Hagar- the God who sees

(English translation: scroll down!)

Lezen: Genesis 21: 9-21

Haar ogen trilden terwijl de herinneringen in flarden voorbij gleden. Alweer jaren geleden had Abram haar als slavin uit Egypte meegenomen en aan zijn vrouw Saraï gegeven. Ondanks het ruige buitenleven had ze zich in deze nomadenstam, voor het eerst in haar leven, vrij gevoeld. Ze gingen hier heel anders om met slaven dan de elitaire en opgeblazen Egyptenaren. Hier kreeg ze voldoende te eten en werd ze goed behandeld.

Een traan welde op maar verdampte nog voor deze haar ooghoek had bereikt en liet een schrijnend en schurend gevoel achter toen haar ogen vluchtig knipperden. 

Aanvankelijk had ze intens meegeleefd met haar meesteres. Geen kinderen kunnen krijgen was een vloek van de goden. Als de goden je geen toekomst gunde ontnamen ze je een rijkelijk nageslacht. Hoe groot je aanzien of welvaart vooraf ook was geweest, zonder nakomelingen was je niets behalve een paria, een verschoppeling. Onvruchtbaarheid was reden nummer één om van een vrouw te scheiden. En dus had ze verwacht dat Abram zich van zijn vrouw zou ontdoen. Maar hij hield veel van haar en wachtte geduldig. 

Intussen groeide bij haar de angst dat de smet die op haar meesteres lag, op haar zou overslaan. 

Een andere optie was dat Abram er een vrouw zou bijnemen, en daar hoopte ze stiekem op want als de keuze op haar viel, en die kans zat er dik in, zou haar status flink verbeteren. Maar ook dit deed hij niet. Hij herhaalde uitentreuren dat God hun een rijk nageslacht had beloofd. God zelf zou ingrijpen wanneer het Hem schikte.  


Het zand onder haar voeten brandde. De boom waaronder ze lag gaf amper voldoende verkoeling. Met een gesmoorde kreet wende ze haar hoofd weer af toen ze haar zoon, nog maar een man in de dop, verderop als een levenloos hoopje stof zag liggen. Een vaag gesnik dreef op de lucht die af en toe, zwaar en broeierig, haar kant op blies. Ze probeerde zich op te richten maar de kracht stroomde als een haast uitgedroogde waterval uit haar ledematen en liet haar in de steek. Ze zakte weer terug in het mulle zand. Te moe om wanhopig te zijn.

Hij gaf pas toe toen Saraï, tien jaar later, voorstelde dat Abram met haar als slavin zou slapen en zij het kind op de knieën van haar meesteres zou baren. Dit gebruik kwam heel vaak voor. Ze mocht dan niet gezien worden als wettelijke echtgenote, ze steeg hiermee wel een aantal treden op de sociale ladder en haar zoon zou als rechtmatige erfgenaam gezien worden.

De God van Abram bleek haar goedgezind: ze werd zwanger. Het bewijs was geleverd dat het aan Saraï lag.  

Als een nevel die opsteeg uit dampende grond herinnerde ze zich de overmoed en hoogmoed die samen met haar kind in haar binnenste leken te groeien. Kronkelend had dit kiemend onrecht zich een weg naar buiten geweefd en trof Saraï daar waar ze het zwakste leek. Maar ze viel. Hard, want Saraï nam haar gedrag niet in dank af en liet zich meedogenloos en ferm gelden als meesteres en kleineerde haar in die mate dat ze meende te moeten vluchten.

Dagen en nachten had ze met haar wellende buik door de verstikkende woestijn gezworven. De hitte die nu haar voeten schroeide was er toen ook geweest. Destijds had de zon net zo fel gebrand en was de woestijn net zo zinderend onherbergzaam geweest. Maar deze keer kwam er geen engel op haar pad. Deze keer bleef de hitte heet, het zand uitgedroogd en de toekomst uitzichtloos. Haar lieve erfgenaam was op sterven na dood. 

