Hemelse conversaties over waarom de kerk verlaten werd …

praatjeTrek ik het aan … of zoek ik het onbewust op?  Misschien herken je het wel: (totaal) onbekenden waarmee je per toeval in gesprek komt – op de meest vreemde plekken – en ineens rolt hun hele levensverhaal, inclusief intieme details, er zomaar uit…

Met enige regelmaat overkomt het me. Iedere keer weer vind ik het bijzonder, ervaar ik het als een voorrecht.

In de stad wanneer ik aan het inparkeren ben: een schilder vraagt me vriendelijk, excuserend verderop te gaan staan. Met een glimlach rij ik verder en loop een extra stukje om. Hij bedankt me, legt uit hoe en waarom, dat ie dit werk al jaren doet en voor ik het goed door heb weet ik dat hij gereformeerd is maar nooit meer een voet in de kerk zet. Afgeknapt. Zijn broer was homo en dat ‘kon’ niet, dus hij ‘kon’ de kerk niet meer …

Via een weggeefsite drop ik bij een gezin 2 mega-tassen doorgeefkleding. Ik kreeg de tassen via via, heb er wat uitgehaald, stop er weer wat anders in en breng ze naar de volgende op de lijst. Tijdens het korte praatje aan de deur (wat tot bijna een uur uitloopt) krijg ik te horen dat ze het niet zo breed hebben. Ik ken haar niet maar ontdek dat ze een terminaal ziek kind heeft, met moeite de medicatie kan rondbreien maar ze vindt dat ze niet mag klagen want ze heeft geld over om elke week 1 zak chips voor haar pubers te kopen …

Ergens in een garagebox achteraf: via via mag ik wat spulletjes ruilen en binnen de kortste keren vertelt de man mij dat hij onschuldig in de gevangenis heeft gezeten, dat hij door ‘kerkvrienden’ in de steek werd gelaten, wat voor nare dingen er in zijn gezin zijn voorgevallen en dat hij nu de zorg heeft voor zijn kleindochter van 5, de kerk ziet hij nooit meer van de binnenkant – denkt ie – begrafenissen en bruiloften daar gelaten. “Maar zeg nooit nooit.”  zegt ie erbij…

 

Toevallige ontmoetingen. Diepe gesprekken. Kansen tot ‘conversatie’. Heb jij ze nog?  Dit soort momenten zijn dé momenten waarop je kan getuigen van welke wereld je bent. Wie je dient. Wie je Heer is. De gesprekken ‘overkomen’ je niet zomaar. Je creëert er zelf de kansen voor.

Hoe?

Door mensen te zien staan (dat begint met ze echt aan te kijken – en niet vluchtig groeten om snel je hoofd weg te draaien.)

Door tijd te hébben. Nee, niet denken ‘Als het zover is, máák ik er wel tijd voor.’ Mensen hebben feilloos door óf je al tijd voor ze hebt. En pas als je laat merken dat je ze ziet, écht ziet en geen haast hebt om door te lopen naar de volgende activiteit op je lijstje, pas dan gaan ze van start.

Luisteren. Niet het standaard geja-knik, instemmend gemompel en het ondertussen rondkijken wie je allemaal kan horen en hoe ongemakkelijk het misschien is. Luisteren is oprechte interesse tonen in de ander. Luisteren is een gezonde nieuwsgierigheid hebben in hoe het met de ander gaat. Echt gaat.  En je hoeft echt niet gelijk van wal te gaan met je eigen ervaringen en geloofsovertuigingen. Alleen wanneer ze ernaar vragen … en dan doe je er niet al te ‘heilig’ over maar laat je juist de eenvoud spreken…

 

Tijd en aandacht hebben voor de mensen om je heen zodat gesprekken op gang kúnnen komen … heb je dat nog? Hoe zorg jij ervoor dat mensen zich ‘vrij’ genoeg voelen om zich ten opzichte van jou te uiten?

Jan Wolsheimer was me vandaag een stapje voor en blogt hier ook over. Op facebook koppelt hij zijn blog aan de vraag ‘Hebben mensen recht op aandacht?’.  Wat vind jij? Hebben ze dat?

 

Hugh Halter zegt in zijn boek Flesh hierover het volgende: church attendance alone, if left unchecked with real involvement with others, turns people into Pharisees… it creates a apathy that ends up exploiting the people who really need God the most.

Vrij vertaald: Alleen maar naar de kerk gaan, zonder echte ontmoetingen verandert gelovigen in hypocrieten … het creëert een soort apathie die eindigt in het buitensluiten van juist die mensen die God het meest nodig hebben. (Blz 137)

 

Geef jij mensen in jouw omgeving dit ‘recht’ of ga je (onbewust / onbedoeld) voor de apathie en het buitensluiten?

