeft het -midden in zware omstandigheden- over een bijzondere win-win situatie.

Voor mij is dat ‘sterven is winst’ iets wat me roert tot diep in mn ziel – en ooit ontvang ik deze pure winst: een hoop en verlangen wat me door alle donkere momenten heen doet volhouden. En ondertussen ben ik dankbaar voor dat wat ik wel heb en dat wat wel mooi is in mijn leven.

Anyway, het was een droom die uitkwam om dit stukje tekst op mn arm te laten tattoeëren. Om me te herinneren dat ik uiteindelijk – in the end- de winst binnenhaal.

20140111-162539.jpg

20140111-162554.jpg