Ze kon het niet aanzien. Rilde wanneer ze dacht aan de ijzige dood die hun nu in zijn greep hield. 

De lucht leek met haar mee te rillen toen haar gedachten afdwaalden naar het moment dat ze bij de bron in Sur was aangekomen. God zelf had zich, in de vorm van een engel, aan haar getoond. Hij had haar beloofd dat haar een goede toekomst in het verschiet lag en dat ze Abram een zoon zou baren. Met het noemen van zijn naam, Ismaël, gaf de engel aan de volle verantwoordelijkheid te nemen voor haar kind. En dus was ze teruggekeerd. Ze had zich gewonnen gegeven. Het moeilijkste wat ze ooit had moeten doen volgde; ze had haar trots boetvaardig afgelegd en het kleed van nederigheid aangetrokken. Ze had zich weer onderdanig opgesteld ten opzichte van haar meesteres. 

Ze baarde haar zoon zoals de traditie voorschreef en Saraï had hem geadopteerd als volwaardige erfgenaam.   

Jarenlang ging het voorspoedig en voelde ze zich een gezegend mens. God had haar gezien. El Roi deed zijn belofte gestand. 

Tot Isaak alsnog geboren werd. Tot haar Ismaël zo dom was geweest zijn halfbroertje te plagen en Sarah het als een zware pesterij had afgedaan en zich als een furieuze leeuwin op de situatie had gestort. Abraham had niet eens de moeite gedaan haar een beetje van zijn rijkdom mee te geven. Zelfs een pakezel kon er niet van af toen hij haar de laan uitstuurde met een gesmoord “God zal de zorg voor jou en Ismaël overnemen, echt.”

Maar waar was El Roi nu? Een kreun ontsteeg haar schorre keel en haar spieren verkrampten. Flarden van een onmogelijke toekomst kwamen haar voor de geest. Hoe zij, als vrouw, een echtgenote voor haar zoon zou kiezen. Hoe zijn kracht en welvaart zich zouden uitbreiden. Hoe ze de vele kleinkinderen in haar armen verwelkomen zou. Het was een illusie, de fata morgana van een stervende vrouw. 

Maar vlak voor ze haar ogen voor het laatst wilde sluiten galmde er die stem, alsof donder en bliksem de lucht boven en de stenen onder haar in verootmoediging deed beven; “Hagar, wat is er?” 

Meer lezen: Genesis 16: 1- 16, Galaten 4:25 

  • Wat is, volgens jou, de oorzaak dat het Hagar lukt haar trots af te leggen en zich weer onderdanig op te stellen ten opzichte van Saraï? 
    Wat betekent het voor jou om gezien te zijn? Dat God jou ‘ziet’? 
  • De poging van Abram en Saraï om Gods belofte zelf te vervullen heeft grote gevolgen. Desondanks neemt God verantwoordelijkheid. Hij erkent Ishmaël door hem een naam te geven en hem van een toekomst te voorzien. Wat zegt dit over jouw toekomst?  

Read Genesis 21: 9-21

Her eyes quivered as the memories passed in shreds. Years ago, Abram had taken her from Egypt as a slave and given her to his wife Saraï. Despite the rough environment she had felt free in this nomadic tribe, for the first time in her life. These people dealt with slaves in a very different manner than the elitist and bloated Egyptians. Here she got enough food and got treated well.

A tear welled up but evaporated before it reached the corner of her eye and left a sanding and grinding feeling as her eyes blinked briefly.

Initially, she had intensely sympathized with her mistress. Not being able to have children was a curse of the gods. When the gods didn’t grant you a hopeful future, they would rob you of a rich offspring. No matter how great your prestige or prosperity would have been beforehand, without descendants you were nothing but a pariah, an outcast. Infertility was the number one reason to divorce a woman. And so she expected Abram to get rid of his wife. But he didn’t. He loved her very much and waited patiently as they grew older.