‘Gewoon’ ís ‘bijzonder’ als je er voor je puber bent…

puberWat zijn (bijna) pubers toch kwetsbare mensen… Het dringt steeds meer tot me door dat deze volwassenen-in-wording onwijs veel aandacht nodig hebben. Misschien wel meer dan bij kleine kinderen, is het van belang dat hun ouders er voor ze ‘zijn’. Natuurlijk, ze kleden zichzelf, fietsen zelfstandig naar school, smeren hun eigen brood en hebben misschien al wel een baantje. De fysieke hulp waar kleintjes niet buiten kunnen, hebben zij niet meer nodig. Voor kleintjes kan je een oppas regelen als je moet werken. Maar van de ‘groten’ verwacht menigeen dat ze het wel alleen af kunnen. Hoezeer dat praktisch ook het geval kan zijn, jonge mensen hebben de áánwezigheid van hun ouders bijzonder hard nodig!

Een poosje geleden dacht ik hier thuis (hardop) na over een fulltime baan. Na een paar dagen maakten mijn (bijna)pubers me schoorvoetend duidelijk dat ze dat niet zagen zitten. Ze willen dat ik thuis ben wanneer zij dat zijn. “Waarom?” “Gewoon, daarom”. Geen echte reden en tegelijk het allerbelangrijkste argument : Ze willen dat het ‘gewoon’ is, dat ik er voor ze ben. ‘Gewoon’ – geen uitzondering. Ik hoef niet klaar te staan met cola en een koekje – liever niet zelfs want in praten hebben ze meestal geen zin. Maar het feit dat ik er ben – dat ze iemand hebben om bij thuis te komen- dat biedt ze veiligheid. Alles om en in hun veranderd. De ouder als stabiele factor is hun enige houvast. Als er wel wat aan de hand is hoeven ze niet te wachten tot ik doodmoe thuis kom en op de bank plof voor ze me kunnen ‘lastig’ vallen met hun dingen. Ik ben er ‘gewoon’. Ze vinden het niet ‘bijzonder’ dat ik er ben. ‘Bijzonder’ in de zin van ‘uitzonderlijk’ dan.

Ok, je kan zeggen ‘Dat zijn jouw kids’ – de meeste pubers hebben niet zoveel aandacht nodig…  Nou, als ik in mijn klassen kijk zie ik dat het toch voor de meesten geldt. In mijn pauzes komen vaak dezelfde leerlingen om aandacht vragen. Meestal de kids die je ook wel ‘sleutelkind’ kan noemen. Zonder verwijt naar de ouders overigens hoor. Je – ik –  weet niet waarom het nodig is of wordt geacht… daar blijf ik van af.

… Er is 1 leerlinge waar ik  hartzeer van heb. Haast iedere pauze vraagte ze wel om aandacht. Niet negatief hoor, en ook niet altijd even lang… Of ik dat en dat programma heb gezien, deze of die film heb gekeken … Ik vond het al bijna apart dat ze met zo simpele ‘praatjes’ bij me kwam.  Vorige week vertelde ze me dat haar ouders gescheiden zijn en ze haar vader nooit ziet. Moeder werkt van vroeg tot laat, is (logisch) moe wanneer ze thuis komt en duikt vaak nog voor achten haar bed in. Zijzelf zit de hele avond alleen voor tv. Ze heeft niemand om mee te kletsen, niemand die haar een keer verwent met samen onder een dekentje een zak chips leeg te vreten. Niemand om samen te lachen om die domme filmpjes. Niemand om haar favoriete programma mee te kijken. Ze heeft wel vriendinnen. Ze heeft wel een ‘hok’ waar ze in het weekend naar toe gaat. Maar ze mist een ouder die er ‘gewoon’ ís. Iemand die voor haar zorgt.  Zegt ze zelf.  En in de pauze maak ik altijd tijd als ze komt …

Ik zie het ook bij andere leerlingen…

Dus bij deze een oproepje aan alle (bijna)puber-ouders: je zoon / dochter mag dan heel zelfstandig lijken… Ze hebben het nodig dat jij er ‘gewoon’ bent. Het lijkt misschien dat ze je voor lief nemen. Maar wees juist blij als ze dat doen. Dat betekent dat ze beseffen dat je er voor ze bent! Verwacht niet dat ze al je vragen beantwoorden. Ga niet zitten wachten tot ze thuis komen. Maar zorg wel dat je er bent. Dat je samen lacht om domme video’s. Dat je samen praat over dat wat op het nieuws gezegd werd. Dat je samen die ene domme film – die jij al 50x gezien hebt- dat je die voor de 51ste keer sámen kijkt. … Waarom? ‘Gewoon’ –  Omdat het ‘gewoon’ moet zijn dat jij er voor ze bent.  Omdat ‘gewoon’ eigenlijk heel ‘bijzonder’ is…