In the meantime, her anxiety grew. More and more she got afraid that the blemish on her mistress would infect her.

Another option was that Abram would take a second wife. She secretly hoped for him to consider this option, because if the choice fell on her, and there was a reasonable chance, her status would improve considerably. But Abram didn’t do this either. He repeated again and again that God had promised him and Saraï a rich offspring. God himself would intervene when it suited Him. And older they got.

The sand beneath her feet burned. The tree above her scarcely provided enough cooling shade. With a smothered cry she turned her head away when she saw her son a few feet further, lying like a lifeless pile of dust. The subtle noise of subdued sobbing, drifted into the air, occasionally, heavy and sultry, blowing in her direction. She tried to raise herself, but the brief remains of power flowed out of her limbs like an almost dried-out waterfall. She sank back into the soft sand. She was too tired to be desperate.

It was only when Saraï, ten years later, suggested that Abram would sleep with her as a slave and that she would give birth to the child on her mistress’ knees, he admitted. This custom was very common. She might not be seen as a legal wife, but she would climb a few steps up the social ladder and her son would be seen as a legitimate heir.

The God of Abram proved her kindness: she became with child. It was proven God rejected Saraï.

Like a mist rising from damped ground, she remembered the recklessness and pride that seemed to grow along with her child. Winding, this germinating injustice wove its way out and struck Saraï where she seemed the weakest. But she fell herself. Hard, because Saraï didn’t receive her smugness very well. Ruthlessly and firmly Saraï asserted herself as a mistress and belittled her to the extent that she thought she had to flee.

She had roamed the suffocating desert for days and nights in a row with her throbbing belly. The heat that now burned her feet had also been there. At that time, the sun had burned just as brightly and the desert had been just as blisteringly inhospitable. But this time no angel came her way. This time the heat simply remained hot, the sand dried out and the future hopeless. And her dear heir was dying.

She couldn’t stand it. She shivered when she thought of the icy death that now held them in its grip.

The air seemed to shiver along with her as her thoughts wandered to the moment she had arrived at the spring in Sur. God himself came to her in the form of an angel. He had promised her that a good future was ahead of her and that she would give birth to a son. In mentioning his name, Ishmael, the angel indicated that he took full responsibility for her child. And so she returned. She had given up. The most difficult thing she ever had done followed; she had reprimanded her pride and put on the robe of humility. She showed herself submissive to her mistress.

But she gave birth to a son, as God had told her, and as tradition dictated Saraï had adopted him as a full heir.

For years it went well and she felt blessed. God had seen her. El Roi kept its promise.

Until Isaac was born. Until her Ishmael had been so stupid to tease his brother and Sarah had dismissed it as a serious harassment and had turned to the situation like a furious lioness.

Abraham had not even bothered to give her a bit of his wealth. He didn’t even give her a mule when he sent her down the lane with a smothered “God will take care of you and Ishmael, really.”

Where was El Roi now? Where? A moan lifted her hoarse throat and her muscles cramped. Fragments of an impossible future came to her mind. How she, even  as a woman, would choose a wife for her son. How his strength and prosperity would expand. How she would welcome the many grandchildren in her arms. It was all an illusion, the fata morgana of a dying woman.

But just before she wanted to close her eyes for the last time a loud voice echoed, as if thunder and lightning shook the air above and the stones below her in humiliation; “Hagar, what’s wrong?”

Read more: Genesis 16: 1-16, Galatians 4:25

  • Just like Hagar, many people strive for a higher status. Often at the expense of others. How is this for you? How important is your social, financial or even mental status for you?
  • In your opinion, how was Hagar able to reprimand her pride and become submissive again?
  • What does it mean for you to be seen? That God “sees” you?
  • Abram and Sarah’s attempt to fulfill God’s promise itself has major consequences. Nevertheless, God takes responsibility. He recognizes Ishmael by giving him a name and providing him with a future. What does this say about your future?

Why God asks you to sacrifice …

(Scroll naar beneden voor Nederlandse vertaling)

(Genesis 22) The story of Abraham sacrificing Isaac seems to be a cold and harsh way of God to teach Abraham to ‘just have faith’. But what if this test wasn’t about producing faith rather than revealing it?

It makes you (me) look at the story in a complete different way! God already knew Abraham would trust Him. But He wanted to teach Abraham the difference between trusting the promise and trusting the Promiser. If God had promised me a thing, and then would’ve asked me something this contradictonaryb… I simply wouldn’t have understand. But that wasn’t God’s aim.

How about you and me? How often do we lack to see the potential God has given us? When He looks at you He know’s what you are capable of… we just have to learn to trust and believe Him before we will see it ourselves.

I guess- with all my anxieties I’m in faith elementaryschool – but hé – I’m in school and doing the best I can. And when circomstances seem to contradict God’s promises. We’ll just have to learn to trust Him in what He is doing. We’re in elementryschool… so how could we be able to understand the rocket science of faith? We don’t have to. He made us able to just trust!

You can find more of my pictures and thoughts on Instagram

Het verhaal van Abraham die Izaak moet offeren lijkt te veronderstellen dat God offers wil. Of in ieder geval dat Hij wil dat wij Hem willen gehoorzamen en in Hem vertrouwen maar Hij het zelf niet echt wil. 🤔 snap je nog? Het verhaal lijkt in ieder geval op een nogal harde en perverse manier om iemand wat vertrouwen bij te brengen.

Maar wat als God Abraham geen vertrouwen wilde bijbrengen maar juist wou onthullen hoe groot zijn vertrouwen reeds was?

Ik lees het verhaal dan in ieder geval met andere ogen. God kende Abraham goed genoeg om te weten dat hij Hem zou vertrouwen. Maar Hij wilde dat Abraham het verschil zou leren tussen het vertrouwen vanwege een belofte en het simpelweg vertrouwen om wie Hij was.

God had beloofd dat Hij via Isaak een groot nageslacht zou geven en dat Hij Isaak zou zegenen (Gen 21:12) maar leek nu iets te vragen wat regelrecht tegen die belofte in ging. Ik zou er geen ruk van gesnapt hebben…

Wat betreft geloof heb ik soms nog het gevoel op de basisschool te zitten. Maar hé, ik zit tenminste op school 😅 Hoe vaak hebben we niet een misplaatst gevoel van onvermogen, simpelweg omdat we niet alles begrijpen? Wanneer God ons aankijkt ziet hij één en al brok potentie. Hij weet wat we kunnen… en ook al lijken omstandigheden Zijn beloften soms tegen te spreken, en ook al lijkt iets ons soms onmogelijk… Hem vertrouwen is geen hogere wiskunde. We hoeven de wereld niet te begrijpen om te vertrouwen op Hem. En daartoe heeft Hij ons meer dan geschikt gemaakt.

Meer foto’s en gedachten vind je op mijn instagram.

Abram kukkelt van z’n sokkel… 

Stel je eens voor… op zeer onverklaarbare wijze krijg je ineens de stem van een jou vreemde Godheid te horen. En die stem draagt je op huis en haard te verlaten om naar een land te gaan – je hebt nog geen idee waar, hoe of wat- en die God belooft je dat als je gehoorzaamt dat je niet alleen dat land in eigendom krijgt, Hij zal je ook zegenen en je aanzien, status geven. …

Ben ik de enige waarbij alle nekharen overeind zouden gaan staan en het wantrouwen de lucht in zou schieten? Maar laat die stem nou zo overtuigend zijn dat je inderdaad alles inpakt, je hele huishouding op een stel kamelen hijst en op weg gaat richting het grote onbekende…

Een God die jou persoonlijk uitkiest als zijn ambassadeur… jouw nageslacht tot Zijn volk wil maken. Wat een eer.

Genesis 12 is er klip en klaar over; Abram doet wat God hem opdraagt en vertrekt. Wat een geloofsheld denk ik dan. Wat een ongelooflijk vertrouwen moet die man hebben gehad. Wat een geloof! Toch?
Nou, als je even verder leest kukkelt Abram van zijn sokkeltje hoor. Wanneer hij in Egypte komt vindt de Farao zijn vrouw blijkbaar zo aantrekkelijk dat Abram niet eens durft te zeggen dat ze getrouwd zijn. Bang voor z’n haggie (en dat van z’n Saraï) staat hij toe dat de Farao Saraï tot vrouw wil nemen. Waar was zijn geloof in God toen? Wat bleef er over van zijn vertrouwen toen de situatie ineens hagelijk werd?

Niet veel.
Maar God zet Abram niet aan de kant. Het menselijk falen is voor God blijkbaar geen reden om dan maar iemand anders uit te kiezen. Gebrek aan vertrouwen heeft Abram niet gediskwalificeerd voor de uitvoering van Gods plan: het plan om via 1 man en zijn nageslacht de wereld te bereiken met Zijn liefde.
Misschien moet ik daaraan denken wanneer ik weer eens twijfel aan mezelf en me afvraag wat God nou met mij kan aanvangen. 😅

Hoogbejaarde wellust in de bijbel

saraGeloven is niet easy. Sommige verhalen in de bijbel zijn namelijk zo ‘ongelooflijk’ – ik bedoel dit dan niet in de zin van geweldig maar eerder in de zin van ongeloofwaardig. (Oeps, dit is haast vloeken in de kerk, als je er niet tegen kan: klik nu weg!) 

Neem het verhaal van Abraham en Sarah: God had ze een groot nageslacht beloofd maar een kind kregen ze maar niet, laat staan een heel nageslacht. Pas toen Sarah heel oud was en ze al zoiets hadden van ‘we moeten de belofte misschien  maar figuurlijk opvatten’  kwamen er een stel vreemdelingen voorbij die vertelden dat ze alsnog zwanger zou worden.

We lezen er veel te vaak overheen, en vinden Sarah gelijk ongelovig of zelfs ondankbaar omdat ze lacht om deze boodschap. Maar weet je wel hoe oud Sarah was? NEGENTIG! Maak hier eens een plaatje van in je hoofd. Hoe zie je haar voor je? Sara was niet zomaar al enigszins op leeftijd, nee, ze was ronduit hoogbejaard. Wanneer je er verschillende vertalingen op naslaat lees je dat ze zichzelf als verwelkt of zelfs als versleten beschouwt. Geen wonder dat ze moet lachen wanneer ze dit hoort!

Ik, ik ben al lang en breed versleten! Denken ze nu werkelijk dat ik op mijn leeftijd nog zin in een nummertje heb? Waar moet ik de energie vandaan halen? Zo een oud mens als ik? En Abraham, wat dacht je zelf? Die is nog 10 jaar ouder, hij is al bijna 100 jaar, moet hij ‘m nog omhoog kunnen krijgen? Werkelijk? 

Maar ze wordt echt zwanger en krijgt een zoon. Hoe onmogelijk en ongeloofwaardig het allemaal ook leek, God kwam zijn belofte na. Niet via omstandigheden die meerdere mogelijke interpretaties hadden kunnen hebben maar via een tastbare, levensechte, letterlijk huilende en schijtende baby.   En wederom lachte Sarah. Maar deze keer niet uit ongeloof.

 

Hoe ongeloofwaardig sommige dingen ook lijken, ik hou me maar vast aan de gedachte dat bij God niets onmogelijk is.

 

 

(Bijschrijfbijbel: gebruik gemaakt van Micronpen 01 en pastelpotloden van Bruynzeel Design, afgewerkt met Spray Fixatief voor pastel.)